Marcel de Groot: ,,Extra deuren gaan open, maar de verwachtingen zijn meteen torenhoog.’’

Marcel de Groot, de Jordi Cruijff van de Nederlandse popmuziek, overwint depressies en is terug met The Dashboard Danglers

Marcel de Groot: ,,Extra deuren gaan open, maar de verwachtingen zijn meteen torenhoog.’’ Foto: Rob Voss

Hij is de muzikale Jordi Cruijff. Marcel de Groot joeg dromen na in een wereld waar zijn vader Boudewijn de keizer was. Hij stopte en worstelde zich uit depressies. Nu is hij terug met The Dashboard Danglers.

Marcel de Groot (55) loopt een Pipo de Clownachtig huis uit. Hij woont er tijdelijk. De hut wordt zijn muzikale mancave, als zijn nieuwe woning in Emst klaar is. De Groot zwaait. Zwartgrijze haren, zwarte wenkbrauwen. ,,Hier komt het nieuwe huis, wordt helemaal van hout. Dit bos is geweldig, rustig. Je hoort soms nog geen vogel.’’ Zegt een voormalige herrieschopper uit Mokum.

De schaduw van pa Boudewijn de Groot

Het interview begint bij die Ciske de Rat met gitaar. We vonden een foto van De Groot. Het lijkt wel een platenhoes. Het betreft zijn tweede optreden ooit. ,,14 jaar.’’ Wat heeft de Veluwse Marcel met de dromen van dat Amsterdamse ventje op de foto gedaan? ,,Hij was nog wél heel blij dat Boudewijn zijn vader was. Dat veranderde soms daarna, met golven. Canadese instappers had ik, zie de gaten.’’

Hij en zijn shirt vormen het maagdelijke wit, te midden van een veel oudere en donkere omgeving. ,,De droom? Boem, stadions vol spelen als gitaargod. Alles in het Engels, geluid hard en het showbinkie worden.’’ Het groepje heet Rock Bottom. ,,Na een optreden haalden we muziekblad OOR .’’

Daar doemt ineens zijn vaders schaduw op. ,, OOR schreef: ‘met de zoon van Boudewijn de Groot op gitaar’... Ik vond het toen nog geweldig. De rest van de band had al iets van: dat gezeik over je vader de hele tijd. Ik waakte alleen al voor één ding: niet klinken zoals mijn vader.’’

Dat lukt, totdat hij zelf gaat zingen. Teksten vallen hem in het Nederlands binnen. Dus zingt hij, net als vader, in de moerstaal. ,,Daar ontstond mijn Jordi Cruijff-complex. Jordi kon nooit onbevangen de wereld instappen die hem het leukst leek: voetbal. Dat was ook mijn cross to bear . Het heeft twee kanten: extra deuren gaan open, maar de verwachtingen zijn meteen torenhoog.’’

Marcel de Groots Ik wil bij jou zijn en het latere Mag ik naar je kijken lanceren een popartiest, echter ook een zanger die steeds meer tobt met zijn identiteit. Tot de donkerste gedachten aan toe.

Eenmaal wonend in ’t Harde rekent hij af met zijn demonen. Hij vertelt hoe de Veluwse rust de soundtrack van zijn jeugd is. ,,Mijn oma was Amsterdamse. Ze hield in haar zomerhuis op ’t Harde kinderkampen, vooral voor rijke Amsterdamse kinderen. Ze konden er hun kleren vies maken en schreeuwen. Dat mocht thuis niet. Er mocht veel, binnen een strakke structuur. Grootmoeder was een voormalig Montessori-leidster. Ik deed graag mee.’’

Waarom?

,,Kinderen opgroeiend in de jaren 70, mijn generatie, waren juist heel blij met de sturing en strakke leiding, denk ik. Dat kaderloze gedoe van hun hippieouders... Ik groeide op bij zulke ouders.’’

Oma overlijdt en kleinzoon Marcel, inmiddels twintiger, erft grootmoeders huis. Met zijn band Marcel de Groot speelt hij midden jaren 90 voor groot publiek. Zijn nieuwe platen brengen alleen niet langer hits. ,,Ik was geen verkoopsucces, nee.’’

Even voor zijn doorbraak werkte hij als plugger; een man die singles promoot. Dat hij óók die kant kent, werkt nu tegen hem. ,,Als voormalig plugger moest ik zéker het belang van verkoop kennen. Dat gaf een onrustige kronkel. De platenwereld zei: verkoop, verkoop, Marcel. De liedjesschrijver in mij zei: vrijheid, creativiteit.’’ Hij scheidt in die jaren van Joyce Ziermans, directeur van poppodia, met wie hij dan twee kinderen heeft.

Ziermans krijgt even na de breuk kanker. ,,Voorbij de gebruikelijke scheidingsruzies zeiden we: we hebben twee kinderen, laten we voor de kinderen goed contact houden. Dat begon goed te lopen, toen kwam die kanker... Zij bleef in ons huis wonen. Toen ze heel ziek werd, ben ik weer een tijdje bij haar ingetrokken. In de logeerkamer. Om de kids naar school te brengen, op te vangen, om te koken... Ze was mij verschrikkelijk dierbaar en ik ben haar verloren...’’

Je was daarnaast klaar met het zijn van frontman. Mensen vertelden dat je depressief werd.

,,Een decennium was ik niet erg senang, nee.’’

Hoe werd je zo somber?

,,Het ligt deels in mijn aard. Ik denk ook dat blowen daar een rol in speelde.’’

Depressiviteit kan in je DNA zitten.

,,Dat klopt. Alleen lang ongelukkig zijn, het serotoninetekort, ken ik niet van mijn vader of moeder.’’

Dan het blowen.

,,Ja, ik ben twintig jaar stoned geweest. Ik was denk ik niet verslaafd aan het spul, wel aan het roesje. Als ik over straat ging, had ik een coconnetje om mij heen. Ik wilde geen onderdeel van de maatschappij zijn. Het toppunt van dat leven bestond uit een zak wiet en een fles whisky. Dat was dan mijn wereld.’’

Een typisch rock-’n-rolltafereel.

,,Het bracht geen briljante songs.’’

Want dat denkt men vaak, bedoel je?

,,Naar de klote gaan, dat levert topnummers. Dacht ik stiekem ook. Het is lariekoek.’’

De Groot vlucht. Hij denkt dat hij in de Nederlandse samenleving alleen de frontman of ‘de zoon van’ kan zijn.

,,Het heeft bij mij echt lang geduurd om te beseffen dat je alles kan worden in de wereld. Dat klinkt als een gigantische open deur. Voor mij is het een fundamentele ontdekking geweest. Het enige waarvan ik dacht dat ik het ook kon was muziek maken en gitaar spelen. Ja, ook omdat mijn vader het dus deed. Daar voelde ik een connectie, dat raakte mijn gedachten. Maar wie of wat was ik voor de rest?’’

Heb je gedacht, toen je solocarrière minder ging: ik kan muziek maken en voor de rest ben ik een nietsnut?

,,Dat heb ik inderdaad heel lang gedacht, ja.’’

Gebrek aan eigenwaarde dus. Hier zit toch een gelukkig man voor me, welk inzicht kreeg je?

,,Ik had ook longarts kunnen worden, ik heb een goed stel hersenen. Als mijn ouders hadden gezegd: ‘Lazer op met je muziek, word longarts!’, dan had ik dat denk ik best kunnen leren. Of stratenmaker, ook fantastisch werk. Met psychologische hulp en zulke inzichten ben ik uit depressies gekomen. Tegen iedereen die depressief is, zeg ik: weet dat het voorbijgaat.’’

De Groots dochter Aysha vertelt ons dat haar vader als vijftiger gitaarkoffers is gaan bouwen. Misschien om aan die jongen van 14 te laten zien wat-ie óók had kunnen zijn. Een timmerman.

Aysha: ,,Zen wordt-ie van het bouwen.’’

De Groot: ,,Dat heeft ze goed door. Tegenovergestelde van muziek. Een liedje komt, dan is het weer weg. Een koffer? Twee plankjes, een spijker en ineens heb je voor altijd een hoek.’’

In 2009 verhuist hij naar zijn vakantiehuis. ,,Het kind in mij vluchtte al naar de Veluwe. Ik wilde rust. En mijn huidige vrouw Jeanine was stapelverliefd op het plekje.’’ Tien jaar later verkoopt hij oma’s vakantiehuis, om zijn huidige huis in Emst te bouwen. ,,Op onze kwart hectare in ’t Harde liet ik de tijd stilstaan. Maar het dorp ’t Harde kwam qua woningbouw steeds dichterbij. Dat vond ik minder.’’

Jarenlang is De Groot enkel gitarist. Bij zanger en cabaretier Maarten van Roozendaal en bij de band van zijn vader. ,,Mijn naam, mijn hoofd op het affiche? Laat in godsnaam iemand anders de held uit hangen, zo voelde ik het. Jarenlang heb ik ook naar andere zangers kunnen kijken. Liedjesschrijvers, die onverhoeds toch inspireerden. Maarten overleed, mijn vader stopte. Ik voelde ineens aandrang om solo weer iets te creëren.’’

In 2017 keert hij terug, met een soloplaat: #Held . ,,Ik gaf het album in eigen beheer uit. Ironisch genoeg zie je dan toch het belang van een plugger. Het was geen verkoopsucces.’’

Hij is dichter bij zijn vader dan ooit, nu. ,,Ja, gitaar op schoot, en kleine liedjes. Geen bombastische violen en orgels. Misschien wel mijn laatste plaat. Ik ga geen pluggers meer behagen, namelijk.’’

Je toert met The Dashboard Danglers. Je dochter Aysha: een nieuwe De Groot staat op doorbreken. Zij vindt dat jij inmiddels beter zingt en gitaar speelt dan je vader, Marcel de Groot moet Marcel de Groot daarom een tweede kans geven.

,,Als gitarist ben ik zeker beter. Maar hij is 76 en zingt zuiverder dan vroeger.’’

Je hebt nog drie nummers liggen, gemixt en al, begreep ik. Potentiële hits?

,,Ik ben er echt heel gelukkig mee.

Het zou leuk zijn als daar nog eens iets mee gebeurt. Dus als iemand om repertoire verlegen zit...’’

 

menu