Mingus Dagelet (links) en Sjoerd Spruijt tijdens eens repetitiescène van Nick Bruckman's 'Bleeding Love'.

Voorstelling 'Bleeding Love', of wat aan de Groningse hiv-affaire vooraf kan zijn gegaan

Mingus Dagelet (links) en Sjoerd Spruijt tijdens eens repetitiescène van Nick Bruckman's 'Bleeding Love'. Foto: Corné Sparidaens

Schokkend indertijd, die Groningse zaak waarbij bezoekers van homofeestjes met hiv-besmet bloed werd ingespoten. Nick Bruckman maakt nu een voorstelling met die hiv-affaire als basis.

Verwacht eind deze week in het Groningse Grand Theatre bij Bleeding Love geen misdaadverhaal. Je ziet twee geïnfecteerde jongens, van wie eentje een relatie heeft met een dominante, (nog) gezonde vriend. De besmette partner is bang voor het einde, schaamt zich voor zijn eigen lijf, kruipt weg in veel slapen en wil het lichamelijke contact mijden waaraan zijn partner juist opdringerig veel behoefte heeft. De derde jongen, laconiek, maakt zich al lang niet meer druk over zijn ziekte. Hij wil wel.

Drie mannen. Het slot zou in de verbeelding de aanloop kunnen zijn naar de akelige feestjes van toen, waarop in 2006 twee Groningers en een inwoner van Scharmer hun eerst bedwelmende en daarna infecterende werk verrichten. Met pillen en ghb, respectievelijk injectienaald.

Hoe komt een mens tot zulke daden

Tegen hiv bestaat na veertig jaar nog altijd geen vaccin, maar het virus gaat bij het juiste medicijngebruik al jaren niet meer over in het dodelijke aids. Nick Bruckman is zelf drager. ,,Toen de hiv-affaire indertijd begon te spelen, maakte die op mij nog niet heel veel indruk. Pas jaren later wel, toen de zich voortslepende zaak voor de Hoge Raad kwam. Ik was toen inmiddels zelf besmet. Dat speelde ongetwijfeld een rol bij hoe ik er wél mee bezig was.”

Bruckman muteert bestaande personen in personages en vraagt zich af: hoezo, waardoor? Eerder schreef hij Kogelvis , een voorstelling over Jeffrey Dahmer, de ‘Milwaukee Cannibal’, die zeventien jongens verleidde, verdoofde, verkrachtte, gevangen hield, vermoordde en op at. Toneelgroep Oostpool speelde zijn debuuttekst, waarin hij in Dahmers hoofd kroop en diens tot verknippen leidende worsteling met zijn homoseksualiteit voor het toneel vertaalde.

Parallellen met deze tijden van corona

Nu debuteert hij als regisseur. Van zijn eigen tekst. Altijd een risico (niks schrappen, alles is even belangrijk). ,,Dat is wel zo, maar ik had een vorm in mijn hoofd die ik per se wilde. Qua drama is het interessant hoe deze mensen tot hun monsterlijke daad kunnen komen, totaal voorbijgaand aan het belang van anderen.”

Er is een drang om zoiets te flikken, maar ook de onverschilligheid die op die feestjes heerste, waar iedereen het deed met iedereen, en voor aanwezigen niet eens helder vast te stellen was of ze wel door die misdaden waren geïnfecteerd. ,,Wat dat betreft is er een bizarre parallel met corona. Eenzelfde achteloosheid.”

Dat dus aan de ene kant, anderzijds wil Bruckman de traumatische ervaring van het hiv-positief zijn tonen. ,,Zowel het stigma van de buitenwereld, de manier waarop die tegen je aankijkt, als je zelfbeeld. Hiv-besmetting verandert dat in één klap en daarmee hoe je je tot de wereld verhoudt. Ingewikkeld. In jouw wereld is de sociale controle voelbaar, vervlochten aan morele waarden. Met hiv is initimiteit eng geworden. Die leidt tot iets slechts. Dat gevoel.”

Niet gesproken met de daders

In de voorbereiding op zijn tekst voelde hij terughoudendheid bij het aanspreken van mensen in de ‘scene’. Besmuikt: ,,Sta je bij café De Rits in Groningen en blijkt het toch moeilijk om vragen te stellen. Zo heb ik, nadat ik het eerst wel overwoog, ook geen contact gezocht met de daders. Nog los van de vraag of ze wilden praten. Dat voelde niet goed. Het was me te voyeuristisch.”

menu