Marcel Hensema was met Mijn Ede op 1 juni de eerste die na 11 maart een voorstelling speelde, in de Stadsschouwburg Groningen, voor toen nog het maximum van dertig bezoekers.

Dit doen de theaterzalen in Groningen en Drenthe in het nieuwe cultuurseizoen: aanpassen, schrappen en schuiven

Marcel Hensema was met Mijn Ede op 1 juni de eerste die na 11 maart een voorstelling speelde, in de Stadsschouwburg Groningen, voor toen nog het maximum van dertig bezoekers. Foto: Corné Sparidaens

Het nieuwe cultuurseizoen klopt op de deur. Door corona wordt dat er een als nooit tevoren. Doorlopend zullen programmeurs hun aanbod blijven uitbreiden, aanpassen, schrappen en schuiven, net als met stoelen. De zalen popelen. Maar wil het publiek ook?

Programmeren is vooruitzien. Theaters hadden hun kladblokken voor het seizoen 2020/2021 in maart al vol. Toen kwam corona en werd alles anders. In eerste instantie verplaatsten de zalen producties die tussen 12 maart - de dag dat de bijl viel - en deze zomer op de rol stonden met kunst en vliegwerk zoveel mogelijk naar augustus, september. Naar nu dus. Toen ook dat onhaalbaar bleek, stond vast: dit wordt een nieuw seizoen lang improviseren.

Het ging er hard aan toe

Interim-directeur Loek Buys van Schouwburg Ogterop in Meppel: ,,De eerste maanden waren turbulent. In juni is er rust ingetreden. Dat wil zeggen: naast dat geschuif met voorstellingen was er eerst een strijd tussen de zalen en de producenten. Over wie moest opdraaien voor de terug te betalen entreegelden. Dat ging er hard aan toe. We zijn daar dankzij een commissie van wijzen goed uitgekomen. We doen allemaal water bij de wijn. Het is ons grootste belang om de keten overeind te houden.”

Na het gevecht begon het grote vooruitkijken en schuiven. ,,De gemeente Meppel was vrij streng. Ik vroeg me af of er überhaupt nog wel wat zou kunnen.” Ja dus. ,,In de Grote Zaal passen straks honderd mensen. De kleine hebben we geschrapt, alles wat daar zou staan gaat naar de grote. We bieden nu in de verkoop kaartjes tot en met december aan.”

Onvoorspelbare toekomst

Dat doen alle zalen. Hun programma voor na de jaarwisseling blijft staan, maar tickets zijn niet te koop. Dat heeft geen zin, met deze onvoorspelbare toekomst. Buys: ,,Grote producties, zoals muziektheater en musicals, zijn kansloos, te duur voor zo’n kleine zaalbezetting. Maar veel gezelschappen willen als ‘t maar even kan toch graag komen spelen. Zoals De Verleiders met hun Pandemiek in november. Die accepteren dat ze voor een kleiner publiek staan.”

Improvisatietalent komt nu goed van pas. Hilde Scholten, programmeur van De Nieuwe Kolk in Assen: ,,Roel van Velzen zei direct: ‘Anderhalve meter? Dat ben ik.’ Pieter Derks komt direct met een geactualiseerde versie van zijn voorstelling. Sommige voorstellingen spelen twee keer per dag.”

Durven ze wel?

Van enige terughoudendheid, zeg maar zaalangst, merkt Scholten vooralsnog weinig. ,,Woensdag- en donderdagavond, met Smaakvol Theater en het 360-gradenconcert, liepen goed. Toen bij ons de bibliotheek openging, stonden ook juist oudere mensen vooraan om al eerste weer boeken te kunnen lenen. En je ziet toch ook dat de restaurants aardig vol zitten?”

De vraag is of juist die oudere bezoekers goed worden bereikt, nu de glanzende seizoensbrochures nooit zijn gedrukt. Want bij voorbaat achterhaald. Voor veel vaste bezoekers is dat een mooi moment in het jaar: het blad valt in de bus, waarna ze een kruisje zetten bij de voorstellingen en concerten van hun gading. Scholten: ,,Voorlopig zijn we zeker niet ontevreden over de kaartverkoop.”

Henk Kuiper, theaterprogrammeur bij SPOT in Groningen: ,,We besteden extra aandacht aan onze papieren agenda, waar tienduizend mensen op zijn geabonneerd. De gretigheid van het publiek is moeilijk te peilen. Wij hadden als theater een zomerprogrammering, SummerStage, waar we mensen blij mee konden maken.”

Nieuwe airco, nieuwe inrichting

Alles stond in de Kleine Zaal van De Oosterpoort. De Poolse Bruid liep vol. Maar Bert Visscher en Reinout Douma, normaal gesproken altijd goed voor een volle bak, niet eens helemaal. En een programma met Groninger artiesten moest wegens gebrek aan belangstelling worden verschoven naar het najaar. Kuiper: ,,Dat klopt. Maar het was ook midden in de hittegolf. Wat dat aangaat: we hebben net een nieuwe, zeer technisch hoogwaardige airco geïnstalleerd.”

De Stadsschouwburg in Groningen krijgt een geheel nieuwe inrichting. ,,In plaats van de zaalstoelen beneden komen er tafeltjes, met lampjes en met de stoelen op de gepaste onderlinge afstand. Dat geldt net zo voor de Grote en de Kleine Zaal van De Oosterpoort.”

Waarom niet één meter, zoals in Frankrijk?

Het gevolg van de opgelegde ‘anderhalve meter’ varieert voor zalen en theaters van ingewikkeld tot rampzalig - evenals voor horeca en sporttribunes trouwens. Was die vereiste ‘social distancing’ beperkt gebleven tot één meter, zoals in Frankrijk, dan had stoel om stoel bezet kunnen zijn. Dus halfvol in plaats van driekwart leeg bij een uitverkocht huis. Had daarvoor geen gerichte lobby moeten worden gevoerd?

Natalie Straatman, directeur van Theater Winsinghhof in Roden: ,,Dat is denk ik direct ons manco geweest. We zijn telkens bezig geweest met onszelf, met bekijken hoe we ons eensgezind het beste konden aanpassen aan de nieuwe realiteit. We zijn veel te lief naar buiten geweest, naar de politiek. Te traag en te weinig agressief.”

,,Er ligt een vraag bij het Outbreak Management Team om kuchschermen toe te staan, waardoor je van die anderhalve meter af bent. Benieuwd hoe lang het duurt voordat we daar wat op horen. Maar inderdaad, met een meter in plaats van anderhalf waren we een stuk beter af geweest.”

De zalen houden zich strak aan de regels

Peter Sikkema, popprogrammeur bij SPOT Groningen: ,,Dat zou inderdaad enorm veel schelen. Maar het zal moeilijk worden om dat nu alsnog voor elkaar te krijgen. Die anderhalve meter is de ruggengraat van het kabinetsbeleid.” Wat dat aangaat wordt die ‘ruggengraat’ in de zalen beter gehandhaafd dan op straat. Eenmaal binnen waan je je direct in een andere wereld.

De zalen zijn streng, en logisch, want bij een vastgestelde besmetting daar kunnen ze tijdelijk op slot moeten. Henk Kuiper: ,,Het zijn leermomenten geweest, maar inmiddels is ons publiek heel tevreden over de begeleiding na binnenkomst. En ook bij vertrek.”

Intussen zoeken de podiumkunstenaars naarstig naar nieuwe mogelijkheden. Kuiper: ,,Het Nationale Theater komt nu in plaats van één grote met drie kleinere toneelproducties op één dag. Club Guy & Roni had Swan Lake op het programma staan. Guy Weizman is vervolgens met ons gaan onderzoeken of we niet een labyrint in De Oosterpoort kunnen maken, met op verschillende plekken voorstellingsmomenten. Dat zijn inventieve keuzes.”

Gezellig wordt het wel

Straatman: ,,Voor de Winsinghhof was Youp van ‘t Hek zo aardig om een extra speeldag te reserveren. Hij speelt nu twee dagen twee keer. Voor maximaal 36 mensen. We schuiven ook nog wat met de tribune en met stoelen en tafeltjes in de zaal. Gezellig wordt het wel.”

Bij haar theater kon het publiek via een ‘potloodbrochure’ aangeven welke voorstellingen het graag wilde bijwonen. ,,Bij voorstellingen die doorgaan krijgen zij voorrang.” De Winsinghhof heeft zelfs nog een echte brochure laten drukken - ,,hij ligt hier nét klaar voor mijn neus” - die loopt tot eind van dit jaar. Zoals alle zalen is het afwachten voor daarna. Maar dan wordt opnieuw met het potlood gewerkt.

Pop moet zijn eigen broek ophouden

Waar het in het theaterproducties nog al eens draait om gesubsidieerde producties, moet popmuziek het alleen hebben van publieksopbrengsten. Sikkema: ,,Dat is een groot verschil. Popbands zijn voor 100 procent ondernemingen. Neem Bløf. Dat heeft gewoon een bedrijf te runnen.”

Lang niet allemaal kunnen ze het, maar er zijn acts die zichzelf aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. ,,Zoals Chef’Special en Ronnie Flex. Davina Michelle denkt na over hoe ze verder gaat.”

Zoals de pop altijd al dikwijls ad hoc wordt geprogrammeerd, omdat er ineens een bandnaam in de buurt opduikt, gaat dat nu ook op voor theater. Gezelschappen kondigen telkens alternatieve producties aan. Henk Kuiper: ,,Als dat lukt geeft het energie. Meral Polat heb ik kunnen boeken met haar aangepaste theaterconcert. George & Eran worden racisten staat nu twee keer op één dag in oktober. En dat doen we vaker, tweemaal daags dezelfde voorstelling. In het weekend kunnen we de tweede wat later op de avond laten beginnen, om half tien. Doordeweeks is dat te laat.”

In de Stadsschouwburg kunnen maximaal 180 bezoekers. Echt grote voorstellingen, zoals De Kersentuin van ITA, worden doorgeschoven naar volgend seizoen, 2021/2022. En dan maar hopen dat corona is overwonnen. Saai is de achterliggende periode voor de programmeurs in elk geval niet geweest. ,,Heel veel vakantie zat er niet in dit jaar”, beaamt Loek Buys in Meppel.

menu