Hoe hebben de musea in Noord-Nederland zich door de crisis heengewerkt? We spraken negen verschillende musea in Groningen en Drenthe.

Andreas Blühm, directeur van het Groninger Museum

Het Groninger Museum heeft een lastig financieel jaar gehad. “Tijdens de eerste lockdown was alles nieuw en probeerden we het beste van de situatie te maken door onderhoud te plegen. Onze huismeesters en facilitaire medewerkers waren blij dat ze eindelijk aan de slag konden met het museum”, zegt directeur Andreas Blühm. “Maar dat houdt ook een keer op. We hadden in 2020 116.000 bezoekers, dat is ongeveer de helft van wat we normaal hebben. Dankzij steun van het Rijk, de Provincie en de Gemeente hebben we het ergste weten te voorkomen, maar van onze reserves is nog maar een fractie over. Dat is zwaar en de komende tijd moeten we zuinig zijn.”

De grootste klap voor het Groninger Museum kwam na de zomer van 2020. “In de zomer mochten we weer open met beperkingen en qua bezoekerscijfers liep dat prima. Heel Nederland ging in eigen land op vakantie, daar profiteerden wij in het Noorden van.” Terwijl veel musea in Nederland door angst voor een tweede coronagolf tentoonstellingen uitstelde, besloot het Groninger Museum om een grote tentoonstelling over The Rolling Stones toch door te laten gaan in het najaar.

loading

“We dachten dat we een veilige omgeving konden creëren met eenrichtingsverkeer, een ruimere opstelling en langere openingstijden. Daar hebben we ook veel geld in geïnvesteerd. Juist omdat niemand naar een concert of een festival kon, wilden we graag deze poptentoonstelling door laten gaan.” Maar de tweede golf kwam sneller dan verwacht en de opening kon niet doorgaan. Het museum moest weer dicht. “Dat was een enorme dreun. Mentaal, maar ook financieel.”

Het Groninger Museum heeft niemand hoeven ontslaan, maar mensen die een andere baan kregen of met pensioen gingen, zijn niet meteen vervangen. “We hebben ook veel tijdelijke contracten niet kunnen verlengen en zzp’ers niet kunnen oproepen.” Hoewel de tentoonstelling over The Stones maar vier weken heeft gedraaid, was hij wel online te bekijken achter een paywall. Daarnaast kwam het museum met andere online mogelijkheden zoals 360 graden rondleidingen en quarantaineopdrachten. “We hebben ook een interview met Mick Jagger geregeld waar online 30.000 mensen naar hebben gekeken. Die online dingen zijn aanvullend en interessant, maar tippen bij lange na niet aan de echte ervaring van door een museum lopen.”

Blühm baalt dat musea pas zo laat weer open mochten. “Als Ikea open kan, kunnen wij ook open. Ik snap dat de overheid probeert reisbewegingen te beperken, maar voor de museumsector was dat wel zuur. Al had ik soms nog meer medelijden met de collega’s van de podiumkunsten, die moesten iedere avond hun programma afzeggen.” Toch kijkt hij optimistisch naar de toekomst. “We halen The Stones in 2023 weer terug. Daarmee hopen we het verlies ietwat terug te verdienen. We hebben nu de Kinderbiënnale en er staat nog veel meer leuks op het programma. Natuurlijk hebben we een klap gehad en kunnen we even geen risico’s nemen, maar je kunt het jezelf niet verwijten, iedereen zat in hetzelfde schuitje.”

Harry Tupan, directeur van het Drents Museum in Assen

“Corona is natuurlijk een ongelooflijke nekslag geweest voor de cultuursector”, zegt directeur Harry Tupan. Op 15 maart 2020 kwam hij terug uit Mexico-city. Hij was daar om de tentoonstelling van Frida Kahlo voor te bereiden, een van de allergrootste en belangrijkste projecten van het Drents museum ooit. “Ik landde op een compleet leeg Schiphol en de trein terug naar het Noorden was ook leeg. Dan besef je wel dat er iets aan de hand is.”

“Toen bekend werd dat de musea dicht moesten, hebben wij met het bestuur denk ik een heel belangrijk en wijs besluit genomen door de tentoonstelling van Frida Kahlo en een archeologische tentoonstelling over Armenië te verplaatsen. Dat is onze reddingsboei geweest. Als je een tentoonstelling doorschuift, maak je ook geen kosten.” In plaats daarvan kwam er een tentoonstelling over Henk Helmantel in de grote zaal van het Drents museum te hangen. “Ik dacht dat de regio sneller naar het museum zou komen, dan mensen van ver, door de reisbeperkingen. Dat heeft goed uitgepakt.”

loading

Momenteel staat het museum er financieel goed voor en hebben ze al het personeel aan boord weten te houden. “We draaien zwarte cijfers en staan er financieel beter voor dan voor de coronacrisis, omdat we veel kosten hebben uitgesteld. Ik weet niet wat dat gaat betekenen voor volgend jaar.” Het Drents museum ontving in 2020 90.000 bezoekers, minder dan de helft van wat er in een pre-corona jaar over de vloer kwam. “We zijn veel inkomsten misgelopen, maar we mogen niet klagen, want de hele samenleving staat er zo voor. We hebben onze tijd nuttig ingezet.”

“Persoonlijk ben ik ook mijn tijd anders gaan indelen. Voor corona ging ik nog naar Rotterdam of Den Haag voor een vergadering, dat ga ik nu nooit meer doen. Online vergaderen is voor ons allemaal een uitkomst. Aangezien ik ook wat eerder vrij was afgelopen jaar, weet ik nu wat het is om een avondje lekker te Netflixen en heb ik geleerd hoe ik op Instagram moet. Er is een wereld voor me open gegaan.”

Sinds een paar weken is Tupan weer van vroeg tot laat op het werk, ook door de versoepelingen die er nog aan staan te komen. “Mijn collega’s en ik kunnen niet wachten om weer terug naar normaal te gaan. We hebben een dijk van een programma staan met Frida Kahlo, In de ban van de Ararat - Schatten uit het oude Armenië en Vincent van Gogh. Zodra ik weer op reis kan, spring ik in het vliegtuig of in de trein en ga ik weer op zoek naar nieuwe schoonheid voor het museum. Daar kan ik niet op wachten. Voor de komende weken zijn er alweer een paar duizend kaartjes gekocht. We zijn bijna van de hele ellende af en dan kunnen we elkaar weer zien en ontmoeten.”

Rowin Penning, bestuurslid Noord-Nederlands Trein &Tram museum in Zuidbroek

Het Noord-Nederlands Trein &Tram museum viert dit jaar hun twintigjarige jubileum, al had bestuurslid Rowin Penning dat heel anders voorgesteld. “Dit is een van de moeilijkste jaren sinds ons bestaan. Begin december was ons totale banksaldo 3,75 euro, dat was best erg. We hebben een vaste bron van inkomsten door donateurs en sponsors en zijn gelukkig ondersteund door de Gemeente Midden-Groningen. Daardoor staan we er nu beter voor. Zonder die hulp hadden wij een jaar geleden de deuren wel kunnen sluiten.”

Het museum kwam voor veel steunregelingen niet in aanmerking, omdat het een vrijwilligersmuseum is. “Er wordt gekeken naar je vaste lasten en de voorwaarden om voor steun in aanmerking te komen zijn streng. Aangezien wij een klein museum zijn, kwamen we vaak niet in aanmerking voor coronasteun. Dat is me wel een doorn in het oog.”

Penning besloot echter niet bij de pakken neer te gaan zitten en is aan de slag gegaan met inzamelingsacties. Zo zette hij coronagift.nl op, waar het museum samen met twaalf andere musea steun vroeg van het publiek. “Dat liep wel goed. Bezoekers konden bijvoorbeeld een vooruitbesteld toekomstbewijs kopen om ons te helpen.” Het museum heeft het door corona behoorlijk zwaar te verduren gehad, maar we zijn er zonder al te veel kleerscheuren uit gekomen. “Aangezien we geen vaste loonkosten hebben, waren we het de afgelopen jaren wel gewend om met minimale middelen de toko te runnen. Dat werd minimaler, maar inmiddels gaat het wel weer iets beter.”

loading

Naast de financiële puzzel, had Penning moeite om de vrijwilligers gemotiveerd te houden. “Vrijwilligers willen kaartjes verkopen of mensen rondleiden, dat viel natuurlijk allemaal stil. Aangezien we een aantal vrijwilligers in de risicogroep hebben door een hogere leeftijd of andere aandoeningen, waren die soms angstig om met corona besmet te raken, wat terecht is natuurlijk. Op dit moment hebben we 60 vrijwilligers, maar als er morgen nog tien bijkomen, is dat ook welkom.”

“Ik kijk positief naar de toekomst en ben blij dat we nu weer op een veilige manier open zijn gegaan, al had dat drie maanden geleden natuurlijk ook al gekund. Er is zoveel ruimte bij ons,

we kunnen wel 15 meter afstand houden in plaats van 1,5 meter. We zullen wel de rest van 2021 extra activiteiten moeten organiseren om de stroom bezoekers weer op gang te brengen. In juni zal een van onze uitgestelde exposities te zien zijn over oorlog en vrijheid en de rol van de spoorwegen in de Tweede Wereldoorlog. Verderop in de zomer komt er een expositie over treinen in Friesland. We doen dat gefaseerd en hopen daarmee meer mensen naar het museum te krijgen.”

Bertus van den Hof, bestuurslid Klompenmuseum in Eelde

Het Klompenmuseum bestond in 2020 dertig jaar. “Daar zouden we een mooi feest van maken met een tentoonstelling Houten Couture,” zegt bestuurslid Bertus van den Hof. De uitnodigingen voor de opening op 27 maart 2020 waren de deur al uit, maar konden allemaal weer ingetrokken worden. “We hebben in 2020 300 bezoekers gehad, dat is 10 procent van wat we normaal hebben. We zijn in de zomer ook alleen maar in het weekend open geweest, omdat ons museum door alleen vrijwilligers wordt gerund. Die zitten allemaal in de risicocategorie. De meesten durfden een heropening nog niet aan, vandaar dat we alleen op zaterdag en zondag open gingen. Dat ging zo door tot aan november.”

Financieel heeft het Klompenmuseum een slecht jaar gehad. “We draaiden 29 jaar positief zonder subsidie van de Gemeente of Provincie met alleen maar vrijwilligers. Het 30e jaar was donkerrood. Gelukkig hebben we reserves, maar het is wel een aanslag op wat je hebt opgebouwd in de loop van de jaren.” Het Klompenmuseum is al jaren bezig met de eventuele verhuizing naar een grotere locatie, maar daar komt momenteel niets van terecht.

loading

Die verhuizing is wel nodig, want volgens Van den Hof heeft het Klompenmuseum de grootste collectie klompen die er wereldwijd is. “We hebben uit 43 landen over de hele wereld klompen, ook wel internationaal houten schoeisel. Momenteel hebben we klompen in bruikleen uit Tsjechië, Duitsland en Engeland, maar hebben we bijvoorbeeld ook een paar van modeontwerpers Viktor & Rolf.”

Doordat het museum lid is van de Museumvereniging, kregen ze wel projectsubsidies. Ook kwamen ze in aanmerking voor giften van de provincie Drenthe, het Kickstart Cultuurfonds en het Prins Bernhard cultuurfonds. “Met dat geld hebben we lawaai proberen te maken om positief in beeld te blijven. Zo hebben we radio-reclame gemaakt voor RTV Drenthe, zijn we momenteel bezig met een audiotour en hebben we een nieuw kassasysteem kunnen aanschaffen.”

“Een deel van het geld is ook naar de vrijwilligers gegaan. Het bestuur belde om de zes weken met alle 55 vrijwilligers om contact te houden. Ook hebben we vorig jaar een stuk banket gebracht bij de vrijwilligers in de vorm van een klomp en met Pasen een bloemetje. Zo probeer je toch het contact goed te houden, want voor sommigen was het een heel eng jaar.”

Het grootste gemis voor het Klompenmuseum was het wegblijven van grote groepen bezoekers. “We wachten af of die weer komen. In oktober hebben we Oktobermaand

Kindermaand in Drenthe. Kinderen hebben dan gratis toegang en krijgen een speciaal programma. Het zou heel fijn zijn als grotere groepen dan weer mogen, zodat we schoolklassen kunnen ontvangen.”

Fronique Oosterhof, directeur GRID, Grafisch Museum Groningen

Het GRID Grafisch Museum is het afgelopen jaar zonder al te veel kleerscheuren doorgekomen. “Ondanks het feit dat we maar een derde van de bezoekersaantallen hadden vorig jaar, hebben we aan de overheidsregelingen zoals de NOW, TVL en de TOGS veel gehad, dat is echt fijn. Ook hebben we aanvragen gehonoreerd gekregen bij het Kickstart Cultuurfonds en bij de Gemeente. We zijn er tot nu toe goed uitgekomen,” zegt directeur Fronique Oosterhof.

Het museum heeft het afgelopen jaar gebruikt om veel online te doen. “Zo hebben we via Instagram en Facebook een digitale versie gemaakt van de doe-activiteiten, zoals workshops grafische technieken. Een ander initiatief dat we hebben genomen is een museumdrukkerij op wielen, een mobiel museum met een aantal onderdelen uit onze collectie aan de hand waarvan je een les, een lezing of een workshop kan geven. Zo kunnen we op een kleinschalige manier naar mensen toegaan voor wie de drempel van een museum soms wat te hoog is. We zijn nu bijvoorbeeld bezig aanbod te ontwikkelen voor mensen in verzorgingstehuizen, een groep waar we in het museum zelf niet specifiek iets voor hadden.”

“Het plan voor het mobiel museum lag er al, maar door de coronacrisis werd de urgentie groter. “We hebben ook ervaren dat mensen het ook leuk vinden om met een klein gezelschap iets exclusiefs te doen. Daarom hebben we ook ingezet op workshops voor kleinere gezelschappen, zoals marmeren en papierscheppen, echte doe-dingen, die we voorheen vooral voor groepen organiseerden. Daar gaan we zeker mee door de komende tijd.”

loading

Oosterhof vond het soms lastig om gemotiveerd te blijven het afgelopen jaar. “Je wist gewoon niet waarvoor je dingen deed en moest continu schipperen tussen verschillende scenario’s. Het kon tijdens persconferenties alle kanten op gaan. Weken voorbereiden en klaarstaan om vervolgens niet open te mogen, dat was het lastigste.”

“Het was verdrietig dat de musea als eerste dicht gingen en als laatste weer open mochten, terwijl we zo ons best deden. Aan de lobby van de Museumvereniging hebben we wel veel gehad, daardoor was er na iedere persconferentie wel duidelijk wat er ging gebeuren en aan welke protocollen wij ons moesten houden. Ook hier in Stad en Ommeland merkte je de verbintenis. In maart vorig jaar hebben we bijvoorbeeld snel met een paar musea in de stad desinfectiemiddelen kunnen inkopen. Dan merk je toch dat we samen sterk staan.”

Nu het museum weer open is, wordt er positief naar de toekomst gekeken. “We hebben ons vrijwilligersbestand kunnen vasthouden, ons netwerk goed kunnen onderhouden en we zijn erin geslaagd goed in beeld te blijven bij ons publiek. De eerste kinderfeestjes zijn alweer gereserveerd en de eerste schoolklassen komen na de zomervakantie. We hebben vorig jaar een nieuwe ruimte en een nieuwe tentoonstelling geopend, die nog maar weinig mensen gezien hebben, dus we hopen dat mensen nu hun kans pakken.”

“We gaan gewoon lekker door. Ik denk dat het dramatischer is voor grote musea is in de Randstad, die veel meer afhankelijk zijn van buitenlands toerisme. Zolang het binnenlands toerisme weer aantrekt en de scholen weer open gaan, ben ik wel optimistisch over de komende periode.”

Peter Sluiter, directeur Nationaal Gevangenismuseum Veenhuizen

Directeur Peter Sluiter van het Gevangenismuseum in Veenhuizen kijkt met minder vertrouwen naar de toekomst. “Ik heb in de coronatijd geleerd dat alles volgende week weer anders kan zijn en zie de komende tijd met heel veel reserves en weinig basaal vertrouwen tegemoet.” Normaal ontvangt het museum zo’n 800 tot 1200 bezoekers per dag. Dat was tijdens de zomer van 2020 hoogstens 390.

“De voor een gezonde exploitatie noodzakelijke bezoekersaantallen halen we dit jaar bij lange na niet en als directeur kijk je toch naar de cijfers. De bezoekcijfers waren in 2020 onder de maat en de exploitatiecijfers lieten een dikke strop zien. Qua bezoekersaantallen wordt 2021 voor ons onvermijdelijk het slechtste jaar ever, we hebben tot juni geen ticket verkocht. Normaal hebben we alleen al in mei 15.000 bezoekers. Ik denk dat we dit jaar ruim 2 ton verlies leiden. We vallen dan gelukkig niet om, omdat we een redelijke reservepositie hebben, maar het is wel heftig.”

Het Gevangenismuseum krijgt NOW en TVL van het Rijk en ook van de Provincie heeft extra subsidies gegeven. “Die extra steun die wij van overheden kregen, verdween voor een deel naar het Ministerie van Sociale Zaken. Subsidie wordt in het kader van de NOW regeling als omzet gezien en als je extra omzet krijgt, krijg je minder NOW. Niemand heeft dat zo bedoeld, maar zo lopen we wel 40 procent van subsidies mis. Voordat we deze slag te boven zijn, zijn we vier jaar verder. Dat betekent ook dat we zuinig moeten leven.”

loading

Sluiter heeft gelukkig geen personeel hoeven ontslaan, maar oproepkrachten hadden een periode lang geen werk.“Aan de ene kant moet je als directeur proberen om je mensen gemotiveerd te houden, dat is lastig als je voortdurend dicht bent. We zijn van 50 naar 30 loonstroken per maand gegaan tijdens corona. Daar gaan we de zomer niet mee doorkomen, want ik heb die oproepkrachten wel weer nodig voor in het museumrestaurant.”

Voor de vaste medewerkers probeerde Sluiter andere werkzaamheden te verzinnen. “Het bleek dat onze koks heel goed konden schilderen, dus heb ik ze kwasten en schuurpapier gegeven, zodat ze een stuk onderhoud konden doen in het museum. De medewerkers in de bediening bleken ook goed inzetbaar bij collectieregistraties. En we hebben met de restaurantmedewerkers een depot verhuisd. Zo probeerden we van de nood een deugd te maken. Daar waren de werknemers ook blij mee, want ze zagen in hun omgeving dat horecacollega’s de bons kregen.”

Komende zomer staan er weer voorzichtig dingen op het programma. “Elke volgende stap stemmen we af met onze vrijwilligersraad die onze 120 vrijwilligers vertegenwoordigt. We gaan met één boevenbus rijden, een oude gevangenisbus waarmee we door het dorp rijden met chauffeur en gids. Ook gaan we weer excursies naar de gevangenis naast het museum doen met 12 bezoekers in plaats van 25. Eind augustus hebben we de Bajescamping op ons binnenterrein. We gaan nog niet voluit, maar wel voorzichtig weer beginnen.”

Joost van Linge, coördinator Klokkengieterijmuseum en het museum Slag bij Heiligerlee

Joost van Linge is coördinator van het Klokkengieterijmuseum en het museum Slag bij Heiligerlee. Twee musea aan weerszijden van een straat die samenvallen onder één stichting. Jaarlijks komen er zo’n 4000 bezoekers, maar in 2020 waren de musea grotendeels dicht. “We runnen de stichting met 24 vrijwilligers. Ik ben met mijn 71 jaar een van de jongsten, dus we konden het onze mensen niet aandoen om ze bloot te stellen aan het coronavirus. Vorig jaar zomer besloten we dicht te blijven, voor onze mensen en omdat we niet aan de voorwaarden konden voldoen. Zo konden we de bovenverdiepingen niet gebruiken omdat de trappen te smal zijn. Ook hebben we geen online reserveringssysteem.”

“Pas in september openden we onze deuren weer voor het eerst, voor een korte tijd. Qua inkomsten was het een rampjaar, maar de gemeente heeft ons goed ondersteund met het opvangen van verliezen. Het grappige is dat we door niet open te gaan er beter afgekomen zijn dan door wel open te gaan. We hebben geen variabele kosten als we de deur op slot draaien.”

De musea in Heiligerlee moeten het vooral hebben van groepsbezoek en busvakanties uit Duitsland. “De reisbeperkingen van Duitsland naar Oost-Groningen zijn voor ons erg belangrijk. Vorig jaar konden er maar 15 bezoekers in een bus, waar normaal 48 in gaan. Zo’n reis wordt dan veel te duur, dus de busvakanties uit Duitsland bleven uit. Het toerisme van de rest van het land naar Oost-Groningen zagen we wel toenemen, dat komt vooral door de aardbevingen. Doordat we veel in het nieuws zijn geweest, zijn we toch op de kaart gezet in de rest van het land.”

Van Linge vertelt dat de stichting de bedrijfsvoering van beide musea wel gaat veranderen. “Vroeger werd iedere bezoeker persoonlijk rondgeleid, dat is niet meer vol te houden qua vrijwilligers. Sommigen zijn echt op leeftijd, die gaan hun vrijwilligerswerk afbouwen. Het overgrote deel is met pensioen, we hebben één jonge geschiedenis leraar erbij van midden twintig. Bovendien hebben we een paar collega’s met onderliggend lijden die zolang het coronavirus rondgaat, niet in de buurt kunnen zijn. We gaan steeds meer toe naar bezoekers die op eigen houtje door de musea heenlopen. Bij het Klokkengieterijmuseum gaat dat makkelijker, daar hoeft niet echt een verhaal verteld te worden.”

De meeste vrijwilligers zijn inmiddels ingeënt en Van Linge hoopt komend jaar weer inkomsten te genereren. “We hebben al drie huwelijken op het programma staan en een grote groep in het najaar. Uiteindelijk runnen we het museum omdat je iets leuks te vertellen hebt aan mensen.”

Harrie Wolters, directeur Hunebedcentrum Borger

“Voor corona kwam, stond het museum er niet zo goed voor, dus toen hebben we wat maatregelen genomen. Zo hebben we van veel oproepkrachten afscheid genomen en veel samenwerkingen met externe bedrijven stopgezet. Toen corona begon in maart was dat een groot voordeel,” zegt Harrie Wolters, directeur van het Hunebedcentrum.

“In maart hebben we alles op een laag pitje gezet. We deden geen investeringen en hebben alles qua onderhoud en schoonmaak zelf gedaan. Gelukkig hebben we niemand meer hoeven ontslaan en met de noodsteun zijn we er aardig doorheen gekomen, maar we moeten nu wel weer wat geld gaan verdienen, anders komt het niet goed.”

Het Hunebedcentrum ontving in 2020 50.000 bezoekers, terwijl ze in een normaal jaar 90.000 ontvangen. “Ons museum moet 85 procent zelf inverdienen met de kaartjes, de horeca en de museumwinkel, dus we zijn erg afhankelijk van de bezoekersaantallen. Die inkomsten mis je wel allemaal en dat heeft lang stil gestaan.”

loading

“Het is zo zonde bijvoorbeeld dat er afgelopen zomer soms wel 1000 mensen op ons terrein liepen, maar dat we door de coronamaatregelen maar 400 mensen naar binnen mocht laten. De overige mensen moesten we laten lopen, terwijl ze wel graag een kaartje wilden kopen. Het moeilijkste is dat de maatregelen steeds veranderen en dat je alles continu moet aanpassen aan weer nieuwe omstandigheden. Het is iedere keer opschalen en afschalen en de medewerkers weten ook niet waar ze aan toe zijn. Dat maakt het moeilijk.”

Wolters en zijn team hebben de extra tijd gebruikt om projecten op te starten. “In de digitale wereld zijn we behoorlijk aan het bouwen geweest. Zo hebben we een studio ingericht voor online lesgeven op allerlei scholen, hebben we een online multimediatour gestart en zijn we een podcast begonnen. Dat heeft wel vruchten afgeworpen en we gaan er zeker mee door. Niet dat het geld opleverde, maar wel aandacht voor de hunebedden.”

Het openlucht-deel van het museum was al een paar weken open, maar sinds 5 juni is ook het binnengedeelte weer te bezoeken. ”De toekomst zien we positief tegemoet. Ik ga ervan uit dat we nu langzamerhand weer terug naar normaal gaan en weer helemaal open mogen. Het binnenlands toerisme heeft zich goed ontwikkeld en er wordt nog veel geïnvesteerd in bungalowparken in de buurt. In het Pinksterweekend hadden we bijna 800 bezoekers, zonder dat we reclame hadden gemaakt. Dat zegt ook wel wat over de komende periode denk ik.”

Karlijn Donders, coördinator marketing en communicatie Noordelijk Scheepvaartmuseum

“Wij hebben gelukkig geen blijvende schade overgehouden aan de coronacrisis,” zegt coördinator marketing en communicatie van het Noordelijk Scheepvaartmuseum Karlijn Donders. “Zonder de subsidies van de gemeente en provincie, hadden we wel in zwaar weer gezeten.”

In totaal ontving het museum ongeveer 24 procent van het gangbare aantal bezoekers in 2020. “In de zomerperiode was het opvallend dat we vooral bezoekers kregen uit Brabant. Veel Nederlanders waren nog nooit in eigen land op vakantie geweest en dachten: ik ga eens naar Groningen. Daartegenover stond natuurlijk dat buitenlandse toeristen niet kwamen.”

Het Universiteitsmuseum, het Grafisch museum en het Noordelijk Scheepvaartmuseum stelden begin maart samen een persbericht op om de voorlopige sluiting aan te kondigen. “We hebben een goede samenwerking onderling met de musea in de stad. En ja, dan zit je ineens met z’n allen thuis. Het grote voordeel was dat we vlak daarvoor over waren gestapt op Microsoft Teams, dus online vergaderen ging hartstikke goed. Inmiddels is en blijft thuiswerken een vast onderdeel van ons werk.”

loading

Het contact onderhouden met vrijwilligers vond Donders wel lastig. “We hebben veel oudere collega’s in de risicogroep, dus toen het museum sloot in maart 2020 hebben we meteen medewerkers nieuwsbrieven verstuurd. Werknemers konden ook zelf een verhaal opsturen om te vertellen hoe ze er thuis bij zaten. Het grootste gemis vond ik persoonlijk dat je niet het contact hebt met alle vrijwilligers, die hun tijd belangeloos in het museum steken. Bellen of online vergaderen kan wel, maar daarvoor zijn mensen geen vrijwilliger geworden. Sommige mensen werkten al 15 jaar elke zaterdag achter de balie, die vielen in een gat, hun leven lag ineens stil. De reuring in het museum heb ik ook gemist. Dat bezoekers vertellen hoe het op de vaart bij hun grootouders was als ze onze collectiestukken zien.”

In de zomer mocht het museum weer open. “We waren heel druk bezig geweest om het museum klaar te maken voor heropening. Bezoekers moesten hun handen kunnen desinfecteren, 1,5 meter afstand kunnen houden, een mondkapje op en in eenrichtingsverkeer lopen. Er moest ook een online reserveringssysteem komen. Dat heeft best veel tijd gekost.”

Het Scheepvaartmuseum is momenteel bezig met een transitie naar algemeen historisch museum van de provincie Groningen, daar zijn ze de komende tijd erg druk mee. “Zo’n omslag heeft impact op alle onderdelen van het museum. We zijn er al bijna tien jaar mee bezig, maar we hopen dat eind 2023 bezoekers naar het resultaat kunnen kijken.”


Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur