Veertien theatersolo’s, misschien wel duizend liedjes en columns, auteur van zeven boeken. En daarnaast: cum laude afgestudeerd als beeldend kunstenaar (pseudoniem Malfet), leverancier van teksten voor Adèle Bloemendaal, Karin Bloemen, Erik van Muiswinkel, Hans Dorrestijn en anderen. Meer dan dertig jaar zorgde Jeroen van Merwijk voor verwarring met zijn genadeloze virtuositeit. In zijn woning in Sainte-Juliette, nabij Toulouse, is hij woensdag in de vroege ochtend overleden.

In december 2019 werd bij hem een tumor op zijn lever geconstateerd, met als uiteindelijke diagnose: uitbehandeld. Jeroen van Merwijk trok zich daarna terug in Frankrijk en stond Cornald Maas toe voor het programma Volle Zalen een aangrijpend tv-portret te maken.

Maar hij bleef aan het werk in zijn atelier en schreef het boekje Kanker voor beginners . Luchtig van toon. Hij had nu eenmaal een antenne voor het absurde en schetste ook „hoe lief mensen voor je zijn in zulke omstandigheden”.

Ironie en sarcasme was zijn domein

Men mocht best weten dat het leven altijd zwaar voor hem is geweest. Opeens voelde het alsof een last van hem werd afgewenteld. Niet toevallig werd Het leven is kut een van zijn bekendste liedjes.

Wonderlijk, 2019 werd voor hem een belangrijk jaar, mede door de Oudejaarsconference Was volgend jaar maar vast voorbij . Hij was niet van water bij muffe wijn. Het raakvlak van ironie en sarcasme was zijn domein.

Zijn publiek – 200 of hooguit 300 soms, maar ook wel eens 30, nog voor de tijd van corona – sprak hij aan als ‘vrienden.’ In de theaterzaal noemde hij zichzelf Meneer Van Merwijk.

Edison Oeuvre Prijs

Werken was bij hem niets anders dan creatieve noodzaak. Vandaar dat hij het cabaret en de beeldende kunst naast elkaar beoefende. Aan het eind van zijn leven werd hem de eer van een Edison Oeuvre Prijs toegekend. Deze bestond niet eens meer, maar zelden was de trofee zo op zijn plaats. In dit gebaar zat nationale erkenning, maar wellicht ook een verwijt richting VARA die zijn shows nooit op tv bracht. Volgens hem heerste bij de omroep het misverstand dat liedjes een ‘zapmoment’ vormen.

loading

Jeroen van Merwijk wilde geen lollige cabaretier zijn, absoluut geen entertainer. Het brede publiek heeft hij nooit geambieerd. Hij maakte fijnzinnige liedjes aan de gitaar, beoefende literair getinte grappen, was fabelachtig goed in subtiele rijmvondsten.

Toneelbeeld uit 2013: aan een tafeltje doopt hij zijn pen in zwarte inkt, maakt een tekening en levert intussen zijn monologen aan. Bizar, een beetje navrant en doortrokken van montere weemoed. In die voorstelling meldde hij dat hij ondergronds ging, geen vrienden meer hoefde te maken. De overweging: „Het bedrijven van cabaret is doorgaan tot ze alles leuk vinden.”

Verbluffende invallen in tekst en taal

Toch stond hij later weer op het podium. In 2019 zag ik hem zelfs twee keer optreden. Jeroen van Merwijk realiseerde zich wat hij zuigend, zalvend en drammend teweeg bracht. Op die manier stalde hij verbluffende invallen in tekst en taal op een treffende plek. „Immers, het kan alleen maar minder worden. Het is al niet veel...” En in superieur cynisme: „Wat ik doe, kunnen alleen de hele groten.”

Het slepende stemgeluid, de achteloze opmerkingen... Uniek in de ware betekenis. Onvergetelijk voor mij is zijn recept voor ‘Jonge poesjes in rodewijnsaus’.

Bedankt, meneer Van Merwijk!

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
In memoriam