De ‘Shows’ van Marinus Boezem bestaan uit lucht, beweging, geur en geluid. Deze hoogtepunten van de conceptuele kunst uit de jaren 60 zijn nu te zien in het Kröller-Müller Museum in Otterlo.

Strak in driedelig pak en met nette scheiding bracht kunstenaar Marinus Boezem (87) in de jaren 60 zijn werk aan de man bij musea en galeries. In zijn leren attachékoffertje: voorstellen voor tentoonstellingen met de naar amusement lonkende titel Shows. Ruim vijftig jaar later worden alle vijftien Shows voor het eerst als serie uitgevoerd. Museum Kröller-Müller heeft de primeur.

,,Er was wat lef voor nodig’’, zegt Boezem over zijn toenmalige actie. ,,Maar ik heb een communicatief karakter en vind praten leuk. Dus heb ik het aangepakt als een soort handelsreiziger.”

Een vlotte babbel was geen overbodige luxe want wat Boezem uit zijn koffertje tevoorschijn toverde, kon wel wat retorische ondersteuning gebruiken. ,,Het waren heel primaire tekeningen, vergelijkbaar met architectonische schetsen. Ik zette wat lijntjes neer, zakelijk en schematisch, en voor de rest geen flauwekul.”

Ook inhoudelijk verschilden Boezems tentoonstellingsvoorstellen nogal van de schilderijen en sculpturen waar museumdirecteuren en galeriehouders aan gewend waren. In veel Shows speelde lucht een belangrijke rol.

Zo laten ventilatoren in één expositie de kleden op tafels en de gordijnen in het kozijn wapperen. In een andere bewegen bezoekers afwisselend door warme en koude lucht. En in weer een derde zorgt een om zijn as draaiend paneel voor een licht kolkende wind in de zaal.

loading

De Groene Kathedraal

Zijn geurplastiek behoort tot de Shows die eens eerder zijn getoond, deze in de toenmalige nieuwbouw van het Stedelijk Museum Amsterdam. ,,Ik had contact opgenomen met de fabrikant van wc-geurblokjes. De blokken in verschillende kleuren en geuren heb ik aan draden geregen die als een soort kralengordijn dwars door de zaal hingen.’‘

,,In de loop van de tentoonstelling sijpelde de geur naar beneden, door het restaurant naar het oude deel van het museum. Stonden bezoekers bij een Mondriaan te genieten met een toiletsfeer om zich heen. Sommige mensen werden kwaad: die Boezem probeert ons voor lul te zetten. Maar dat was niet zo. Ik was geïnteresseerd in de omzetting van vast naar gas en van kleur naar geur.”

Toch waren zijn Shows zeker ook bedoeld als provocatie, geeft Boezem toe. ,,Het is toch waanzin dat kunstenaars maar blijven schilderen en in steen hakken. Al die kunst hoopt zich op terwijl er geen vraag naar is. Je kunt er beter voor zorgen dat er vraag is en zelf je werk promoten.”

Die drang om gezien te worden is ook de reden waarom Boezem zich al vroeg toelegde op kunst in de openbare ruimte. Zijn beroemdste werk is De Groene Kathedraal (1987) in de Flevopolder, waarin hij het grondplan van de kathedraal van Reims één keer uitvoerde met de aanplant van populieren en één keer als uitsparing in een eikenbosje verderop.

Het gotische bouwwerk, dat Boezem beschouwt als hoogtepunt in de westerse beschaving, komt terug in meer werken. Hij legde de plattegrond met basaltblokken bij de stormvloedkering in Zeeland en verving bij Paleis Het Loo de pilaren door boomstronken uitgevoerd in brons. Boezem: ,,In een nieuw werk wil ik alle connotaties van de gotische architectuur – maat, schaal, materiaal – vastleggen op chips en die met een raket van Elon Musk de ruimte in laten schieten.”

Het zegt iets over de grenzeloosheid van Boezems creativiteit. ,,Ik beschouw de hele wereld als context van een kunstwerk of kunstgedachte’’, zegt hij. ,,Ik heb eens een reclamepiloot ingehuurd die met rookwolken letters kon schrijven in de lucht. Ik dacht: als je 7UP kan laten vliegen dan kan de naam Boezem ook. Signeren is in de kunst zo belangrijk: als er geen naam op staat, heb je een miskoop gedaan. Maar ik heb de hele wereld meteen gesigneerd.”

Alleen de foto’s nog

Van die actie zijn alleen foto’s over. Inmiddels worden die gekoesterd in museale collecties, maar toentertijd kon men er maar weinig mee. Ook de Shows konden aanvankelijk niet rekenen op veel enthousiasme.

,,Jean Leering, toen directeur van het Van Abbe Museum, zag Shows niet zitten in het begin. Die dacht: die gozer kan totaal niet tekenen. Maar later nodigde hij me alsnog uit voor een tentoonstelling.’‘

,,Bij het Boijmans werd ik eerst verwezen naar de prentenafdeling. Later schafte het museum alsnog de hele serie aan, voor veel geld op de kunstbeurs Art Basel. Maar toen de conservator langs wilde komen om het werk te autoriseren, moest hij bekennen dat het zoek was geraakt in het depot. Ik kopieerde die tekeningen in vijftig- of honderdvoud en verstuurde ze gewoon per post. Museummedewerkers hadden ze niet herkend als kunst.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Beeldende kunst