De sculpturen van de Britse beeldhouwer Tony Cragg reizen langs de grootste exposities en musea over de hele wereld. En nu staan ze ook in en rond Museum Belvédère in Heerenveen.

Dagelijks zijn er mensen te vinden, wandelend door het landschapspark rond Museum Belvédère in Oranjewoud . Het zijn de beelden van Tony Cragg (Liverpool, 1949) die, vooral in de weekenden en met mooi weer, veel belangstelling trekken. Niet alleen van echte liefhebbers, maar ook van gezinnen met kinderen die eropuit getrokken zijn. Iedereen kan hier in aanraking komen met kunst met hoofdletter K.

Want Tony Cragg, die woont en werkt in Wuppertal, is geen eredivisie, maar Champions League. Hij hoort in een rijtje hedendaagse kunstenaars die bekend zijn over de hele wereld, zoals Jaume Plensa (van de fontein Love in Leeuwarden), Christo, Sean Scully of – van iets langer geleden – Henry Moore, Jean Tinguely en Joan Miró. Voor een provinciaal museum als Museum Belvédère eigenlijk een maatje te groot. Of twee.

loading

Min of meer toevallig kwam museumdirecteur Han Steenbruggen ooit in contact met Cragg. Hij had een museum bezocht in Bonn en had tijd over. Hij dwaalde door de stad en belandde op een onooglijk plein. Hij was beslist doorgelopen, had er geen beeld van Tony Cragg gestaan. ,,Fascinerend. Dat beeld vroeg erom eromheen te lopen. Je zag steeds weer andere gezichten of ledematen, rotsformaties, zandduinen of wervelingen van de wind...’’ Hij bleef maar rondlopen en kijken hoe licht en schaduw steeds weer andere vormen toverden. ,,Alle elementen van de natuur zag je erin terug: landschap en lichaam.’’

Onbereikbaar als een Picasso

Steenbruggen was toen druk met het werk van de Friese kunstenaar André de Jong, die ,,dezelfde verbanden legt’’. Maar in tegenstelling tot De Jong, was Cragg voor Belvédère onbereikbaar. ,,Als een Picasso.’’ Ook dacht Steenbruggen toen helemaal niet na over een buitenexpositie. ,,Indertijd was dat niet mogelijk.’’ In het door Michael van Gessel ontworpen museumpark – in eigendom bij Staatsbosbeheer – was geen ruimte voor exposities. Dat zou het strakke stramien en de rechte zichtlijnen doorbreken. Het werk ,,was er bovendien niet af te sluiten, en niet te verzekeren’’.

Maar de focus van het museum veranderde geleidelijk, en de afgelopen jaren stelde Staatsbosbeheer zich soepeler op. Tijdens Fotofestival Noorderlicht in 2012 mochten er voor het eerst houten installaties worden gebouwd voor het museum en langs het pad richting Landgoed Oranjewoud. Daarna verscheen er tijdelijke landschapskunst in het groen, en stonden er beelden van Auke de Vries, Reinier Lagendijk of Ids Willemsma, zoals diens monument voor Foekje Dillema.

loading

Nu is het park voor het eerst een beeldentuin. En dat is te danken aan verzamelaar Gerhard Roetgering en de ruimhartige medewerking van Staatsbosbeheer. Steenbruggen: ,,De gedachte om een beeldenpresentatie samen te stellen van één kunstenaar koesterde ik zeker, maar het leek me iets voor de verre toekomst, totdat Roetgering me attendeerde op een bijzondere mogelijkheid.’’ De verzamelaar was tijdens een expositie-opening in Wuppertal in gesprek geraakt met Cragg en had hem gewezen op de bijzondere locatie van Museum Belvédère. ,,Als ik wilde, kon hij een afspraak regelen.’’

Vorig jaar bezocht Steenbruggen het atelier van de in Groot-Brittannië geboren en opgeleide kunstenaar. Hier zag hij de bron van de beeldenstroom die zich vanuit Wuppertal over de wereld verspreidt, de organisatie en logistieke operatie achter de kunstenaar. Maar hij zag er ook de schetsen en aquarellen, prototypes in hout en vroege werken in glas, waaruit hij een keuze mocht maken. In vier kabinetten van het museum zijn deze te zien als een kleine samenvatting van de lange loopbaan van kunstenaar en hoogleraar Cragg.

Sprong in de rivier

Als hem wordt gevraagd zijn kunstenaarschap te typeren en de plek die deze inneemt in de beeldhouwkunst, dan gebruikt Cragg vaak de metafoor van de rivier. In 1969 sprong hij in deze stroom, waarin al veel voorbij was gekomen en nog veel in aantocht was. Hij beoordeelde die tijd als zeer gunstig ,,vanwege de explosieve mengeling van bewegingen, opvattingen en richtingen waardoor ik in beeldhouwkunst geïnteresseerd raakte. (...) Die stortvloed aan namen, werken, bewegingen, ‘ismen’ en opvattingen leidde alleen maar tot het besef dat iedere bezigheid die licht werpt op de invloed die materialen op ons hebben, wat ze ons vertellen en hoe ze ons vormen, een activiteit van fundamenteel belang is, of je het nu beeldhouwkunst noemt of niet’’, zo citeert Jon Wood hem in de catalogus die bij de expositie verscheen.

loading

Een aquarel van hem uit 1969 verbeeldt een zwemmer. Het lichaam wordt door de schittering van het water gefragmenteerd, maar is er tegelijk mee verbonden. Cragg blijft aquarelleren en wie deze haast monochrome werken ziet, herkent bewegingen die later terugkomen in zijn beelden. Ze lijken een soort voorstudies. Echter in zijn beeldhouwkunst draait het eerst om voorwerpen uit het dagelijks leven, die hij door ze enorm uit te vergroten, loszingt van hun gebruikelijke betekenis. Het draait om de vorm, niet meer om de functie.

Centrale as

Rond zijn vijftigste kijkt hij in zijn werk niet meer alleen vooruit, maar ook terug. Verandering en ontwikkeling worden onderwerpen op zich. Het werk wordt minder figuratief, draait steeds meer om een gecompliceerde, dynamische beweging rond een centrale as, constateert Wood. Het lijkt wel of hij steeds meer de metaforische rivier probeert te vangen. Daarbij experimenteert Cragg met allerlei materialen, van brons, glas en hout tot glasvezel en kevlar.

loading

Als hij in 2008 het Skulpturenpark Waldfrieden Wuppertal opent, draagt dit bij aan de waardering voor zijn werk. Hier toont hij in de bosrijke omgeving niet alleen eigen beelden, maar ook die van tijdgenoten. De twee pijlers in zijn denken – kunst en natuur – komen hier samen. Bovendien laat hij zien van welke stroom hij deel uitmaakt, terwijl hij tegelijk de solitaire zwemmer blijft.

#

Heerenveen - Museum Belvédère: Oranje Nassaulaan 12, buiten (24 u per dag), na heropening di t/m zo 11-17 u, t/m 26 sept, bijbehorend boek (60 pag) kost 15 euro

Je kunt deze onderwerpen volgen
Beeldende kunst