In Faalmoed bundelde Stine Jensen columns, eerder gepubliceerd in Filosofie Magazine , in NRC Handelsblad , of op brainwash.nl ; ze voegde ook een ingekorte versie van haar Socrates-lezing toe, geschreven voor het Humanistisch Verbond.

Ze gaan over falen, liefde, schoonheid en leeftijd (vooral als in: ouder worden), onderwerpen die, al dan niet onderling verbonden, meestal worden belicht vanuit Jensens persoonlijke perspectief. Jensen is nadrukkelijk aanwezig, omdat zij veelvuldig put uit haar persoonlijke activiteiten en ervaringen.

Het format van de column staat diep graven nauwelijks toe. En al helemaal niet als je, zoals Jensen, graag eindigt met een aardige tournure, een relativerende vraag of opmerking die het voorgaande op losse schroeven zet.

Atheïst, maar wél spiritueel

Jensens lichte toon is aangenaam, maar weerspiegelt inhoudelijke lichtheid. Weliswaar is er geen regel die voorschrijft dat filosofie aan zekere eisen van zwaarte moet voldoen, maar ook niet eentje die zegt dat filosoferen zwaarte en diepgang moet vermijden. Dat laatste heeft echter toch Jensens voorkeur. Vaak als je denkt: hier moet de filosofische spade de grond in, blijkt ze in de volgende zin alweer verder te zijn gewandeld.

Bijvoorbeeld als ze meldt atheïst te zijn, maar wél spiritueel. Dat maakt nieuwsgierig. Wat houdt spiritueel én atheïst zijn eigenlijk in? Denken doe je met je geest en is een innerlijke dialoog voeren, maar als dat voldoende is om spiritueel te zijn, dan is iedereen spiritueel en wordt zo’n mededeling betekenisloos. Jensen zegt er niets over.

Met yogi-leermeesters is het oppassen geblazen

Misschien moet uit haar vele verwijzingen naar haar yoga-beoefening worden begrepen dat daar (haar) spiritualiteit in zit. In een lange column, getiteld Een veelkoppig monster (2) (die overigens ook leert dat het met yogi-leermeesters oppassen geblazen is, omdat sommigen hun leerlingen figuurlijk én letterlijk willen uitkleden) noemt ze het oefenen van onder meer de waarde ‘egoloosheid’ om je los te koppelen van egocentrisme, consumentisme, materialisme en narcisme.

Egoloosheid? Jensen gaat er niet nader op in, maar schreeuwt dat begrip niet om filosofische analyse? Is het een vorm van denken zonder innerlijke dialoog tussen het zelf en zijn voorstelling van zichzelf? Is het een staat waarin het zelf is vervluchtigd?

Als dat zo is, kan van zo’n innerlijke dialoog – en dus van denken – geen sprake zijn. Maar staat het dan niet los van alles en dus ook van ismen waarvan Jensen zich helemaal niet wil loskoppelen? Of zijn dat onbehaaglijke vragen, in Jensens columns liever omzeild?

Je kunt deze onderwerpen volgen
Boeken