Bert Schierbeek speelde vanaf 1951 een prominente rol in de Nederlandse letteren: als schrijver, adviseur, netwerker en belangenbehartiger. Graa Boomsma schreef zijn biografie.

Het is geen schande om in het geheugen te moeten spitten als de naam valt van schrijver Bert Schierbeek (1918 – 1996). Waar zouden we hem van moeten kennen? In de openbare bibliotheek zijn z’n boeken nauwelijks te vinden. Ook het baanbrekende Het boek ik niet.

Dan te bedenken dat er een 125 bladzijden tellende inventarisatie van zijn werk bestaat. In Niemand is waterdicht heeft biograaf Graa Boomsma voor de overzichtelijkheid een beknopte bibliografie opgenomen. Die is goed voor ruim veertig titels, van romans tot en met essays, van dichtbundels tot met toneelteksten.

Jeugd in Beerta

Wellicht dat de naam Schierbeek in Beerta nog iets oproept. In dat dorp bracht hij zijn kinderjaren door, omdat zijn vader, een onderwijzer in Overijssel, niet voor hem kon zorgen toen zijn echtgenote in Glanerbrug aan kraamkoorts was overleden.

Wellicht dat ze hem in Boekelo kennen. Daar werd Schierbeek als 12-jarige met zijn vader herenigd en beleefde hij een moeizame pubertijd. Hij was 24 jaar toen hij in 1942 eindelijk zijn gymnasiumdiploma behaalde en raakte als ‘adviseur’ betrokken bij een verzetsgroep.

loading  

‘Ik wist wat hen stond te wachten’, schreef hij na de moord op een aantal leden van de groep. ‘Zelf dook ik onder, samen met mijn vrouw, Frieda Koch. Niemand is waterdicht, als de duimschroeven worden aangedraaid kan de grootste held doorslaan.’ Schierbeek, intellectueel in wording, wist dat hij het van woorden moest hebben, van de taal en zijn pen.

Daardoor kon hij in 1947 bij de jonge uitgeverij De Bezige Bij een boek publiceren over zijn oorlogservaringen, Terreur tegen terreur . Het werd een commercieel succes, al waren de critici niet enthousiast. De vier romans daarna werden door De Bezige Bij geweigerd. Schierbeek schreef niet voor het grote publiek.

Pas in 1951 hapte de uitgeverij opnieuw toe. Dat gebeurde bij Het boek ik , een literair experiment opgebouwd uit autonome beeldspraak, symboliek, vrije associaties, herhalingen. Minder moraal, ratio en psychologie, ruim baan voor muzische aspecten als klank, ritme, contrapunt en refrein. Nieuw proza, heette het. Gerard Reve noemde het woordkakkerij. W.F. Hermans waardeerde het.

loading

Met Het boek ik liep Schierbeek voorop in de stoet jonge schrijvers die wilden breken met het verleden: Remco Campert, Rudy Kousbroek, Jan Elburg, Hugo Claus, Gerrit Kouwenaar, Koos Schuur, Simon Vinkenoog, Lucebert. Laatstgenoemde woonde een tijdje bij hem in huis en kreeg een verhouding met Frieda. Zijn huwelijk liep stuk. De vriendschap met Lucebert bleef.

In Niemand is waterdicht vertelt Graa Boomsma hoe de Vijftigers hun plek in het literaire landschap veroverden en welke bepalende rol Schierbeek heeft gespeeld om hun werk uitgegeven te krijgen. Hij moest lang praten om voor hen een voet tussen de deur te krijgen.

Boomsma laat ook zien hoe Schierbeek zich inzette voor overheidssteun aan schrijvers. Na het Schrijversprotest in 1963 en de oprichting van het Fonds voor de Letteren in 1965 was hij een van de auteurs die een beurs bemachtigde, waardoor broodschrijverij niet langer noodzakelijk was.

loading  

Daarna verliest de biografie aan spanning en enthousiasme. Het boek wordt een opsomming van reisverslagen, beschrijvingen van klusjes, besprekingen van publicaties en verslagen van optredens. Wederom: niet voor het grote publiek.

Jan Wolkers noemt Schierbeek ruimdenkend oprecht

Aan drama geen gebrek. In 1970 verloor zijn tweede vrouw, Margreetje van Zutphen, het leven bij een auto-ongeluk in Overijssel. Schierbeek begon zich terug te trekken op Formentera in Spanje. Mede dankzij ‘geldwolf’ Karel Appel had hij in 1962 op het eilandje bij Ibiza een huisje laten bouwen. In 1975 trouwde hij Thea Tulleken.

Schierbeek was geliefd. Alleen Jan Elburg kon hem niet uitstaan. In de woorden van Jan Wolkers behoorde Schierbeek tot ‘de uitzonderlijke mensen die door hun ruimdenkende oprechtheid iedereen wel als bloedverwant zou willen hebben.’

Het ruimdenkende verwijst ook naar zijn belangstelling voor andere culturen en levenswijzen, zoals in Spanje, Afrika en Mexico. Schierbeek was een van de eerste literaire schrijvers in Nederland die zich in Zen verdiepte. Dan was er nog zijn activisme: voor minderheden en andersdenkenden, tegen fascisme, kolonialisme, de wapenwedloop en apartheid.

De kritische en commerciële ontvangst van zijn werk bleef tegenvallen. Het mag een wonder heten dat zijn humeur en productie er niet onder hebben geleden. Pas na 1977, met de publicatie van het boek Weerwerk , keerde het tij enigszins. ‘Bert mocht zich verheugen in een groeiende belangstelling van collega’s en serieuze lezers’, noteert Boomsma. Ook kwamen er prijzen.

Bert Schierbeek heeft tot vrijwel op het laatst ‘vernieuwend’ proberen te schrijven. Zijn dichtbundel De zichtbare ruimte in 1993 voorzag hij van een hoofdletterloos credo: ‘de realiteit ontrafelen/ de rafels weer aan elkaar zetten/ zodat de scheuren/ zichtbaar blijven/ dichten dus’. Gevraagd of de tijd van het experiment voorbij was, antwoordde hij: ‘Als je niets nieuws meer onderneemt, wat zou je dan nog?’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Boeken