Jean Pierre Rawie is 70 jaar geworden en viert dat met een bundel door hem vertaalde gedichten plus beschouwingen bij die vertalingen. ‘Mijn eerste echte boek, geschreven als boek. Geen verzameling van eerdere gedichten of verhalen’, beloofde hij in een interview met deze krant.

Een boek dat gelezen kan worden als handleiding. ‘Achter in mijn dichtbundels neem ik al decennialang vertalingen op, waarmee ik hoop aan te geven in welke traditie men mijn eigen werk zou moeten lezen, een hint die door de meeste critici helaas niet begrepen wordt. Die gaan ervan uit dat een Nederlandse dichter slechts beïnvloed wordt door zijn Nederlandse voorgangers, en nooit iets over de grens leest’, schrijft hij.

Een stijlperiode die Vondel en Shakespeare voortbracht

Bedoelde traditie is de barok, een stijlperiode die Vondel en Shakespeare heeft voortgebracht. Vormvast, sonnetten et cetera. ‘In de tweehonderd jaar nadien werd de meeste barokpoëzie als gekunsteld, pompeus en te luguber geminacht, maar na de eerste Wereldoorlog is zij herontdekt (…) met zijn nadruk op de vergankelijkheid des levens en de paniek over het verglijden van de tijd.’

In Een luchtbel in een vluchtige rivier worden dichters voorgesteld die in Nederland nagenoeg onbekend zijn. Oude Italianen, Fransozen en Spanjolen uit de zestiende en zeventiende eeuw, met fraaie namen als Pieraccio Tedaldi, Francois Villon, Giovan Battista Marino en Lope de Vega. Ze mogen dan dood en vergeten zijn, hun gedichten blijken aangenamer om te lezen dan gedacht, en net zo fris en toegankelijk als het werk van Rawie zelf.

Soms opvallend serieus van toon

Ook de begeleidende beschouwingen zijn fijn: erudiet, grappig, leerzaam en zeer verzorgd geschreven, in een stijl die het midden houdt tussen die van Karel van het Reve en Godfried Bomans. Liefhebbers van zijn anekdotische en cultuurpessimistische columns komen in dit boekje aan hun trekken, ook omdat Rawie soms opvallend serieus van toon is. Hij wil niet alleen zijn voorgangers recht doen en hun context duidelijk maken, maar ook zichzelf, als dichter, verklaren.

Natuurlijk blijven er raadsels over. Zoals: hoe het kan dat de meest gelezen Nederlandse dichter van deze tijd zich miskend en onbegrepen blijft voelen, terwijl Maffeo Barberini (1568 – 1644) hem alles heeft voorzegd: ‘Roem is maar een gerucht dat komt en gaat./ Een luchtbel in een vluchtige rivier/ is de gelogen eer die ons de lier/ belooft, een gaaf zich niet geven laat.’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Boeken