De coronaperiode is voor de meeste artiesten een tijd van afzien geweest. Toch ontstonden het afgelopen jaar ook nieuwe bands. Skroetbalg bijvoorbeeld. De muzikanten speelden zich de afgelopen maanden flink in de kijker met hun Drentstalige rechttoe rechtaan punkrock.

Dankzij SP-Kamerlid Peter Kwint kwam Skroetbalg zelfs terecht op de officiële Spotify-playlist van de Tweede Kamer, wat er weer toe leidde dat de liedjes werden gedraaid op 3FM. Op Hemelvaartsdag stond de band zelfs in de finale van het Drèents Liedtiesfestival in Emmen. En de heren pakken door. In juni gaat Skroetbalg (Drents voor opschepper of patser) haar tweede EP opnemen bij Peter van Elderen, bekend van de roemruchte formatie Peter Pan Speedrock. Tijd dus om even bij te praten met dit ruige trio, dat bestaat uit bassist Boris Loman uit Meppel, zanger/gitarist Sander Broersma uit Klazienaveen en drummer Rutger Beuving uit Hijken.

De meeste bands stonden het afgelopen jaar noodgedwongen stil, maar jullie hebben juist een band uit de grond weten te stampen. Zou je kunnen zeggen dat jullie de coronatijd goed benut hebben?

Sander: „Ik denk dat je dat wel kan zeggen, ja. We bestaan inmiddels een jaar en hebben nu vijftien nummers, dus we zitten er wel achteraan. Behalve in het strengste deel van de lockdown hebben we met zijn drieën ook gewoon kunnen oefenen.”

Enkele maanden geleden verscheen jullie eerste demo. Waarom werd die uitgebracht op een ‘ouderwetse’ cassette?

Sander: „Dat vinden we gewoon een mooi medium. Zo’n fysiek ding dat je iemand opstuurt en dat je dan op moet zetten om te beluisteren.”

Boris: „We hebben op dit moment al 120 demotapes verkocht, van de 150. Het wordt blijkbaar door veel mensen nog steeds gewaardeerd.”

Jullie zingen in het Drents. Spreken jullie dat van huis uit?

Rutger: „Sander en ik wel, alleen Boris niet. Maar hij heeft wel altijd in Drenthe gewoond dus hij spreekt een aardig woordje mee.”

Boris: „En mijn ouders komen oorspronkelijk uit de Achterhoek, dus dat zit aardig in de buurt.”

Denken jullie ook te kunnen spelen buiten het Nedersaksische taalgebied?

Sander: „Ik denk het wel. Als je ziet waar mensen op Spotify luisteren naar onze muziek dan is dat opvallend vaak in het westen. Ook komen de bestellingen voor onze demotape en T-shirts uit het hele land. Het loopt sowieso allemaal veel harder dan we hadden verwacht.”

Hoe was het om deel te nemen aan het Drèents Liedtiesfestival?

Sander: „Een mooie ervaring. Het was voor een heel ander publiek dan we gewend zijn, en onze muziek is natuurlijk ook niet echt wat zij gewend zijn, maar dat je allemaal in het Drents zingt schept wel een band.”

Boris: „Verrassend ook hoeveel mensen er met muziek in streektaal bezig zijn. We hebben er veel nieuwe contacten bijgekregen.”

Een liedje als Stompen in de kroeg gaat over vechten. Zijn jullie echt zulke agressieve jongens?

Sander: „Mijn teksten zijn autobiografisch, maar daarom hoef je ze nog niet allemaal serieus te nemen. Als ik jou in het café tegenkom is de kans dat het op vechten uitdraait heel klein, ha ha. Maar de tekst van Mag ik weer in huus is wel degelijk gebaseerd op ware gebeurtenissen.”

Vanzelfsprekend willen jullie volop optreden zodra dat weer kan. Staat er al wat op de planning?

Sander: „Ja, we hebben een aantal concerten staan in september. En waarschijnlijk komt daar in het najaar nog het nodige bij. Begin volgend jaar spelen we in Groningen op Jagersonic, als afsluiting van Eurosonic.”

Welke andere festivals staan bij jullie hoog op het verlanglijstje?

Sander: „De Zwarte Cross natuurlijk. Maar ik denk dat we ook Dauwpop goed kunnen hebben.”

Hebben jullie naast Peter Kwint al van andere Kamerleden reacties gehad?

Allen: „Nee.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Muziek