Minna is eigenlijk de coronaplaat van Meindert Talma. Hij heeft ’m grotendeels in zijn eentje opgenomen met zijn batterij toetsen. Gewoon thuis in Noordhorn, en bij zijn vriendin in Visvliet.

‘Het voordeel van zo’n plaat thuis opnemen zit vooral in het zingen”, zegt muzikant, zanger en schrijver Meindert Talma, thuis in Noordhorn. ,,Je kunt eindeloos werken aan de koortjes. In de studio heb je toch die tijdsdruk.”

Sinds De Domela Passie , zijn veelgeprezen vorige plaat, weet hij dat koorpartijen goed werken bij zijn muziek – ook al is hij het enige koorlid, dankzij zijn digitale meersporenrecorder flink vermenigvuldigd. In Visvliet, bij zijn vriendin thuis, staat ook een exemplaar.

Minna is Talma’s derde voetbalplaat, maar zonder corona was-ie er niet geweest. Hij zou een theatershow doen rond Balsturig , zijn album uit 2019 rond dat thema. Schrijvers Marcel van Roosmalen en Henk Spaan zouden ook meedoen, tot zij te duur bleken voor de corona-opzet die er toen nog in zat.

Hij besloot om wat nieuwe liedjes te maken om dat gat te vullen, ook met het komende Europees voetbalkampioenschap in het achterhoofd. En toen kon er niks meer in het theater. Alle tijd dus om aan een nieuwe plaat te werken.

Voetbaltrilogie

Zo is er onderhand een voetbaltrilogie ontstaan – Eenmaal Oranje (2012) was de eerste. Eigenlijk gaan die platen over meer dan voetbal. ,,Dat is altijd het uitgangspunt. Maar het zijn levensverhalen, over mensen. Over de alcoholverslaving van Fritz Korbach, het stotteren van Jan Blijham en hoe hij daarom uitgescholden werd. Ik zoom vaak in op wat zo’n leven bijzonder maakt.”

Minna kent een maatschappelijke laag, want daar is het de tijd voor. Zeg maar rustig: Black Lives Matter . Niet voor niets is het album vernoemd naar de Surinaamse bijnaam van Humphrey Mijnals. Hij is ook de naamgever van de commissie-Mijnals, tegen racisme in voetbal. ,,Ik was ook wel verbaasd dat hij in 1999 uitgeroepen werd tot beste Surinaamse voetballer van de eeuw. terwijl je toen ook al Ruud Gullit en Frank Rijkaard had.”

Reden voor hem om zich in het leven van Humphrey Mijnals (1930-2019) te verdiepen. Want zo gaat hij, afgestudeerd historicus immers, te werk: onderzoek doen, de feiten opdiepen. Om die te rangschikken op een artistieke manier, in een liedtekst. Soms in de ik-vorm, soms beschouwender. Facetten benadrukkend, zoals in dit geval Mijnals’ worsteling met racisme in een Nederlandse samenleving die nog niet zo veel mensen van elders gewend was. Zelfs Abe Lenstra schold hem op racistische wijze uit. ,,Dat was in het veld gewoon een rotzak.”

Voetballen met treinkapers

Als jochie was Talma fan van Simon Tahamata, de voetballer van Molukse komaf. ,,Ik kende zijn verhaal wel vaag, dat hij doorbrak in de tijd van de treinkapingen en de schoolgijzeling. Hij heeft ook wel gezegd, als hij geen profvoetballer was geworden had hij ook zo’n treinkaper kunnen zijn.”

Hij ging, schrijft Talma in de toelichting bij de vinylversie, zelfs verscheidene malen bij de gevangen treinkapers op bezoek, vergezeld van Willem van Hanegem, Maarten Spanjer en Bobby Haarms, assistent-trainer van Ajax. ,,Speelden ze partijtjes voetbal. Dat ging er wel aardig fel aan toe, geloof ik. Hij vond het zelf ook wel precair, hij steunde de kapers maar het ging wel om mensenlevens.”

Een complexe geschiedenis dus, die de begrenzingen van dat rare spelletje voetbal ver te boven gaat. De baai van Ambon , het nummer dat Talma erover schreef, is zijn eigen favoriet. ,,Door de combinatie van de muziek en de tekst. Dan krijgt het een sfeer die je van te voren niet kunt bedenken.” Hij maakt zijn clipjes zelf, maar het synchroniseren van de tekst met de zang laat hij over aan zijn jongste dochter, van 13. ,,Ik heb die kennis niet.”

loading

Des Talma’s

Als tegenwicht voor zulke lange, enigszins beladen nummers, waaraan de hedendaagse slagschaduw van Black Lives Matter dus niet vreemd is, nam Talma ook een paar puntiger liedjes op die de voetballer benadrukken als ‘gewone man’ – het is immers een erg democratische sport. Die baseerde hij op gedichtjes van Henk Spaan, met in het achterhoofd dat die ze bij de geplande tournee ook zelf zou zingen. Spaan liet het liever ‘des Talma’s’.

Die liedjes gaan over Dirk Kuijt, Ed de Goey en Ronald de Boer. Om de laatste draait het veelbetekenende Het geheim van het gewone : de ‘Godenzoon’ van Ajax die de genoegens kent van het legen van de kattenbak en het afruimen van de tafel.

Toch een contrast met de extreme emoties van een Willem van Hanegem: snoeihard en kritisch soms, maar ook snel geëmotioneerd. Talma kan zich nog herinneren hoe hij, als jongetje, zag hoe Van Hanegem, thuis geïnterviewd door Kees Jansma voor Studio Sport , begon te huilen. ,,De keiharde Kromme. Dat vond ik wel apart.”

Sommige van de elf (natuurlijk, elf) nummers ontstonden als een soort opdracht. Willem Vissers, sportjournalist bij de Volkskrant , vroeg hem om een extra couplet bij zijn lied over Arjen Robben, toen die weer terugkeerde bij zijn oude cluppie FC Groningen. Dat is een splinternieuw lied geworden, opgebouwd rond Robbens eigen vergelijking van zijn blessuregevoelige lichaam met een Formule-1-motor: haal er een schroefje uit en ‘dan zal ik zeker mijn motor opblazen’.

Seksmaterieel

Nog een curieus soort opdracht: het nummer Pleziergoederenboer , over seksshophouder Erik Idema die stof deed opwaaien toen hij met zijn bedrijf Easy Toys shirtsponsor werd van FC Emmen. Volkskrant- columniste Margriet Oostveen bedacht voor zijn handelswaar de term ‘seksmaterieel’, met de toevoeging: ‘Zo zou een lied van de Groninger zanger Meindert Talma kunnen heten.’ Er is minder nodig om hem aan het werk te zetten.

De weduwe van Humphrey Mijnals wilde graag een exemplaar van Minna hebben. Arjen Robben liet zich lovend uit over ‘zijn’ eerste liedje en Oekie Hoekema liet zich al eens een eerste exemplaar uitreiken. Alleen André Hoekstra, vereeuwigd in De koning van de kluts , was daar minder blij mee. ,,Sommige mensen hebber er niet veel belang bij dat er een liedje of een verhaal over hun gemaakt wordt.”

Een flink deel van Talma’s oeuvre, 18 albums en 6 boeken groot, is precies dat: liedjes over anderen, wel zo grondig mogelijk gedocumenteerd dus, zodat hij geen last krijgt over de feiten. Toch is een deel van zijn werk persoonlijker van aard, vooral in zijn zwaar autobiografische romancyclus Nederlands onbekendste popster – waar steevast een cd bij hoort. ,,Maar dan heb je wat meer vrijheid.” Niettemin is het een vervreemdende ervaring om bij zijn boekpresentaties de romanfiguren in levenden lijve rond te zien lopen.

‘Sjen hoe’t it komt

Een nieuw deel van die cyclus is aanstaande, inclusief cd weer, en dan moet het daar maar eens mee afgelopen zijn. ,,Ik denk dat het goed is om dat af te sluiten en weer wat nieuws te beginnen. Maar even zien hoe het komt.” Een nogal Talmaïaanse uitspraak, wat niet wegneemt dat hij voorlopig aan plannen geen gebrek heeft.

Hij somt het maar even op. Een Friese versie van zijn roman Dammen met ome Hajo , met de bijbehorende liedjes ook vertaald – alles door Anne Popkema van uitgeverij Regaad. ,,Dat heeft hij wel mooi gedaan, en dan hoef ik zelf niet meer.” Nog een plaat in het Fries, met de vruchten van zijn gemeentedichterschap van Achtkarspelen. Een plaat over schrijver Gerrit Krol, op verzoek van diens dochter. En hij zou heel graag eens een ‘autonome’ plaat willen maken, los van biografie en autobiografie.

En wie weet nog eens een plaat over hardrijden op de schaats. ,,Ik heb al eens een liedje gemaakt over Atje Keulen-Deelstra, voor Andere Tijden . En ik zou nog wel eens een willen maken over Hilbert van der Duim, net als Jannes van der Wal wel een jeugdheld. Een antiheld eigenlijk. Ik zag hem eens als een soort analyseman bij Studio Sport , toen had hij van die heel relativerende opmerkingen. ‘Wat is nou een paar seconden op een mensenleven’, en zo.”

En ook al heeft hij een boek over kaatsen in zijn kast vol sportboeken staan, die plaat komt er niet. Hij komt immers uit Surhuisterveen, uit de verkeerde hoek van de provincie voor die sport. ,,Ik heb meer met hardfietsen, en schaatsen. Ik ben ook een groot fan van tennissen, maar ik geloof niet dat dat zich leent voor liedjes.”

Hosanna voetbal

En voetbal, daar is hij nog niet klaar mee. Nog lang niet. ,,Ik heb een boekenkast vol met oude Voetbal Internationals . De mooiste foto’s, en vooral in de jaren zeventig had je ook een heel mooie vorm van journalistiek. Toen waren de voetballers ook veel vrijer en openhartiger. Nu hebben ze allemaal mediatraining gehad. En zo’n plaat, dat moet niet zomaar hosanna voetbal zijn. Het moet wel om mooie verhalen gaan.”

Meindert Talma is onderhand ook Nederlands productiefste popster, met zijn 18 platen. ,,Dat is ook wel mijn eerte prioriteit. Boeken mag ik ook graag doen, maar dat kost veel meer tijd en energie dan een plaat. En een liedje kan veel meer zeggingskracht hebben dan een boek. Je kunt het vaak zingen, je kunt een plaat elke dag weer opzetten. Een boek, dat heb je na twee keer lezen wel gehad. Muziek resoneert veel meer.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Muziek
muziek