Roger Goudsmit en Nynke Heeg in 'Aan de andere kant'. Foto's: Joshua Keller

‘Aan de andere kant’ is geen wij-zij verhaal

Roger Goudsmit en Nynke Heeg in 'Aan de andere kant'. Foto's: Joshua Keller

De Molukse kerk in Appingedam staat vol met kisten. Ze stonden aan boord van de Kota Inten, het schip waarmee KNIL-families naar Nederland kwamen. Het decor van een bijzondere Moluks-Nederlands voorstelling die 19 september in première gaat.

Op de twee filmschermen in de kerk zien we Gabriela Melanesy op oudere leeftijd door Kamp Westerbork lopen. In haar Indische rode jurk. De rolkoffer sleept ze achter zich aan. Ze kijkt rond en ziet waar de Molukse gezinnen hebben gewoond. Kamp Westerbork was Schattenberg geworden. Het kamp waar Molukse gezinnen in 1951 werden ondergebracht. Na de joden en NSB-ers.

Gabriela (gespeeld door Nel Lekotompessy) begint te huilen. ,,Dat is niet gespeeld, dat is echt”, zegt projectleider Anne van Slageren van de theatervoorstelling Aan de andere kant . Het is een bijzonder productie, met een Nederlandse en Molukse theatermaker, met 20 Molukse en Nederlandse amateurspelers en met veertig figuranten uit Groningen en Drenthe in de filmbeelden die tijdens de toneelvoorstelling worden gedraaid.

loading

Drieluik

Samen vertellen ze het verhaal van een jong Moluks echtpaar dat met het schip Kota Inten aankomt in Rotterdam (gefilmd op de scheepswerf Niestern Sander in Farmsum), de heimwee naar Nederlands-Indië, tot aan de verhuizing uit kampen als Westerbork naar Molukse woonwijken in onder meer Assen, Bovensmilde, Appingedam, Hoogkerk, Hoogeveen en Marum.

Het stuk is het eerste deel van een drieluik over de Nederlands-Molukse geschiedenis. In de twee andere delen staan voor volgend jaar gepland en daarin komen de gijzelingen en de periode tot heden aan de orde.

In de voorstelling wordt niet alleen de Molukse kant belicht, ook hoe Nederlanders tegen Molukkers aankijken komt aan de orde. ,,Maar het is geen wij-zij verhaal”, benadrukt regisseur Mietji Hully uit Bovensmilde. ,,Als je het over gijzelingsacties hebt, krijg je als snel twee kampen. Het stuk gaat over een jong Moluks paar dat moet wennen aan het idee dat hun verblijf in Nederland permanent is.”

Land van de Belanda’s

Nederlanders en Molukkers laten zich uit over de komst van KNIL militairen naar het koude land van de Belanda’s. Er zijn overeenkomsten: er werd nauwelijks over gesproken, niet door Nederlanders en niet door Molukkers. Hully: ,,Iedereen was bang dat we het er over hadden. Dat de emoties bij mijn vader loskwamen en dat hij dat niet aankon. Door dit stuk heb ik meer inzicht gekregen in hoe Nederlandse mensen tegen deze periode aankijken.”

Twee professionals staan op het toneel in Aan de andere kant. Molukker Roger Goudsmit uit Appingedam (GTST, Boven Wotter) speelt KNIL-militair Theus Melanesy. De jonge versie van Gabriela doet Nynke Heeg (Grutte Pier, PeerGroup, Dagboek van Hendrik Groen).

Goudsmits opa en vader komen uit Soerabaja. ,,Ze hebben daar beiden gestudeerd. Wij behoorden tot de zogeheten upperclass. Mijn vader is eind jaren zestig pas naar Nederland gekomen.”

Roger Goudsmit groeide op in Delfzijl. ,,Daarom is het belangrijk dat we de voorstellingen hier spelen. In Appingedam, Hoogkerk en Bovensmilde. Hier gebeurde het. Hier kwamen de Molukkers terecht. Hier gingen ze aan het werk. Het verhaal van je familie is toch je basis.”

Friezin met Indische roots

Ook Nynke Heeg heeft banden met Nederlands-Indië. De Friezin heeft Indische roots. ,,Mijn moeder kwam als 4-jarig meisje naar Nederland. Ze woonde met haar familie in Bandung. Wat mijn grootouders daar precies deden weet ik niet. Daar werd thuis weinig over gesproken. Er zijn veel verhalen die niet verteld zijn.’’

,,Als ik mijn oma en moeder vroeg: Vertel eens wat over Indië, dan kwam het niet verder dan de vruchten die zo zoet waren. Er werd bij ons thuis om de periode in Indië heen gepraat. Ik ben naar Bandung gereisd om achter de historie van mijn familie te komen, maar dat is me niet gelukt.”

De moeder van Nynke Heeg trouwde een grote Friese boer. ,,Zij was maar klein, maar hielp volop mee op de boerderij. Melken en eten koken. Geen Indisch, maar aardappels want dat grote lijf van mijn vader moest wel goed gevoed worden. Ik ben zo Fries al wat.”

Humor en zelfspot

De filmopnames en de repetities maakten veel los bij de spelers. Mietji Hully: ,,Beelden zijn indringender dan woorden. Voor veel figuranten waren de filmopnames emotioneel. Kinderen liepen in de kostuums van hun opa’s en oma’s. Ik heb mensen zien huilen tijdens de opnames.” Maar, zegt Roger Goudsmit. ,,Het stuk is niet één groot zwaar verhaal. Het zit ook vol humor en zelfspot en het is soms rauw.”

Hieronder de videoclip bij de titelsong van de voorstelling, Toma Maju Trus, door Tangarine en een aantal Molukse zangers.

menu