‘Kans dat watermolen Bronneger wordt herbouwd is klein’

Het archeologische beleefpunt nabij de vindplaats van de restanten van de watermolen. Foto: Werkgroep Watermolen Bronneger

Drie jaar geleden sprak Olga Alting van Geusau nog de wens uit dat de oudste watermolen van Nederland, die ooit fier langs de loop van de Hunze nabij Bronneger heeft gestaan, wordt herbouwd.

Maar de kans dat het werkelijk gaat gebeuren acht ze anno 2020 klein.

Alting van Geusau geeft leiding aan de werkgroep die in 2016 werd opgericht. Belangrijkste missie was het realiseren van een markeringspunt dat verwijst naar de oude molen die er zo rond het jaar 900 of 1000 moet hebben gestaan. Door aanhoudende overstromingen verdween het bouwsel uiteindelijk in de bodem.

De restanten bevinden zich nog in de grond, in de buurt van de voormalige sluis in de buurt van het dorp. In 1979 liet een groep archeologen deze samen met een middeleeuws keienpad blootleggen. Na het onderzoek verdwenen deze weer onder een lading zand bij wijze van conserveren.

Grootste wens was echter herbouw van de molen, maar Alting van Geusau denkt dat dit geen haalbare kaart is. ,,In eerste instantie is herbouw peperduur, je praat over tienduizenden euro’s. De constructie is bovendien veeleisend en er moet toezicht zijn.”

Bronnegermaden

Bovendien staat het gebied waar de molen zich ooit bevond, de huidige Bronnegermaden, op de nominatie om heringericht te worden in verband met het beekherstel van de Hunze. ,,Maar de grondverwerving voor die ingreep gaat nog jaren duren. Een watermolen zou je tot die tijd sowieso niet kunnen plaatsen.”

Wel is er begin juni een informatiebord met bankje geplaatst op 80 meter afstand van de originele vindplaats. Zodra de Bronnegermaden zijn aangepakt, wordt daar nog een kunstwerk aan toegevoegd. Ondanks alles blijft Alting van Geusau de stille hoop koesteren dat de oude watermolen ooit toch in ere wordt hersteld.

,,De restanten bevinden zich bij een oude meander van de Hunze. Wellicht komt die tijdens toekomstige werkzaamheden weer aan de oppervlakte en wordt opnieuw gekeken naar mogelijkheden voor de molen.”

menu