Als Rob en Riëlle Groenewold op 20 mei 2019 wakker worden, weten ze nog niet dat ze diezelfde dag nog ouders worden. Hun zoontje Bo wordt te vroeg geboren. Na vijf goede dagen wordt hij ziek, en blijkt de ernstige darmontsteking Necrotiserende enterocolitis (NEC) te hebben. Hij overlijdt op dag tien.

Vijf weken voor de uitgerekende datum verheugen Rob en Riëlle Groenewold zich op hun naderende gezinsleven. Hij is net 30 geworden, zij is 28. Ze hebben pas een huis gekocht aan het Westerdiep in Nieuw-Buinen. De babykamer is klaar voor gebruik.

‘Ook nachtdienst?’

Rob gaat op 20 mei 2019 naar zijn werk. Riëlle krijgt een vriendin op bezoek met wat lekkers en leesvoer voor de weken die volgen. Ze is dan 35 weken zwanger. De baby is rustig en haar buik bescheiden. Lichte zorgen zijn er omdat het gewicht van de foetus afneemt tijdens de zwangerschap.

Riëlle heeft in die week last van krampen. ,,Maar het was mijn eerste zwangerschap dus dat ik dacht: dat zal er wel bij horen.’’ Als het ongemak haar ‘s nachts wakker houdt, heeft ze contact met haar verloskundige die dan aan het werk is. ‘Ook nachtdienst?’, stuurt ze in een bericht met een knipoog. Die belooft de volgende ochtend even langs te komen.

Kloppend hartje

‘Waar is je buik?’ ‘Wanneer voelde je de baby voor het laatst?’ Verloskundige Maaike vuurt de vragen af voor ze goed en wel de drempel over is. Riëlle proeft wel de ongerustheid bij haar bevallingshulp, maar de ernst is haar nog niet duidelijk. Zelfs wanneer Maaike het ziekenhuis in Scheemda belt en Riëlle de woorden ‘teken van minder leven’ opvangt, ziet ze de ernst van de situatie nog niet in.

Ze moet meteen naar Scheemda. Ze zoekt nog een mooie sjaal uit en doet nog wat parfum op. Rob krijgt op zijn werk een appje dat ze even die kant op gaat. Waarschijnlijk voor de groei-echo, waarop ze al zaten te wachten. Vanuit het ziekenhuis stelt ze Rob gerust. Ze stuurt een geluidsopname waarop het geluid van een kloppend hartje te horen is.

Een bevalling van 13 minuten

Maar de artsen luisteren anders naar die controle. Zij zien dat het hartje niet de gebruikelijke bergtoppen en dalen aangeeft op het scherm. Er volgt een spoedecho. Het vruchtwater is verdwenen en het buikje heeft een groeiachterstand van zes weken. Dan krijgt Riëlle te horen: we moeten het kindje nu halen want hij heeft het heel slecht in je buik. Die boodschap hakt er in. Nu heeft ze door: Hun baby is in gevaar.

Rob parkeert naar eigen zeggen zijn auto zo’n beetje bij de ontvangstbalie van het ziekenhuis. Met vijftien man sterk in de verloskamer wordt Bo met spoed gehaald. De bevalling duurt 13 minuten. Tot verbazing van het medisch personeel scoort de pasgeborene negens en tienen op de checklist. Rob en Riëlle kijken verliefd naar het wonder voor hun ogen.

loading

Ouderliefde en overlevingsdrang

Een week later ziet hun wereld er totaal anders uit. Ze zijn van een roze naar een gitzwarte wolk geslingerd. De aanblik van ontelbare piepende kasten en nog veel meer snoeren snijdt het stel door de ziel. Ze tellen twaalf doodzieke kindjes op een rij. Baby’s met gezinnen met allemaal een eigen verhaal. Bo is overgebracht van Scheemda naar de speciale intensive care voor de allerkleinsten in Groningen.

Voor de jonge ouders telt op dit moment één verhaal. Het verhaal van hun kleine zoon. Na de geboorte hebben ze hun diepste oerinstincten leren kennen. Ouderliefde, overlevingsdrang, groot geluk en diep verdriet.

Toen Rob dagen eerder, nog in Scheemda, trots aan zijn ouders wilde laten zien hoe hij een luiertje verschoonde bleek er veel bloed in de ontlasting te zitten. De eerste alarmbellen gingen af. En die stopten maar niet met rinkelen. Onderzoek na onderzoek bracht slechter nieuws. Bo had Necrotiserende enterocolitis (NEC) en bleek doodziek.

Licht in de tunnel

Het vertrek van Scheemda naar Groningen valt zwaar. Bo ligt in de ambulance. Zij moeten er in de auto achteraan. Hun ouders rijden omdat ze te overstuur zijn. ,,Onze prachtige roze baby was grauw geworden. We konden alle adertjes zien. Hij moest vervoerd worden op een brancard maar deze leek ontzettend groot omdat Bo zo klein was. Omdat hij zo kwetsbaar was geworden, kon iedere hobbel onderweg fataal voor hem zijn.’’

Vlak voor een ingrijpende operatie in Groningen volgt wederom een potentiële laatste knuffel. Artsen verwijderen de dikke darm en plaatsen een stoma. Wonder boven wonder overleeft Bo de zware ingreep. Er kiert plots weer licht door de tunnel, maar ze zijn er nog lang niet.

De dagen die volgen lijken eeuwen te duren. Riëlle piekert over een toekomst met een ziek kindje, Rob kan alleen maar denken aan het einde van de dag. En dat ze dan nog met zijn drieën zouden zijn.

‘We konden het wel uit hun mond trekken’

Ondertussen zoeken ze naar houvast bij de artsen. ,,Niemand zei ‘het komt goed’. We konden die drie woorden wel uit hun mond trekken.’’ Daarentegen moeten ze het doen met ‘stabiel’ als hoogst haalbare. Ze kunnen dat woord, bijna twee jaar later, nog niet aanhoren.

Het komt niet goed. Na tien dagen is het op. Bo is te ziek. Ze moeten hem laten gaan. Hij overlijdt liggend op de borst van Riëlle.

loading

‘We vinden het fijn om hem te delen’

Bo is na zijn dood een onlosmakelijk onderdeel gebleven van het gezin uit Nieuw-Buinen. Ze praten veel en vaak over hem. ,,We hebben er voor gekozen om heel open te zijn. We vinden het nog steeds fijn om hem met de wereld te delen. We kennen ook families waar een vroeg overleden kindje niet meer wordt genoemd. Dit willen wij voorkomen, Bo hoort er altijd bij.’’

De ziekte bleek brute pech. Er was geen sprake van een genetische afwijking. Daardoor konden Riëlle en Rob dromen van een nieuwe zwangerschap. Dat lukte. In maart verwachten ze een broertje of zusje voor Bo.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe