Haar studie Rechten was een toevalstreffer zegt Bouke Klaassens. Was ze op school in Emmen goed geweest in bètavakken dan was ze graag architect geworden, maar het liep anders.

Twintig jaar lang hield ze zich als advocaat bezig met arbeidsrecht, ambtenarenrecht en sociaal zekerheidsrecht, voor ze in 2000 rechter werd bij de rechtbank in Assen. Ze was voorzitter in grote strafzaken, zoals die tegen de ‘moordbroers’ Marcos en Admilson R. Sinds kort is ze met pensioen, al heeft ze haar toga nog niet aan de wilgen gehangen.

Bouke Klaassens staat in het door haar en haar man zelf opgeknapte tuinhuis, dat door zijn vorm veel wegheeft van een woonwagen. ,,Ik wil je wat laten zien. Kijk, deze foto. Dit ben ik met mijn ouders.” Op de foto een jong stel met een baby voor een woonwagen. ,,Vanwege de woningnood konden mijn ouders eerst geen huis krijgen en woonden ze hierin met mij. De cirkel is rond.”

Haar eigen ‘woonwagen’ in haar achtertuin op een afgelegen plek in het noorden van Drenthe is knus en behaaglijk warm op deze grauwe ochtend. ,,Of ik anders ben als ik een toga aan heb? Ik ben misschien iets strenger. In de rechtszaal houd ik heel sterk vast aan het ‘u’ zeggen bij meerderjarige verdachten. Dat schept afstand, maar je zit er ook niet voor de gezelligheid.”

Bouke Klaassens (67) groeide op in Gieten. Hoewel haar ouders van een generatie waren waarvoor studeren nog niet normaal was - haar vader had alleen de lagere school doorlopen - heeft Klaassens zelf altijd geweten dat ze zou gaan studeren. Ze doorloopt eerst het gymnasium op de GSG in Emmen. ,,Aanvankelijk ging ik met de bus, maar later liftte ik veel. Soms samen met een klasgenoot uit Gieten, maar ook wel alleen. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Als ik mijn ouders was geweest, had ik het ook niet goed gevonden.”

,,Maar we deden vroeger wel meer dingen, waarvan je nu misschien denkt: oeps… Zo ging ik als 5-jarige alleen op mijn fietsje naar zwemles in het Zwanenmeerbos. Onderweg moest ik dan tegen een hellinkje op en dat lukte wel, maar als ik er vanaf reed, gingen de trappers zo snel rond, dat ik dat met mijn kleine beentjes niet kon bijhouden.”

Ze lacht. “5 jaar, dan ben je nog zo klein! Ook ben ik een keer met mijn buurtjongetje Henkie naar Wildervank gefietst. Toen was ik 5 of 6. Hij een jaar jonger. Mijn moeder was er onderwijzeres en bij de school was een kanaal. Ik wilde er vissen. Het kanaal stonk nogal en de vissen dreven erin, wist ik. Je kon ze zo vangen…”

Een grote grijns. ,,Wij zijn eerst naar het gemeentehuis gegaan om een visakte te regelen. Nou, wij mochten wel zonder. Toen zijn wij dus op onze fietsjes van Gieten naar Wildervank gereden. Thuis ontstond ondertussen grote consternatie, want ze waren ons kwijt. Op een gegeven moment kwamen wij terug en we snapten maar niet waarom iedereen zo raar deed.”

loading  

Vasthoudend type

Ze studeert Nederlands Recht in Groningen en gaat daarna aan de slag bij het Bureau voor Rechtshulp, tegenwoordig het Juridisch Loket, in de stad. ,,Het sloot naadloos aan op het vrijwilligerswerk dat ik tijdens mijn studie bij de rechtswinkel had gedaan. Ik hield me bezig met werk en sociale zekerheid. We hielden spreekuren waarin we mensen advies gaven en verwezen ze door naar een advocaat als er een zitting kwam. Ik heb in die tijd wel in de gaten gekregen dat ik het mooi vond om mensen te helpen.”

In 1980 gaat Klaassens als advocaat aan het slag bij het kantoor van Leo Rijpkema in Groningen. ,,Arbeids- en sociaal zekerheidsrecht en ambtenarenrecht, daar was ik voornamelijk mee bezig. Wat voor advocaat ik was? Ik probeerde altijd eruit te halen wat erin zat, door soms nét even door te gaan en nóg meer vragen te stellen. Een vasthoudend type. Ik deed het echt vanuit de gedachte dat ik mensen kon helpen, die zelf niet in staat waren het te regelen. Je moet er goed oog voor hebben hoe ingrijpend zulke zaken voor mensen kunnen zijn. Strafzaken zijn dat ook, maar als je een keer een ontslag hebt meegemaakt en je bent wellicht door je werkgever in een kwaad daglicht gesteld of je voelt je te ziek om te werken en je wordt niet geloofd; dat heeft een impact! Maar als advocaat moet je ook realistisch blijven; soms zit het er gewoon niet in en dat moet je dan ook tegen je cliënt zeggen.”

In 2000 besluit Klaassens rechter te worden. Ze volgt een opleiding voor zij-instromers en gaat bij de vreemdelingenkamer in de Asser rechtbank aan de slag. De overstap naar het strafrecht volgt acht jaar later. ,Ik had het tijdens mijn opleiding tot rechter een half jaar gedaan en opeens realiseerde ik me dat ik vergeten was hoe boeiend dat was. Het mooiste is een dossier over een zaak te doorgronden. Heeft iemand het gedaan en zo ja, waarom? In best veel zaken heeft een verdachte bekend. Dan zijn de omstandigheden van belang om tot een oordeel te komen. Is het bijvoorbeeld moord of doodslag of was het dood door schuld? In zaken met ontkennende verdachten is het de kunst om, aan de hand van het dossier, te snappen wat er is gebeurd. Dat is ontzettend boeiend. Het strafrecht is na arbeidsrecht en sociaal zekerheidsrecht mijn tweede, maar wel grootste liefde op werkgebied.”

Geheim van de raadkamer

Meervoudige zittingen, waarbij ze samen met twee andere rechters over strafzaken oordeelt, vindt ze het leukst. ,,Je hebt iets meer tijd en ruimte om dat wat op zitting is gezegd te laten bezinken, je hoeft niet gelijk uitspraak te doen en je hebt de mogelijkheid tot ruggespraak met collega’s. Het is plezierig, dat er – inclusief de griffier - nog drie andere mensen zijn die een dossier net zo goed kennen als jij en dat je daarover dan van gedachten kunt wisselen en soms ook van mening kunt verschillen. Sommige mensen denken dat alle collega’s binnen de rechtbank daarover mogen meepraten, maar dat is niet zo. Alleen de drie rechters die de zaak hebben behandeld en de griffier. Dat is het geheim van de raadkamer.”

De hoogste straffen die Klaassens samen met collega’s oplegt, zijn die voor de moordbroers Marcos en Admilson R. uit Hoogeveen. Voor het vermoorden van Berend Smit op het Dwingelderveld en het echtpaar Veenendaal in hun eigen huis in Exloo krijgt het duo in 2015 respectievelijk dertig jaar cel en dertig jaar en tbs met dwangverpleging. Er is levenslang geëist.

Klaassens en haar collega’s leggen die straf bewust niet op. ,,De feiten waren ernstig genoeg, maar de destijds geldende praktijk van levenslang stond haaks op het Europees recht. Er moet, als na een heel lange tijd het gevaar op herhaling geweken is, toch een kans zijn dat iemand vrij kan komen. Daar was op dat moment discussie over, omdat de mogelijkheid om na 25 jaar gratie te krijgen wel bestond, maar in de praktijk nooit meer werd benut. Na onze uitspraak heeft de Hoge Raad bepaald dat er beter beleid moest komen en het is aangepast. Met een verwijzing naar het nieuwe beleid heeft het hof wél levenslang opgelegd. Of het werkt, zal nog moeten blijken.”

,,Ik lig niet wakker van zaken. Ook niet van deze. Dat zou ook niet moeten, er zijn al genoeg anderen die ervan wakker liggen. Maar na zo’n strafeis ben je er in je hoofd wel heel veel mee bezig. Bij ingewikkelde zaken houdt het denkproces niet op, ook niet na de uitspraak. De zaken die over levensdelicten gingen, zijn me het beste bijgebleven. Die maakten de meeste indruk. Emoties tonen in de rechtszaal? Dat is niet mijn taak. Je hoeft er echt niet als een houten klaas te zitten, maar je bent er als rechter ook niet om mee te gaan snikken. Op zitting houd je de emoties op afstand. Je kent het dossier al, dat scheelt, want het raakt je als mens natuurlijk wel. Hoe meer het gaat om mensen die zomaar iets is overkomen, hoe dichterbij het voor mijn gevoel komt.”

Compassie voor de verdachte

Ze denkt aan de zaak over Annemieke van Dijk, het 17-jarige meisje uit Roden dat in 2013 door haar ex-vriend wordt doodgestoken. ,,Dat vond ik heel erg. Haar moeder hield in de rechtszaal ook een heel indrukwekkend betoog. Ik kon het net drooghouden. Het ging om twee zulke jonge mensen, het hadden je kinderen kunnen zijn. …” Even valt ze stil. ,,Hoe de moeder daar sprak en hoe zij zelfs nog met een zekere compassie over de verdachte kon spreken, dat vond ik ontzettend knap en greep me het meeste aan.”

Het spreekrecht voor nabestaanden is dan nog redelijk nieuw. Daarvoor hadden ze nauwelijks een rol in de rechtszaal. ,,Inmiddels heeft het echt een plek gekregen in het strafproces en dat is ook goed. Wat wel eens lastig is, is dat het enorm is uitgebreid. Eerst mochten slachtoffers en nabestaanden alleen iets zeggen over wat het delict met hen had gedaan, maar nu mogen ze alles zeggen, ook over de verdachte en zélfs over het bewijs. Het komt voor dat er heel beschuldigende toespraken worden gehouden richting de verdachte, terwijl die nog niet is veroordeeld. In zaken waarin iemand ontkent en dus nog niet bekend is wat de rechtbank gaat doen, kan dat best ongemakkelijk zijn. Ik snap nabestaanden, die hun geliefde, hun kind of een ouder kwijt zijn, maar het kan maar zo zijn dat er volgens de rechter te weinig bewijs is dat de verdachte de dader is en wordt vrijgesproken.”

Het gebeurt bijvoorbeeld in de zaak over de 8-jarige Sharleyne, die in juni 2015 dood onderaan flat De Arend in Hoogeveen werd gevonden. Voor haar vader staat vast dat moeder Heleen J. verantwoordelijk was voor haar dood en dat maakt hij in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk in de rechtszaal. Daarna laat zijn advocaat zich uit over het bewijs. Klaassens zegt er iets van. Terugkijkend: ,,Het is niet de bedoeling dat een slachtoffer of nabestaande voluit gaat mee procederen, en zich uitgebreid over het bewijs uitlaat. Zo is het spreekrecht niet bedoeld.”

loading

Bouwsteen kwijt

Afgelopen najaar verliest Klaassens twee dierbare collega’s, bestuursrechter Klaartje Wentholt en strafrechter Herman Fransen. ,,Herman overleed binnen drie weken nadat hij hoorde dat hij ziek was. Vreselijk. Tijdens mijn pensioenfeestje was hij er nog bij…” Ze verontschuldigt zich voor haar tranen. ,,Toen heeft hij nog een fanatische toespraak voor me gehouden. Dit werk brengt intensief contact met zich mee. Met Herman kon je geen ruzie krijgen. Wij hadden wél altijd discussies trouwens. Daar stonden wij samen om bekend, maar we werden het altijd eens. Zijn overlijden heeft erin gehakt op de rechtbank. We zijn een bouwsteen uit ons fundament kwijt, heb ik tijdens zijn uitvaart gezegd.”

Ondanks haar pensionering heeft Klaassens haar toga nog niet aan de wilgen gehangen. Ze werkt nog één of twee keer per maand als rechter-plaatsvervanger, waarbij ze één van de drie rechters is in een meervoudige strafkamer. Net als toen ze nog een vasthoudende advocaat was, blijft Klaassens ook als rechter doorvragen. ,,Het is belangrijk dat mensen in de rechtszaal hun verhaal kunnen doen en zich gehoord voelen. Door iemand vragen te stellen, geef je hem of haar de kans het verhaal uit te leggen. In de zittingszaal ben ik soms misschien wel een beetje streng. Mensen moeten zich netjes gedragen, vind ik. Toen de moeder van Sharleyne door ons werd vrijgesproken, begonnen een paar mensen te klappen. Daar heb ik wat van gezegd. Het kwam daarna uitgebreid op tv en ik dacht: ik deed gewoon wat ik altijd doe, de orde in de zittingszaal bepalen. Klappen als iemand wordt vrijgesproken, terwijl er wel een kind is omgekomen, vind ik niet gepast.”

,,Waar ik op let als ik mezelf terugzie op tv? Ha, of mijn haar wel goed zit! Ach, de media-aandacht is een kwestie van wennen. In het begin is het best griezelig, al die media, maar het went. Over strafzaken wordt veel geschreven. Maar soms moet je je ook even realiseren dat morgen in diezelfde krant de vis wordt verpakt.”

Volg Dagblad van het Noorden ook op Instagram!

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
Rechtbank
Instagram