Het gemeentehuis van Assen. Foto: Archief/DVHN

Aantal jongeren met (zeer zware) jeugdzorg in Assen lijkt te stabiliseren

Het gemeentehuis van Assen. Foto: Archief/DVHN

De maatregelen die Assen neemt om de jeugdzorg onder controle te krijgen, lijken eindelijk hun vruchten af te werpen. Het aandeel jongeren met zeer zware jeugdzorg is het afgelopen jaar gedaald.

In 2015 stootte het rijk de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid voor het sociaal domein af en kwam onder meer de jeugdzorg bij de gemeente terecht. Sindsdien stijgt het aantal kinderen en jongeren dat met jeugdzorg in aanraking komt vrijwel elk jaar en rijzen de kosten overal de pan uit. Ook in Assen. Daarom probeert zij samen met andere Drentse gemeenten van alles uit om die stijging tegen te gaan.

Zwaarste zorg voorkomen

Zo krijgen huisartsen in Assen sinds 2017 hulp van een ‘praktijkondersteuner jeugdhulp’, om problemen rondom jeugd en gezin sneller te signaleren. Hoe eerder je ingrijpt, hoe minder zware en duurdere zorg nodig is. En wie naar de laatste cijfers kijkt, ziet inderdaad dat het aantal jongeren met de allerzwaarste zorg, waarbij zij uit huis worden geplaatst, voor het eerst sinds jaren is gedaald.

Die daling van 2,2 naar 1,9 procent is niet spectaculair, maar toch. Zorgwethouder Harmke Vlieg (CU) hoopt dat deze cijfers de eerste tekenen van stabilisering laten zien. „Er zullen altijd jongeren blijven die zorg nodig hebben en die zorg leveren we. Maar ondertussen zetten we alles in om te voorkomen dat juist die allerzwaarste categorie zorg ingezet moet worden. Ook wij zien uit onze eigen cijfers dat dit lijkt te lukken.” loading

De praktijkondersteuner huisarts is daarbij zoals gezegd een belangrijk middel. Inmiddels is de pilot weer met een jaar verlengd. „Ik heb afgelopen jaar alle huisartspraktijken in Assen bezocht en eigenlijk zijn zowel de artsen en ondersteuners als de kinderen en ouders heel tevreden.”

Eerder op juiste plek

Zo komen kinderen volgens Vlieg eerder op de juiste plek terecht met hun zorgvraag, omdat zij en hun ouders gerichter worden ondervraagd door de praktijkondersteuner. Die heeft meer kennis en ervaring in de jeugdzorg en meer tijd voor een gesprek dan de huisarts zelf. Het blijft voorlopig een pilot, maar op termijn wil Assen verder met deze manier van werken en brengt het de praktijkondersteuner onder landelijke aandacht. Inmiddels hanteren ook andere Drentse gemeenten deze werkwijze, waaronder Tynaarlo, Hoogeveen en Borger-Odoorn.

Ondertussen onderzoekt Assen samen met de andere Drentse gemeenten en de vijf grootste zorgaanbieders - Accare, Ambiq, Cosis, GGZ Drenthe en Yorneo - hoe het kan dat Drentse jongeren de afgelopen jaren steeds meer duurdere en zwaardere hulp krijgen. Daaruit moeten lessen getrokken worden om de kosten verder naar beneden te brengen.

Meer grip op de situatie

„We proberen afspraken te maken over bijvoorbeeld preventieve zorg, het voorkomen van onnodige zorg en over het verminderen van regels”, legt Vlieg uit. „We krijgen nog altijd te weinig geld van het rijk, dus we moeten zo efficiënt mogelijk omgaan met de middelen die we hebben. Daarom doen we nu deze pogingen om de zorg te vernieuwen. De financiële zorgen op dit gebied zijn nog zeker niet voorbij, maar hopelijk krijgen we nu langzaamaan meer grip op de situatie.”

menu