Affaire Van der Tuuk: Langdurige processen versus daadkracht

Langdurige besluitvormingsprocessen van Ard van der Tuuk versus de daadkracht van de rest van het college. Zo legt gedeputeerde Henk Brink (VVD) de verschillende bestuursstijlen uit die leidden tot een breuk met zijn PvdA-collega.

Volgens Brink, die zijn verklaring gaf in de vergadering van Provinciale Staten, werd hier meerdere malen met Van der Tuuk over gesproken, maar zorgde dit niet voor verbetering. ,,Het valt zwaar dat het zo niet verder kon en dat de wegen zich scheiden'', zei Brink woensdagmiddag in het Drents parlement.

,,De afgelopen dagen is er vooral in de media over gesproken, maar onze verantwoordelijkheid ligt hier in de Staten van Drenthe'', zei Brink. Dinsdagavond laat was hij samen met commissaris van de Koning Jacques Tichelaar nog aanwezig bij een crisisberaad van de PvdA, achter gesloten deuren en op een 'geheime' locatie.

Brink zei veel respect te hebben voor de PvdA dat ze ondanks 'de pijnlijke situatie' in het college zijn blijven zitten. ,,Een moedige beslissing in het belang van Drenthe.''

Na zijn uitleg was het woord aan de PvdA.

Afgelopen donderdag kwam de zaak in een stroomversnelling, schetste fractievoorzitter Roelie Goettsch. Ze sprak met zowel Van der Tuuk als Tichelaar en Brink en stelde 'grote spanningen' vast  'die zouden kunnen leiden tot een breuk.'

Goettsch: ,,Ik constateerde onverenigbaarheid van karakters die de uitvoering van het coalitie-akkoord in gevaar brachten.'' Uiteindelijk werd haar duidelijk dat het gebrek aan vertrouwen van het college in Van der Tuuk onherstelbaar was.

,,Het was een week die ons tot diep in onze ziel heeft geraakt. Er was een goede samenwerking tussen Van der Tuuk en de fractie. Ard heeft een belangrijke rol gespeeld en veel bereikt in het provinciaal bestuur in al die jaren.''

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.