Een wild zwijn, in jagerskringen gewoon varken genoemd, op de Veluwe.

Dit is de man die de wilde zwijnen in Drenthe moet afschieten. Koel en zakelijk, maar makkelijk is het niet

Een wild zwijn, in jagerskringen gewoon varken genoemd, op de Veluwe. Foto: Jan Potkamp

De wilde zwijnen die zich hebben verschanst in een groot maisveld tussen Beilen en Hoogersmilde, moeten worden afgeschoten. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

De aanwezigheid van de vijf zwijnen, voor zover bekend de eerste zogeheten rotte op Drentse bodem, heeft de provinciale nulstand-coördinator Robert Altena ‘compleet verrast’. ,,Kennelijk zijn ze lang onder de radar gebleven, want ineens waren ze er. Althans, ze werden gezien en daarmee was de aanwezigheid van deze varkens bekend.’’

De provincie Drenthe hanteert een nulstand als het gaat om groot wild, zoals wilde zwijnen en dam- of edelherten. Dit vanwege de schade aan landbouwgewassen en de verkeersveiligheid. Voor zwijnen komt daar nog iets bij: de verspreiding van de zeer besmettelijke Afrikaanse varkenspest tegengaan. Deze dierziekte is in België en Duitsland al vastgesteld.

Ongewenste gasten uitschakelen

Aan de provinciale handhaver van de ‘groene wetten’ en zijn team van vijf speciaal daartoe opgeleide en aangewezen boa’s en politiemensen de taak de ongewenste gasten uit te schakelen. Hoe gaat dat?

Altena, die zelf ook boa en jager is: ,,Als het om het handhaven van de nulstand gaat, voer ik het beleid van de provincie uit. Dat is onderdeel van mijn werk. Het ene jaar is er twee à drie keer sprake van afschot en het andere jaar zes à zeven keer.’’

Als er een melding van groot wild in Drenthe binnenkomt, checkt de coördinator altijd eerst bij de politie of er ook meldingen zijn van uitgebroken dieren. ,,Bij grote evenhoevige dieren, zoals zwijnen en edel- of damherten, gaat het eigenlijk altijd om ontsnapte exemplaren van particuliere eigenaren. Eerlijk gezegd heb ik in de bijna 25 jaar dat ik dit werk doe niet anders meegemaakt.’’

‘Er heeft zich geen eigenaar gemeld‘

Waar de zwijnen in het maisveld aan het Vorrelveen vandaan komen, weet hij Altena niet. ,,Er heeft zich geen eigenaar gemeld.’’ Het lijkt hem stug dat de dieren vanaf de Veluwe of vanuit Duitsland naar Drenthe zijn gekomen. ,,Maar daar kan pas uitsluitsel over worden gegeven, nadat ze zijn geschoten. Dan wordt het DNA onderzocht om de herkomst te bepalen en omdat het om zwijnen gaat, wordt ook het bloed onderzocht. Om te kijken of de dieren zijn besmet met Afrikaanse varkenspest.’’

Vaststellen dát het om zwijnen gaat, was voor het team een fluitje van een cent. ,,Platgetrapte stengels, afgekloven kolven, hoefafdrukken en omgewoelde grond. Kan niet missen. Maar ik heb ze ook gehoord en geroken. Ja, deze varkens hebben een zeer sterke geur.’’

‘Actief bejagen nagenoeg ondoenlijk’

De dieren schieten is een heel ander verhaal. ,,Actief bejagen heeft onze voorkeur, maar dat is in dit geval nagenoeg ondoenlijk. Ze zitten in een maisveld van 25 hectare. Daar hebben ze voedsel, beschutting en water. Ja, eigenlijk een walhalla. We zijn al meerdere keren ‘s avonds en ‘s morgensvroeg ter plaatse geweest, maar hebben ze niet gezien. Zou ook wel een enorme toevalstreffer zijn. Zwijnen zijn echt héél schuw.’’

Hoe dan wel? Wachten tot de mais wordt geoogst? ,,Bij het oogsten valt de dekking langzaam maar zeker weg en wordt hun wereld letterlijk steeds kleiner. Dan wordt het voor ons makkelijker, maar die methode heeft niet de voorkeur. De veiligheid van de omgeving is het allerbelangrijkste. Bovendien: gaat het hier inderdaad om vijf dieren? Of zijn het er misschien nog wel meer?’’

‘Getrainde jagers met veel ervaring en expertise’

Bij de jacht op groot wild wordt een kogelgeweer gebruikt, geen hagelgeweer, zoals bij het kleinere wild. En als een dier wel wordt geraakt, maar niet dodelijk, is het de plicht van het team het dier te achtervolgen. Altena: ,,Nazoeken, noemen wij dat, want dierenleed moet tot een minimum worden beperkt. Ook kunnen we nog een zweethond inzetten om het gewonde dier op te sporen. Maar in al die jaren heb ik dat nog nooit hoeven doen. Wij zijn getrainde jagers met veel ervaring en expertise. Naast ons werk als handhaver en jager in het veld volgen we twee keer per jaar een training voor specialisten.’’

Wanneer de dieren worden geschoten, kan de coördinator niet zeggen, maar dat het gaat gebeuren, staat voor hem wel vast. ,,De komende tijd zijn wij als team geregeld in het veld. En wanneer ik of een van mijn collega’s de zwijnen in het vizier krijg, komt daar geen emotie bij kijken. Wij geven uitvoering aan het provinciale beleid en dat is de nulstand handhaven. Daar gaan we koel en zakelijk mee om.’’

En wanneer de zwijnen zijn geschoten, is de coördinator bevoegd het wild te keuren. ,,Zijn ze ziek, dan worden ze vernietigd. Zijn het gezonde dieren, dan belanden ze niet in mijn diepvries, maar gaan ze naar de poelier. En de opbrengst is voor de provincie.’’ Het geld wordt aangewend om de kosten voor training en opleiding van boa’s (gedeeltelijk) te bekostigen.

menu