Alma Tieks met haar hulphond, labradoodle Liesje.

Alma Tieks uit Hoogeveen werd in tbs-kliniek overgoten met kokend heet bakvet en voert al jaren lang strijd met justitie. 'Nog één rechtszaak'

Alma Tieks met haar hulphond, labradoodle Liesje. Foto: Marcel Jurian de Jong

Alma Tieks (50) uit Hoogeveen heeft het posttraumatische stress stoornis (PTSS). Ze werd uitgescholden, bedreigd en overgoten met kokend heet bakvet in de toenmalige tbs-kliniek Veldzicht in Balkbrug. ,,Justitie erkent niet dat de PTSS komt door het werken in de kliniek.”

Ze is op.

Uitgeblust. Zo ziet Alma Tieks er uit. En zo voelt ze zich ook. Terwijl ze eigenlijk in de kracht van haar leven zou moeten zitten. Maar na een jarenlange strijd met haar oud-werkgever, het ministerie van Veiligheid en Justitie, is ze murw. Ze wil niet meer.

Hoewel. Nog een keertje dan, zegt ze terwijl hulphond Liesje, een lichtbruine labradoodle, een aai over haar krulligere bol krijgt. ,,Nog één rechtszaak.” Ze schuift het kussen nog wat steviger tegen haar buik aan. ,,Ja, nog één keer strijden voor mijn gelijk.”

Sociotherapeutisch medewerker

21 jaar geleden zag het leven van Tieks er nog heel anders uit. Als jonge vrouw van 29 jaar oud stapt ze vol goede moed haar nieuwe werkomgeving binnen: tbs-kliniek Veldzicht in Balkbrug. Na jaren in de verpleging te hebben gewerkt, is ze toe aan iets nieuws. De kliniek is voor haar een kleine 20 minuten rijden vanaf Hoogeveen. ,,Ik ging als sociotherapeutisch medewerker werken op de afdeling voor zedendeliquenten die tbs hadden gekregen. Zieke mensen met een ernstige stoornis.”

Fantastisch werk, vond ze het. ,,Het voelde als een aanvulling op mijn leven”, zegt Tieks. Natuurlijk wist ze dat de mensen die in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) verbleven, daar niet voor niks zaten. ,,Ik werd gewaarschuwd door collega’s om niet te close te zijn met de patiënten.”

,,Maar ik bleef ze wel als mens zien. Dat was best moeilijk. Veel van mijn collega’s kwamen uit het gevangeniswezen. Zij moesten niks van deze cliënten hebben. Het laagste uitschot wat er bestond, werden ze genoemd door mannelijke collega’s. Regelmatig spraken ze over hun tijd voor Veldzicht. Over hoe er werd omgegaan met bajesklanten. En daar werd dan smakelijk om gelachen. We waren veel meer bezig met beheersing, dan met helpen.”

Tieks trekt zich er in het begin niks van aan. Ze noemt het werk spannend. En uitdagend. ,,Waarom ook niet? Het was nieuw.”

Misschien was ze naïef, erkent ze nu. ,,Maar ik zag tenminste nog de mens achter de patiënt. Vooral in de beginjaren werkte ik dan ook met veel plezier in de kliniek.”

Inmiddels is dat heel anders. Ze ziet de kliniek nu als een plek waar jarenlang repressie, schuld, afrekenen en straf de hoofdmoot voerden. Een volkomen ongezonde situatie, zegt ze dan. ,,Nazorg over wat we als personeel zagen en hoorden was er eigenlijk amper.”

Tieks krijgt te maken met cliënten die verliefd op haar werden. Seksuele toespelingen kwamen geregeld voor. Een van de cliënten geeft, na op dorpsverlof te zijn geweest, aan dat hij een verlaten huis heeft gevonden voor Tieks en hem. ,,Het was soms erg intens. Ach, dat hoort bij de tbs en deze patiënt, hoorde je dan. Trek je er niks van aan Alma. En dat was het. Er werd gewoon niet over gesproken.”

Groot alarm

Het is 2 juli 2009. Hoewel het meer dan elf jaar geleden is, kan Tieks de dag zo weer naar voren halen. Ze staat in de keuken van afdeling West 8 van de kliniek. ,,Er was niks aan de hand. Een van de vrouwelijke cliënten mocht weer koken. Ze had de laatste tijd goed gedrag vertoond. Ik stond alleen op de afdeling, er was onderbezetting. Mijn collega was naar het kantoor gegaan om te rapporteren.”

Vanuit het niets tilt die vrouwelijke cliënt een pan met heet vet op, loopt om het keukenblokje heen en giet het kokende bakvet over de armen van een verbouwereerde Tieks. ,,Ik hoorde het sissen en stond aan de grond genageld.” Als ze erover praat, drukt ze een van de kussentjes van de bank dichter tegen zich aan. ,,Een pijn... Ik kan het niet eens beschrijven.”

Een collega van haar drukt direct op de alarmknop en een andere tbs’er trekt Tieks bij de dader vandaan die haar begint uit te schelden. Snel drukt de man de armen van Alma Tieks onder de koude kraan. Er wordt groot alarm afgegeven en Tieks, die in shock raakt, wordt direct naar de polikliniek van Veldzicht gebracht en van daaruit naar het ziekenhuis in Hoogeveen.

Even stroopt ze de mouwen op. De littekens zijn nog te zien. ,,Ik ruik die geur van verbrand vlees nog regelmatig. Als de barbecue aanstaat. Of als er zwarte randjes aan vlees zitten. Ik kan er niet meer tegen.”

Veel geweld in de kliniek

Het incident met de kokendhete bakvet staat niet op zichzelf. Tieks zegt in de 18 jaar die ze in Balkbrug heeft gewerkt veel geweld heeft gezien binnen de muren van de kliniek. ,,Ik heb doden gezien. Mensen die zich hebben verhangen. Patiënten bedreigden mij en mijn collega’s. Een van hen heeft zijn dekbed en zichzelf in brand gestoken. Opnieuw de geur van verbrand vlees. Ik hoor hem nog schreeuwen: Ik ga dood! Ik ga dood!”

Even valt ze stil.

Labradoodle Liesje steekt haar kop omhoog. Ze voelt feilloos aan dat het niet goed gaat met haar baasje. Zachtjes drukt Liesje haar natte hondenneus onder Tieks’ hand. ,,Hé mooierd”, zegt Tieks en ze kroelt door het krulligere hondenhaar. ,,Het klinkt gek, maar Liesje trekt mij door de moeilijke tijden.”

Aangifte doen wordt ten zeerste afgeraden

De afgelopen weken sprak Dagblad van het Noorden meerdere oud-collega’s van Tieks. Zij onderschrijven het beeld dat zij schetst. Allemaal zeggen ze dat agressie - verbaal en fysiek - eerder regel dan uitzondering was. Zelfdodingen en ernstige bedreigingen binnen de kliniek kwamen geregeld voor.

Wanneer er een incident plaatsvond, moest er eigenlijk een zogeheten Melding Incident Client (MIC) worden gedaan, vertellen ex-collega’s. Dat gebeurde amper, want ‘dan bleef je aan de gang’.

Een waterkoker met heet water die naar iemands hoofd werd gegooid, daar is nooit wat mee gedaan. Laat staat dat het een officiële melding werd.

Je kwetsbaar opstellen is er al helemaal niet bij, zeggen de vijf mensen met wie we hebben gesproken. Een deel van hen werkt nog bij justitie. Het is juist ook daarom dat zij niet met naam en toenaam genoemd willen worden. ,,Opvang of nazorg na een mishandeling was er niet. We hebben soms echt gevechten op leven en dood gevochten met cliënten”, zegt een van hen.

Aangifte doen wordt werknemers ten zeerste afgeraden. ,,Dat kreeg ik ook te horen na het vet-incident”, zegt Tieks. ,,Het was beter als er geen aangifte zou worden gedaan, want dan zou de kliniek zo negatief in het nieuws komen.” Ze deed het toch, op aanraden van haar man. ,,Dat werd me niet in dank afgenomen. Toen ik terugkwam, werd ik overgeplaatst naar een andere afdeling. Ik voelde me echt verstoten en in de kou gezet door mijn afdelingshoofd en collega’s. Nooit is er een evaluatie geweest. Of een nazorggesprek met het team. De conclusie was alleen: ik had niet alleen op de afdeling mogen zijn met de cliënten. Maar hoe kwam dat dan?” Even is Tieks fel. ,,Vanwege de onderbezetting.”

De problemen in tbs-klinieken bestaan nog steeds

Tieks vindt dat haar oud-werkgever meer oog zou moeten hebben voor haar en haar (oud-)collega’s. Want haar PTSS en de ernstige psychische klachten die daarbij komen, zijn echt. De problemen in tbs-klinieken bestaan nog steeds, zegt ze dan.

Ze zegt dat ze Veldzicht niet bewust in een kwaad daglicht wil zetten. ,,Maar we werkten standaard met te weinig mensen in de kliniek. De druk was altijd groot. De dreiging altijd aanwezig. Er zijn mij dingen beloofd waar later nooit meer op is teruggekomen. Ik wil gewoon erkenning van het ministerie van Justitie en Veiligheid dat ik PTSS heb opgelopen door mijn werk. Ik liep de laatste jaren echt op mijn tenen.”

De stoornis wordt uiteindelijk op 24 november 2017 gediagnosticeerd in het Psychotrauma Diagnose Centrum (PDC) in Diemen. Een verlossing, noemt Tieks het. ,,Ik heb tijden gedacht dat het aan mij lag. Dat ik gek was. Daar kreeg ik de bevestiging dat ik niet gek ben.”

Ze gaat in behandeling in het traumacentrum in Beilen. Daar worden mensen behandeld met trauma, vooral veteranen en politie-, ambulance- en brandweerpersoneel. ,,Ik was de enige vanuit een tbs-kliniek. Maar het was overduidelijk voor ze dat ook ik leed aan PTSS. Toen heb ik mij ziek gemeld.”

Het ministerie van Veiligheid en Justitie erkent de oorsprong van hun ex-medewerker stoornis tot op heden niet. Binnenkort zal een rechtszaak dienen, vertelt jurist Ferre van de Nadort uit Beilen. Hij staat Tieks en anderen bij in hun strijd voor erkenning. ,,Als je als ministerie niet erkent dat je door het werk in een tbs-kliniek PTSS kan krijgen, dan erken je überhaupt het probleem niet. En dan neem je ook geen goede maatregelen voor je werknemers”, vindt Van de Nadort.

Volgens de jurist zijn de zaken zoals die van Alma Tieks schrijnend. ,,Een van hen heeft zo veel narigheid meegemaakt als werknemer in de tbs-kliniek dat ze vindt dat het leven niet meer genoeg biedt. Dat is zo verdrietig om te horen.”

Vier jaar procederen

Volgens het ministerie, waar de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) onder valt, is het onmogelijk dat Tieks de PTSS heeft opgelopen tijdens het werk. Zij wijten het aan de whiplash die ze opliep bij een auto-ongeval in 2012. Het ‘vet-incident’ is daarnaast afgehandeld en financieel gecompenseerd. Tieks: ,,Daar heb ik 6500 euro netto voor gekregen.”

Twee jaar na het auto-ongeluk krijgt Tieks gedeeltelijk eervol ontslag aangezegd, maar die vecht ze met succes aan. Ze zucht diep. ,,Dat heeft zo veel energie gekost. Vier jaar heb ik moeten procederen, voor mijn gevoel door hoepels moeten springen, maar gelukkig is er in maart 2018 een streep gezet door het ontslag.”

Toch was dit allesbehalve het einde van haar conflict met haar werkgever. ,,Ik werd tijdens mijn re-integratietraject vanuit het niets overgeplaatst naar de wasserij. En ik kreeg te horen dat ik volledig ontslag zou krijgen na de beroepszaak.”

Het ministerie kortte haar uiteindelijk op haar salaris. Tieks en Van de Nadort noemen dit zwaar onterecht omdat haar ziekte werkgerelateerd is. ,,Maar dat wil het ministerie niet zien. Zij wijzen alleen naar een auto-ongeluk. Dat het daar van komt. Wat denk je nou zelf?” Maar wat het haar heeft gebracht? ,,Ellende. Alleen maar ellende. Ik heb de veldslagen, de strijd, misschien gewonnen, maar de oorlog allang verloren.”

Dan breekt ze weer. Liesje steekt direct de kop op.

De afgelopen jaren zijn naar eigen zeggen een hel geweest voor de 50-jarige Hoogeveense. ,,Ik heb regelmatig bij het spoor gestaan”, zegt ze dan. Zonder daar verder iets over te willen vertellen. Ze houdt weer even in. De kussen wordt er weer bij gepakt. ,,Ik kan niet meer de mama en de partner zijn die ik was. Als ik het zeg, dan snijdt het mij weer door de ziel. Waarom doet justitie dit?”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu