Slager Koers op zijn vertrouwde stek: zijn slagerij-aan-huis

In memoriam: Slager Koers uit Midlaren werkte van zijn 14e tot zijn 92e

Slager Koers op zijn vertrouwde stek: zijn slagerij-aan-huis

Tijd van Leven beschrijft het gepasseerde bestaan van mensen met een bijzonder verhaal. Vandaag slager Koers (1928-2020) uit Midlaren.

In het Guinness Book of Records? Nee, daar hoorde je Geert Pieter Koers -oftewel slager Koers- uit Midlaren nooit over. Toch had een erevermelding in dit boek niet misstaan. Koers’ werkzame leven duurde bijna 80 jaar, van zijn 14e tot zijn 92e. Vrijwel niemand werkt zo lang door. Zelf vond hij het heel normaal. De slagerij-aan-huis hoorde bij zijn leven, dus waarom zou hij daarmee stoppen?

Bovendien gedijde hij, als weduwnaar zonder kinderen, bij de structuur én de aanspraak die het werk hem gaf. ,,Hij was bang dat het leven doelloos zou worden als hij stil zou komen te zitten’’, vertelt oomzegger Marchje Ipema. ,,Het ging hem echt om de contacten. Daar leefde hij voor.’’

Befaamd waren zijn dreuge worsten , reuzel en schenken

Koers’ ambachtelijke slagerij trok klandizie van heinde en verre. Befaamd waren zijn dreuge worsten , zijn rollades, de bakjes kaantjes en reuzel en de schenken. Hij draaide de worsten zelf, volgens een geheim recept. De familie vond na zijn dood emmers vol kruiden, maar daar zaten geen instructies bij. Grote kans dat hij alles uit zijn hoofd deed.

Aan vernieuwing deed hij niet. Het gebeurde zoals het altijd gebeurde en zo moesten de mensen het maar nemen. Hij was wars van kant-en-klaar-producten. Vlug-klaar-artikels , zoals hij ze noemde.

Zijn droom was het nooit, slager worden. Maar hij had geen keus. Zijn vader, zijn grootvader, zijn overgrootvader: ze waren het allemaal, in Noord-, Zuid- én Midlaren. Sinds 1927 was er al een slager Koers in Midlaren en hij zou, als enige zoon naast drie zussen, de volgende worden. Maar het liefst was hij boer geworden. Of boderijder, vrachtjes afleveren bij de mensen thuis. En marktkoopman, dat leek hem ook wel wat. Bij de kraam praatjes aanknopen met de kopers, zoals hij dat later ook zo graag deed van achter het hakblok.

Hij had oprechte interesse in zijn medemens, in wat zich om hem heen afspeelde en ook in wat er vroeger was gebeurd. Dat Zuidlaren een historische vereniging heeft, is mede aan hem te danken.

Midlaren is altijd zijn wereld gebleven, al ging hij ook graag op vakantie. Twee keer moest hij noodgedwongen voor lange tijd weg. De eerste keer voor militaire dienst en de tweede keer vanwege de tuberculose die hij na de oorlog opliep. Door die ziekte verbleef hij tachtig weken in een sanatorium in Appelscha, een periode die diepe indruk op hem maakte. Zijn moeder was al jong overleden en Koers woonde op dat moment samen met zijn vader en zus bij de slagerij. Hij miste hen, maar knoopte ook nieuwe banden aan met de mensen in het sanatorium. Tot in de jaren tachtig bleef hij de reünies van het sanatorium bezoeken.

Te zachtmoedig voor slager: ,Als zo’n schaap je aankijkt...’

Ook bleef hij tot aan haar dood in contact met het Amsterdamse ‘zusje’ dat in de oorlog als evacué in het gezin werd opgenomen. Wie bevriend raakte met hem, had doorgaans een vriend voor het leven. Koers had er gemengde gevoelens over dat de dorpsgenoten die in de strenge winter van 1979 bij hem aan klopten omdat ze niet naar de supermarkt in Zuidlaren konden, later weer weg bleven. Alsof hij werd afgedankt na gedane diensten.

Koers was een aardige, oprechte en ook zachtmoedige man. Misschien wel te zachtmoedig voor het vak dat hij beoefende. Als hij er zelf over vertelde, zei hij: ,,Mijn vader was wreder. Ik ben eigenlijk niet zo geschikt voor slager. Als zo’n schaap je aankijkt, ja dan... Maar het went wel.’’

Op latere leeftijd kwam de liefde, maar de tijd om te genieten was kort

In de liefde ging het Koers niet voor de wind. Pas op latere leeftijd kwam hij op een dansavond de ware tegen: Grietje Dik uit Veendam. Ze trouwden in 1974, maar al snel werd Grietje ziek. Ze bleek kanker te hebben en overleed drie jaar later, in 1977.

Kinderen kregen ze niet. Of hij er verdriet om had dat hij geen vader is geworden? Koers liet het in ieder geval nooit blijken. Vooral na het overlijden van zijn laatst overgebleven zus werden haar kleinkinderen een soort surrogaat-kleinkinderen voor hem. Hij genoot van de uitstapjes die ze maakten en had altijd een worstje voor ze klaar liggen, en chocolademelk. Moesten zij wat meenemen naar school, voor het kerstbuffet, dan kwam dat natuurlijk uit zijn slagerij.

Dankzij zijn hulp Alie lukte het hem om op zichzelf te blijven wonen. Zij maakte niet alleen schoon, maar kookte voor de hele week -ouderwetse kost!- en legde zijn kleren klaar als hij naar een feest moest.

De laatste jaren kreeg Koers behoorlijk last van zijn benen, vanwege het vele staan. Zijn leeftijd hielp natuurlijk niet mee en toen er ook nog leukemie bij kwam, werd hij snel minder fit. Toch kon hij eind vorig jaar de boodschap van de dokter dat hij niet beter zou worden, maar moeilijk verteren. Hoe moest het dan met die klant uit De Meern bij Utrecht, die al sinds 1943 elk jaar rond kerst een rollade bij hem kwam ophalen? En ook zijn andere klanten rekenden toch op hem?

Na de uitvaart een stukje worst - mét velletje

Op oudejaarsdag, zo besloot hij, zou hij zijn laatste worsten verkopen. En dan, op 1 januari, toch maar die deur sluiten. Of niet? De twijfels losten zich vanzelf op. Op oudejaarsdag was hij te ziek om open te gaan en op 1 januari overleed Geert Koers.

De dagen na zijn overlijden wapperde bij zijn huis de Midlaarder dorpsvlag halfstok. Hij had het eerste exemplaar van die vlag als ereburger gekregen. En natuurlijk kreeg iedereen op de dag van de uitvaart, conform zijn wens, bij het verlaten van de dienst een stukje worst. Mét velletje, want dat werd er vroeger ook niet afgehaald.

menu