Dinanda van den Berg, huisarts in Smilde.

Huisarts Dinanda van den Berg (62) uit Smilde, een van de eerste plattelandsdokters in Drenthe gaat met pensioen

Dinanda van den Berg, huisarts in Smilde. Foto: Marcel Jurian de Jong

Huisarts Dinanda van den Berg (62) in Smilde gaat met pensioen. Ze was een van de eerste vrouwelijke plattelandsdokters in Drenthe en pionierde met parttime werken. Gesprek over werk, idealen, ziekte en de oorlogshel van Afghanistan.

Al op jonge leeftijd wilde ze dokter worden. Er was geen plan B.

Na 28 jaar werk als huisarts in Smilde kan Dinanda van den Berg concluderen dat het een goede keus is geweest. Nooit heeft ze de aanvechting gehad om wat anders te doen, om elders te gaan kijken.

,,Ik voel me hier thuis’’, zegt ze. ,,Naarmate je het langer doet, wordt het vak alleen maar mooier. De contacten worden hechter, het onderlinge vertrouwen groter. Het is levensloopgeneeskunde. Je groeit met de mensen mee.’’

loading  

Huisartsen zijn niet alleen maar medisch behandelaar, stelt Van den Berg. ,,We hoeven geen spectaculaire dingen te doen. Natuurlijk moet de zorg op orde zijn, maar vaak is het veel belangrijker dat je er bént voor de mensen die verdriet, pijn of zorgen hebben. Op die kwetsbare, intieme momenten kun je al iets betekenen door te luisteren en rust te brengen.’’

Ze geeft een voorbeeld. ,,Een dorpsgenoot verongelukte jaren geleden met een trekker. Ik hoorde het trieste nieuws van anderen en ben toen ‘s avonds naar de weduwe gegaan om met haar en de kinderen te praten. Kijk, dát is volgens mij ook de functie van een huisarts.’’

Anderen helpen. Het is de rode draad in haar leven dat voor bijna de helft is geworteld in Smilde. ,,Als kind had ik al idealen’’, zegt Van den Berg. ,,Ik wilde iets voor anderen betekenen.’’

Als jonge dokter naar Afghanistan

In haar werkzame leven loopt een stevige vertakking naar Afghanistan. Als jonge dokter wilde ze graag ergens aan de slag waar haar hulp écht nodig was. ,,Ik werkte op dat moment als ziekenhuisarts in Emmeloord, waar ik drie jaar ervaring opdeed in de gynaecologie/verloskunde en de chirurgie. Ze bereidden mij er ook voor op werken in een derdewereldland.’’

Een intensieve periode, ze woonde praktisch in het ziekenhuis. Van den Berg leerde er operatietechnieken en verrichtte (tang)bevallingen en keizersneden. ,,Zodat ik me in primitievere omstandigheden kon redden.’’

loading  

Samen met haar man Cees, nu kinderpsychiater, zouden ze eind jaren 80 in een groot vluchtelingenkamp in Pakistan gaan werken. Een gedeeld ideaal. ,,We leerden de taal een beetje en legden al wat contacten.’’ Maar op het laatste moment ging de missie niet door. De organisatie die het echtpaar zou uitzenden kreeg geen toestemming. ,,Een fikse domper’’, zegt ze.

Nog dezelfde week klopte Artsen zonder Grenzen aan met de vraag of het echtpaar naar Afghanistan wilde afreizen. Daar was de nood nóg hoger. Ze wilden er eerst goed over nadenken, want in dat land woedde een bloedige oorlog. De Russen waren er net binnengevallen en de situatie was chaotisch. ,,We zeiden eerst nee, want het was er best link.’’ Maar na enkele weken kantelde het gevoel.

loading  

,,We zijn christenen en putten kracht en vertrouwen uit het geloof’’, zegt Van den Berg. ,,Er daalde rust in. Uiteindelijk besloten we toch te gaan. De bevolking had ons nodig. Mijn moeder vond het lastig, ze had zorgen over de missie. Maar toen we vertrokken, had ze er toch vrede mee.’’

Schuilen met verzetsstrijders in een groot konijnenhol

De eerste keer, in 1986, liepen ze vanaf de Afghaanse grens, begeleid door verzetsstrijders van de Moedjahedien, naar hun primitieve bestemming, ergens in een vallei aan de oostkant van het land. Een lange colonne van mensen, dieren en goederen. Bijbelse taferelen, omschrijft Van den Berg.

Die missie was relatief rustig, ver weg van het oorlogsgeweld dat zich vooral in de steden afspeelde. ,,Onze post lag buiten bewoond gebied, halverwege een berghelling, verscholen in de rotsen. Het enige gevaar kon vanuit de lucht komen; helikopters die patrouilleerden. Dan schuilden we in de grot. Dat leek op een groot konijnenhol.’’’ Het contrast met het veilige Nederland is groot. ,,We menen hier maar alles te kunnen claimen, als het op zorg aankomt. We beseffen te weinig hoe bevoorrecht we zijn in de westerse wereld.’’

Altijd anderen helpen, het zit in haar genen

In Afghanistan hield het echtpaar zich tijdens de eerste missie vooral bezig met huisartsenwerk. Er waren wel oorlogsgewonden, maar de hoofdtaak bestond uit reguliere zorg aan de bevolking in de nederzettingen.

Incognito tussen de Afghanen met hoofddoek en baard

Na terugkeer in eigen land volgde een half jaar later een tweede uitzending naar Afghanistan. Die was omvangrijker, maar ook een stuk heftiger en gevaarlijker. Dat begon al met de reis, die zes weken in beslag nam. ,,Die trip was écht wel spannend.”

loading  

Om de hulpverleners geen makkelijk doelwit te maken, droeg het artsenechtpaar Afghaanse kleding en veranderden ze hun namen. Cees liet een baard groeien en ging door het leven als Seiaf , Dinanda droeg een hoofddoek en heette Malika – wat in het Arabisch koningin betekent. ,,Dat kon minder’’, lacht Van den Berg.

De make-over beschouwde ze als een vanzelfsprekendheid. ,,Je moet je conformeren aan de gewoontes en gebruiken in zo’n land. De lokale bevolking was gastvrij. Men had over het algemeen veel respect voor ons.’’

Onderweg moesten ze geregeld een veilig heenkomen zoeken bij bombardementen van Russische gevechtstoestellen. ,,Die keken niet zo nauw. Schooltjes, huizen, infrastructuur; alles was een mogelijk mikpunt.’’

Bij een van die aanvallen, op klaarlichte dag, kwam een granaat tot ontploffing bij de woning waar het echtpaar op dat moment verbleef. ,,We zaten in een bepaalde ruimte, maar kwamen even later weer bij onze positieven in de kamer ernaast. We waren gewoon weggeblazen.’’ Ze overleefden het bombardement, de buren en een aantal paarden niet. ,,Het was een enorme puinhoop. Complete chaos.’’

Veel amputaties in tot ziekenhuis omgebouwde woning

Hun bestemming was dit keer een tot ziekenhuis omgebouwde woning met zo’n twintig bedden. ,,Ik had er vooral chirurgische taken’’, vertelt Van den Berg. Haar man deed de poli, op het dak. Het dorpje lag niet ver van het oorlogsfront. ,,We deden veel amputaties.’’

De nabijheid van die strijd maakte de dreiging en spanning dagelijks voelbaar. Het echtpaar zat nogal eens in de schuilkelder. De situatie was gecompliceerd: rivaliserende verzetsgroepen bestookten soms ook elkaar in plaats van de gemeenschappelijke vijand. Bij zo’n incident raakte Van den Berg gewond. Een granaatscherf drong in haar been. ,,Niet ernstig hoor, maar we moesten het dorpje wel halsoverkop ontvluchten.’’

Een pittige tijd, beaamt ze dertig jaar later. ,,We stonden soms doodsangsten uit. Maar je kon niet weg. En dus gingen we door en steunden elkaar, gesterkt door het geloof. Hulp bieden, daarvoor waren we hier.’’

Het brute geweld, de indringende beelden van dood en verderf; Van den Berg heeft er geen trauma aan overgehouden. ,,We hebben het ook fijn gehad en dankbaar werk verricht. Als ik naar reportages over Afghanistan kijk, dan ruik ik weer de geuren van de lokale markt.’’

Doodongelukkig als keuringsarts

Genoeg hierover, zegt ze. ,,Het hoeft geen heldenverhaal te worden. Ons werk in Afghanistan is eigenlijk niets anders dan hier in Smilde. Je bent er voor de mensen, als teken van hoop.’’

Het Drentse dorp is de derde en laatste stepping stone in de loopbaan van Dinanda van den Berg. Een indirect gevolg van de baan die haar man hier vond, in de psychiatrie. ,,Ik had nog geen idee wat ik in Smilde of Drenthe wilde gaan doen. We hadden wel een kinderwens, dus een langdurige opleiding tot medisch specialist zag ik niet zitten.’’

loading  

Ze wilde in elk geval niet fulltime werken. Maar een deeltijdbaan was in die tijd ongepast. ,,De enige plek waar dat kon was bij de toenmalige Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD), als keuringsarts.’’ Binnen de kortste keren had ze die baan. Mooi geregeld, zou je denken. Maar voor Van den Berg was het een kwelling: ,,Een totaal verkeerd besluit.’’

Ze moest mensen beoordelen voor een bepaald soort uitkering. ,,Ik heb het twee jaar volgehouden, maar voelde me er doodongelukkig. Het contrast met Afghanistan kon niet groter. Dit wilde ik niet de rest van mijn leven doen.’’

Een van de eerste vrouwelijke huisartsen in Drenthe ... en nog parttime ook!

De uitvlucht was een 2-jarige opleiding tot huisarts, waarvoor gesolliciteerd kon worden. Ze werd aangenomen. Geen verrassing: haar indrukwekkende cv marcheerde als een muziekkorps voor Van den Berg uit. Het tweede opleidingsjaar kon ze aan de slag in de praktijk van dokter Batelaan in Smilde. ,,Hij wilde wat minder werken en leidde ook huisartsen op. Een ideale combinatie, voor ons beiden.’’

Van den Berg kon vervolgens de halve praktijk overnemen, met zo’n 1500 patiënten. ,,Die kreeg ik zomaar in de schoot geworpen.’’ Ze was een van de eerste vrouwelijke huisartsen in Drenthe.

Haar wens was een 3-daagse werkweek. Maar in die tijd was dat not done . ,,Ik kwam terecht in een echte mannenwereld, met hun eigen mores en opvattingen. Sommigen zeiden het gewoon recht in mijn gezicht: ‘met parttime werken kun je nooit een goede, volwaardige huisarts worden. Dat bestáát niet’.’’

De aanmatigende bewering sorteerde een averechts effect. ,,Ha! Dat moet je niet tegen mij zeggen. Dan word ik strijdvaardig. Dat zullen we nog wel eens zien, dacht ik.’’

Dorpsdokter in een snel veranderende samenleving

Toch vond ze haar functie als huisarts in het eigen dorp ook spannend. ,,Hoe zouden de inwoners reageren? Wilden ze me wel als dorpsdokter? Ik kan alleen maar ergens lekker werken als ik het gevoel heb dat ik welkom ben. Acceptatie moet je niet bevechten.’’

Het bleek koudwatervrees: ,,Vanaf dag 1 heb ik me hier als een vis in het water gevoeld. Ik bespeurde geen enkele weerstand bij de inwoners. Daarvoor ben ik ze nog steeds erg dankbaar.’’ Wat meewerkte, denkt Van den Berg, was het feit dat ze al drie jaar in Smilde woonden. ,,Mensen hadden al even aan ons kunnen snuffelen.’’

In de loop der jaren zag ze veel veranderen binnen de geneeskunde en de zorg. Niet altijd in het belang van patiënten en de sector. Eén keer in haar leven heeft ze gedemonstreerd, op het Malieveld, tegen de marktwerking in de zorg.

,,Een patiënt wordt nóóit een consument’’, benadrukt ze. ,,Die heeft maar aan één ding behoefte; een dokter die jou kent, die er voor je is en die je helpt. Als het er echt op aankomt heb je iemand nodig die je vertrouwt en zegt wat je moet doen.’’

In het begin deed Van den Berg bijna alles zelf: thuisbevallingen, spoedeisende ingrepen. Vaak in samenwerking. ,,Dat is heel goed. Je wordt je bewust van je blinde vlekken.’’ Patiënten hadden vroeger meer geduld, vervolgt ze. ,,Als ik bij een volle wachtkamer plotseling weg moest voor een bevalling, dan was dat geen enkel probleem. Ook was men veel terughoudender met bellen, vooral ‘s nachts. Dan putten ze zich eerst uit in excuses voor ze de reden van hun telefoontje vertelden.’’

Die drempel is vandaag de dag amper aanwezig: ,,De maatschappij is veranderd. Men vraagt makkelijker om een huisarts, maar het wordt ook aangemoedigd vanuit de samenleving. Mensen zien de huisarts als 24-uurszorg.’’

 

De structuur van de huisartsenzorg veranderde ook. De avond-, nacht- en weekenddiensten werden ondergebracht in groter verband. Kortere diensten, vanuit een centrale post, voor een aanzienlijk groter aantal patiënten. ,,Je kende opeens niet meer iedereen persoonlijk. Het werd anoniemer. Aan de andere kant verlichtte het de werkdruk.’’

De huisartsen in Smilde stonden niet meteen te juichen bij deze ontwikkeling, maar ze zijn er uiteindelijk wel in meegegaan. ,,Een onontkoombare ontwikkeling’’, stelt ze. ,,We wilden niet achterop raken.’’ Gevolg was wel dat Van den Berg afscheid moest nemen van de verloskunde, van de kraambezoeken en controles. ,,Dat was wel een dingetje’’, zegt ze. ,,Ik moest afstand doen van een vaardigheid die ik heel leuk vond.’’

Opeens werd de dokter zelf patiënt

En toen werd ze plotseling zelf ziek. In 2009 werd bij Van den Berg borstkanker geconstateerd. Een intensieve periode volgde, met langdurige behandelingen; chemo’s, immunotherapie, operaties. ,,Ik ben er bijna een jaar uit geweest.’’

Dat de dokter opeens zelf patiënt was, vindt ze een aparte gewaarwording. ,,Mijn patiënten wilden al snel weten wat ik had. Zo gaat dat. In het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen, waar ik onder behandeling was, kwam ik soms ook mensen uit Smilde tegen. Je kunt je niet aan de wereld onttrekken en dus heb ik besloten om er open over te zijn.’’

Daar heeft ze geen spijt van. ,,Iedereen respecteerde mijn privacy. Ik heb ongelooflijk veel steun gehad van mijn patiënten. Elf maanden lang had ik elke dag post; aardige kaartjes en lieve brieven. Geweldig!’’

Van den Berg genas en wilde zo snel mogelijk weer aan het werk. Maar energetisch had ze ingeleverd, zo bleek. ,,Ik zit nu op zo’n 75 procent van wat ik eerder aankon. Dat wreekte zich vooral tijdens onregelmatige diensten. Nachtdiensten kon ik echt niet meer draaien en de palliatieve zorg drukte zwaarder op mijn schouders. Daarnaast ging mijn leeftijd een rol spelen.’’

Haar ziekte heeft het begrip voor lotgenoten vergroot. ,,Ik weet nu wat het is om chemo te krijgen, wat onzekerheid met je doet en hoe pittig het is om te moeten wachten op een uitslag. Soms zei ik tegen een patiënt: ‘ik snap hoe u zich voelt’. Mensen waardeerden dat.’’

De borstkanker heeft haar niet veranderd, meent ze. ,,Het bijzondere is dat veel patiënten dat wél vonden. Vooral de mensen met een kwaadaardige aandoening. Die hadden het gevoel met een half woord begrepen te worden.’’

Eerst het afscheid en dan vluchtelingen helpen op Lesbos

Op 16 december neemt ze officieel afscheid. Twee jaar geleden had Van den Berg dat al besloten, in de volle overtuiging dat het een goede stap was. Toen was het nog een redelijk ver-van-haar-bed-besluit. Maar inmiddels nadert haar pensionering met rasse schreden.

Van den Berg staat nog steeds volledig achter haar keuze. ,,Maar het is ook wel lastig’’, bekent ze. ,,En die verrekte corona helpt ook niet mee.’’

Ze slikt snel wat opwellende emotie weg. Met vochtige ogen: ,,Heel jammer dat je geen afscheid kunt nemen zoals je dat graag zou willen. Met een grote receptie en zo. Ik had mijn patiënten zó graag op een ongedwongen, feestelijke manier de hand willen drukken ...’’

Het wordt nu een walk-through : een soort defilé langs de vertrekkende huisarts, op anderhalve meter afstand. ,,Het is tenminste nog íéts.’’ Van den Berg draagt de praktijk over aan Jenneke van Delden.

Over de toekomst maakt ze zich niet druk. Die vult zich wel. ,,Het zwarte gat? Ha, daar ben ik véél te actief voor. Maar ik wil niet te snel in nieuwe dingen stappen. Eerst maar eens écht thuiskomen, rust nemen, mijn hulpbehoevende ouders ondersteunen.’’

Daarnaast gaat ze jonge artsen coachen en begeleiden. Op de langere termijn wacht mogelijk nog een uitstapje naar het Griekse Lesbos. Niet op vakantie, maar voor de vluchtelingen. ,,Cees en ik spelen met die gedachte om daar volgend jaar een paar weken actief te zijn.’’

menu