Pijn in het dierenasiel in tijden van corona: er is altijd een hond of een kat die echt niemand wil hebben

Indy (l) en Faya staan inmiddels met meer vertrouwen in de wereld.

In coronatijd zijn honden en katten niet aan te slepen. Vooral jonge dieren vinden gretig aftrek. Maar er zijn altijd wel dieren die niemand wil hebben. Of past (uiteindelijk) op elk potje een dekseltje?

Dierenasielen ogen betrekkelijk leeg. Maar de honden en katten die er zitten, hebben doorgaans een randje. Of soms zelfs een dikke rand. Zijn op leeftijd, hebben hun uiterlijk niet mee, zijn van een ras met een bedenkelijke reputatie of kampen met gedragsproblemen. Door een gebrek aan opvoeding, verwaarlozing, mishandeling of andere ellende. ,,Die dieren een goed thuis geven, vraagt veel ervaring, tijd, geduld en liefde’’, zegt Iris van Doormalen van het asiel in het Groningse Zuidwolde.

‘Een jachthond heeft aan een rondje in het park niet genoeg’

En hoewel de vraag enorm is (vanwege de coronacrisis werken veel mensen thuis en zien in een huisdier de ideale afleiding of zingeving) betekent dit niet dat de lat voor toekenning van hond of kat lager ligt bij de asielen. Van Doormalen: ,,De corona-aanvragen pikken wij er meestal makkelijk uit. Vaak zie je in één oogopslag dat het niet past. Een jachthond, die hoog in de energie zit, wil je niet op een bovenwoning hebben. Zo’n dier heeft aan een rondje in het park niet genoeg. Mensen zonder ‘honden-ervaring’ weten soms niet waar ze aan beginnen.’’

Alwin Tol van het Drents Dierenasiel in Beilen heeft die ervaring ook. ,,Wij krijgen mailtjes van mensen die een pup willen. Maakt niet uit wat voor eentje, als het maar een jonge hond is. Die aanvragen filteren we er direct uit. Onze insteek is dieren zo snel mogelijk te herplaatsen. Maar we houden de hond of kat liever iets langer bij ons en zorgen voor een goede plek, dan dat het snel gaat en er twijfels zijn.’’

‘Vaak niet gesocialiseerd en niet of nauwelijks opgevoed’

Dat ‘iets langer’ kan oplopen tot meerdere jaren, weten ze in het Groninger asiel. ,,Ik kan niet zeggen dat het bij het ene ras vaker gebeurt dan bij het andere, maar het zijn wel honden met sterke karakters. Die kunnen vaak niet alleen zijn, zijn eenkennig, vertonen angstig gedrag, kunnen niet goed met andere dieren overweg en dat resulteert vaak in een bepaalde mate van agressie. Kortom, ze zijn niet gesocialiseerd en niet of nauwelijks opgevoed.’’

Hoe langer de dieren in het asiel verblijven, hoe hechter de band wordt met de medewerkers en vrijwilligers. Van Doormalen: ,,Ja, als je deze dieren dagelijks verzorgt, ontstaat er een emotionele band. Moet ook. We doen ons best een goede plek te vinden, maar zolang dat niet is gebeurd, moeten we zo goed mogelijk voor ze zorgen. En we moeten ervoor waken dat de dieren niet hospitaliseren. Dus nemen de vaste uitlaters de honden ook mee in de auto. Ja, uitstapjes. Lekker ergens anders wandelen en dagelijkse dingen ervaren.’’

‘Grote vraag hier uitgelezen kans voor honden uit buitenland’

Voor Conny Busstra uit Koekange is de grote vraag naar honden juist een uitgelezen kans om dieren uit huisdieronvriendelijke landen een beter plekje te geven. Zij runt al twaalf jaar de Stichting Idemo, Bosnisch voor We gaan . Jaarlijks haalt ze 150 honden voor herplaatsing naar Nederland en brengt hulpgoederen naar de allerarmste mensen daar. ,,In landen als Kroatië en Bosnië zitten de asielen pas echt vol. 400 honden op elkaar gepropt is heel gewoon. Daar hoort een hond buiten aan de ketting. En hij moet nuttig zijn, voor bewaking of de jacht. Zo niet, dan wordt ie de straat op geschopt. Huisdieren zoals wij die hebben, kennen ze niet.’’

Maar er is meer niet in de haak, vindt ze. ,,Vooral in Bosnië zijn mensen gewoon wreed voor dieren. Voor de grap worden ledematen afgehakt. En is er een overstroming, wat in bepaalde gebieden nogal eens gebeurt, dan wordt het gezin in veiligheid gebracht, maar de hond niet. Die verdrinkt, want zit aan de ketting en kan geen kant op. Ook laten mensen hun buitenhuisje bewaken door een hond. Die dieren krijgen alleen in het weekeinde, als de mensen in het huisje zijn, wat te eten. Broodmager natuurlijk.’’

Van Doormalen is niet voor of tegen ‘import’, maar plaatst wel een kanttekening: ,,In de landen van herkomst hebben zwerfhonden misschien geen goed leven, maar kunnen ze zich doorgaans vrij bewegen. In Nederland moeten ze slapen in een mandje en worden ze uitgelaten aan een riempje. Je kunt je afvragen of een dier van zo’n grote overgang gelukkig wordt.’’

‘Met training en begeleiding is veel te bereiken’

Echt wel, zegt Busstra. ,,Wij halen niet alle honden naar Nederland. Ze moeten kunnen omgaan met kinderen, andere honden en katten. Zwerfhonden zijn vaak heel sociaal, want zo zijn ze opgegroeid. Maar dat neemt niet weg dat het Nederlandse baasje de hond wel moet opvoeden. In 90 procent van de gevallen gaat dat goed. Zo niet, dan brengen ze de hond terug, want die blijft eigendom van de stichting, en zoeken we een nieuwe plek. Met goede training en begeleiding is er veel te bereiken.’’

Tol benadrukt dat stichtingen die buitenlandse honden redden als paddenstoelen uit de grond schieten. En dat de nazorg lang niet altijd goed is geregeld. ,,En als de hond dan niet bevalt en de stichting neemt het dier niet terug, wordt die bij ons gebracht. Inmiddels zien we de eerste corona-dieren bij ons binnendruppelen. De kinderen zijn weer naar school en er wordt weer meer buiten de deur gewerkt. Dan gebeurt waar we zo voor hebben gewaarschuwd: er is onvoldoende aandacht voor de hond of kat en die moet dan maar weg. Daar maak ik me wel zorgen om.’’

menu