Maas van Egdom.

Maas van Egdom langer ombudsman in Hoogeveen: 'Ambtelijke smoesjes herken ik onderhand wel'

Maas van Egdom. Foto: Gerrit Boer

Maas van Egdom is ook de komende zes jaar ombudsman van Hoogeveen. Wat drijft de 76-jarige? En hoe belangrijk is zijn taak? Gesprek met een ‘scheidsrechter’ op het speelveld van lokale overheid en inwoners.

,,Iemand die op mijn spreekuur komt met een klacht over behandeling door de gemeente staat bijna altijd met 1-0 achter. Een inwoner weet gewoon minder dan een ambtenaar die gepokt en gemazeld is. Aan mij de taak om alle informatie te objectiveren.’’

Aldus Maas van Egdom, gemeentelijk ombudsman van Hoogeveen en De Wolden. De Hoogeveense raad besloot donderdagavond met hamerslag over verlenging van zijn ambtstermijn met nog eens zes jaar.

De 76-jarige Hoogevener wil mensen helpen die fijngemalen dreigen te worden in gemeentelijke procedures of door handelen van de lokale overheid. ,,Burgers krijgen van mij niet altijd gelijk hoor, maar als ze écht een punt hebben dan ga ik er ook volledig voor.’’

Stok achter de deur

Zijn bemoeienis maakt vastgelopen kwesties vaak vloeibaar, vertelt Van Egdom. Dat zou niet nodig moeten zijn. ,,Maar’’, zo zegt hij, ,,de organisatie leert er van.’’ In dat opzicht fungeert de ombudsman als een stok achter de deur.

Van Egdom loopt al lang mee in overheidsland en heeft veel kennis en ervaring opgedaan bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), als gemeentesecretaris in Hoogeveen en in zijn rol als ombudsman bij diverse gemeenten, waaronder Assen.

,,Ik weet heel goed hoe het aan de ambtelijke kant in elkaar zit en wat er wel en niet kan. Smoesjes vanuit de organisatie herken ik onderhand wel. Al moet ik ook zeggen dat de ambtenaren in Hoogeveen en De Wolden over het algemeen zeer bereid zijn om naar oplossingen te zoeken.’’

Goed kunnen luisteren

Een ombudsman moet vooral goed kunnen luisteren, meent Van Egdom. ,,Dat is de helft van mijn werk. Op basis van het verhaal bepaal ik of mensen netjes en fatsoenlijk zijn behandeld door de lokale overheid.’’

De rechtmatigheid van handelingen en besluiten zijn meer het pakkie-an van de bezwaarschriftencommissie. Van Egdom: ,,Het gemeentebestuur kan een rechtmatig besluit hebben genomen, maar dat zegt niet alles over een fatsoenlijk en eerlijk verloop.’’

De meeste klachten gaan over brieven die de gemeente te lang onbeantwoord laat, of mensen die niet worden teruggebeld. Ander zaken gaan over bijstand, schuldproblematiek, jeugdzorg. Maar ook klachten over groen, wegen en verkeer komen langs.

Veel problemen kunnen op informele wijze worden opgelost. ,,Dat is ook mijn doelstelling.’’ Slechts een paar keer per jaar komt het tot een formele klacht.

‘Niemands belangenbehartiger’

In de voorbije zes jaar was Van Egdom gemiddeld een dag per week zoet met zijn taken als ombudsman. Hij wordt door de gemeente betaald, maar opereert onafhankelijk. ,,Ik ben niemands belangenbehartiger’’, benadrukt hij. ,,Ik ben objectief. Ze noemen me wel eens een rijdende rechter, al kan ik niets afdwingen. Ik geef een oordeel en doe soms aanbevelingen, maar het is geen vonnis.’’

De ombudsman houdt elke maand spreekuur voor inwoners. Daar wordt veel gebruik van gemaakt. ,,We zitten elke keer vol. Dat zijn dan vijf, zes zaken. Mensen komen makkelijk naar me toe.’’

Hij vermoedt twee redenen voor die toeloop. ,,Ze horen van anderen dat het zin heeft, maar het heeft ook te maken met het imago van en de kritiek op de overheid. Neem die toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Erg schadelijk voor het algehele beeld van de overheid. Dat werkt onderhuids door naar gemeentelijke organisaties. Die hebben daar last van.’’

Harde taal

Van Egdom schuwt harde woorden niet. Zo schetste hij vorig jaar een onthutsend beeld van de praktijk rond participatiebanen in deze gemeente. ‘Onsamenhangend, tegenstrijdig, in strijd met de wet’, oordeelde hij over het ondoorzichtige woud aan regels, benamingen, criteria en beloningen.

Hij lacht. ,,Nee, dan gebruik ik geen omfloerste taal. Daar schiet niemand wat mee op. Ik benoem de feiten zo helder mogelijk. En dat kan hard aankomen bij bestuurders en ambtenaren.’’

‘Hoofd op orde’

Over zes jaar, aan het eind van zijn tweede ambtstermijn als ombudsman, is Van Egdom 82 jaar. De constatering begroet hij met een brede grijns. ,,Wat mij toch bezielt, zullen mensen denken. Nou, ik ben nog volop gemotiveerd en vind het zinvol en belangrijk werk. Ik voel me ook geen 76 jaar. Ik ben gezond en heb mijn hoofd nog op orde. Maar eind 2026 is het wel klaar, denk ik.’’

menu