Architect over laatste stukje Raadhuisplein in Emmen: Ik wil mensen blij maken

,,Peter krijgt ontzettend veel voor elkaar. In hem zit een mooie combinatie van enthousiasme en doorzettingsvermogen. Dat hebben wij ook.’’

De manier waarop Liesbeth van der Pol (van 1959) tegen de verslaggever begint verraadt dat zij en Peter van Dijk - want over die Peter hebben we het - karakterologische overeenkomsten vertonen. Dus toen Van Dijk haar belde om te informeren of ze belangstelling had voor het ontwerpen van zijn plannen, dacht Van der Pol direct: met die man moet ik kennis maken.

Van Dijk kreeg de lachers op zijn hand toen hij tijdens de start van de nieuwbouw vertelde over die eerste ontmoeting met Liesbeth van der Pol. Hoe de vrouw zijn kantoor binnenkwam, zich onmiddellijk thuis voelde en de hoge hakken in een hoek smeet. Van der Pol nu, vanuit haar kantoor bij de oude NDSM-werf in Amsterdam-Noord: ,,Ik had er een flinke reis naar het noorden opzitten, ik was bekaf, hij zat daar in zijn spijkerbroek, ik gooide dus mijn hakken aan de kant en plofte op de bank.’’ Het bleek het ongedwongen startsein voor een vruchtbare samenwerking.

Stomme vraag

Stomme vraag, zegt Van der Pol een paar keer - ze kan heerlijk direct zijn. Al helemaal als de verslaggever heel voorzichtig de niettemin foute en rolbevestigende inschatting maakt dat vrouwen dun gezaaid zijn als top-architect. ,,Er zijn veel goeie vrouwelijke architecten hoor’’, zegt ze. ,,Ik denk dat de helft van de architectuurstudenten nu vrouw is. En op ons bureau is méér dan de helft vrouw.’’

Volgens Van der Pol is haar keuze voor het vak logisch. ,,Ik werd al heel jong blij van gebouwen. En dan speciaal van grote constructies. Het ruige werk, dat vind ik mooi. Staalconstructies bijvoorbeeld.’’ Het verklaart wellicht waarom DOK architecten haar intrek nam in het bijzondere Kraanspoorkantoor op de noordelijke oever van het IJ, ook een ontwerp trouwens van een vrouwelijke architect: Trude Hooykaas. Ze won er verschillende prijzen mee..

Achtergronden

De verslaggever was óók naar Amsterdam gereisd om wat meer over de achtergronden van Van der Pol te weten. Over haar werk voor Schiphol en haar voormalige activiteiten als Rijksbouwmeester. Of over het vernieuwde Scheepvaartmuseum, waar ze verantwoordelijk voor is. Of haar werk nu voor het Binnenhof. Bij aankomst op de zesde verdieping van het Kraanspoorgebouw werden we met zachte hand een paar verdiepingen lager gebracht waar Van der Pol in een kleine stiltekamer zat te wachten. Want: boven in het kantoor van DOK wordt gebrainstormd over de renovatie van het Binnenhof en daar kunnen ze geen pottenkijkers bij gebruiken. Het gaat om een geheim project, waarvan Liesbeth van der Pol de coördinerend architect is.

Van der Pol heeft geen zin om in het verleden te graven. ,,Het gaat niet om mij, het gaat om het gebouw’’, zegt ze. DOK ontwierp er de afgelopen dertig jaar zo’n honderd in binnen- en buitenland, met Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam en de Rooie Donders in Almere als bekende exponenten. Ook de nieuwe parkeergarage in Zwolle is van haar hand, met de kenmerkende geglazuurde bakstenen en oosterse tinten. ,,De parkeergarage is de nieuwe karavanserai’’, zegt ze, ,,een overnachtingsplek voor karavanen. Want auto’s zijn de nieuwe kamelen.’’

Fantastisch frame

De Amsterdamse architecte zit op haar praatstoel, dus door naar Emmen. Ze vertelt over de wijze waarop straks in het afsluitende stukje Raadhuisplein hergebruik wordt gemaakt van oude hekken uit slooppanden, die wat haar betreft zoveel mogelijk uit de buurt komen. ,,Het wordt een fantastisch frame’’, straalt ze, ,,dat dankzij een poedercoating een goudachtige kleur krijgt.’’ Ze steekt een verhaal over architectuur als emotie af. ,,Oude historische gebouwen vindt iedereen mooi. Ik probeer in een nieuw ontwerp de schoonheid van de Taj Mahal te combineren met de historie van een nieuw gebouw.’’ Een gebouw moet karakter heben, vanzelf. ,,Een gebouw is niet een omhulling van een functie alléén!’’

Van de Taj Mahal naar het Raadhuisplein is voor de top-architect maar een kleine stap. ,,Emmen is zo’n leuke stad’’, zegt ze, om vervolgens een loftrompet af te steken over het voormalige gemeentebestuur. ,,Het is fantastisch dat Emmen het voor elkaar gekregen heeft om dwars door de crisisjaren heen zo’n grote transitie uit te werken. En de moed had om ondanks tegenstand door te zetten met dit traject, waardoor Emmen een nieuw hart kreeg.’’ Wat heet: voor een half miljard euro werd de hele binnenstad op z’n kop gezet, de dierentuin verhuisd en een nieuw theater gebouwd en en passant twee pleinen opgeknapt. Aan een derde plek, het Rensenpark, wordt gewerkt.

Mooi en compact

Daar, in dat park-in-wording, is Van der Pol nog niet geweest, maar ze gaat er zonder meer vanuit dat het past binnen het nieuwe plaatje dat Emmen voor ogen heeft. Op de vraag wat er nog zou moeten gebeuren in Emmen pakt ze een oudere tekening met daarop drie punten, ten noorden, ten oosten en ten zuiden van het plein. Punten waar ook leven in de brouwerij zou kunnen komen. Niet toevallig punten, die deels al ingevuld zijn.

Een mooi en compact centrum heeft Emmen, vindt Van der Pol. Ze noemt het een grote eer dat ze de tekeningen mocht maken. ,,Zoveel mensen krijgen niet de kans om een iconisch gebouw recht tegenover het gemeentehuis neer te zetten.’’ Ze denkt even haar aan eigen stad Amsterdam en lacht. ,,Het is toch alsof je de Bijenkorf van Emmen ontwerpt, haha.’’

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.