Arjan Kolkman bij de jaknikker die hij jarenlang in beweging zette. Dit exemplaar staat in het winkelcentrum van Schoonebeek.

Arjan Kolkman in Schoonebeek: domweg gelukkig tussen de jaknikkers (en heel graag nog eentje erbij)

Arjan Kolkman bij de jaknikker die hij jarenlang in beweging zette. Dit exemplaar staat in het winkelcentrum van Schoonebeek. Foto: Marcel Jurian de Jong

Arjan Kolkman (47) uit Schoonebeek is idolaat van jaknikkers. In zijn woonplaats staan er nog vier. Met voormalig NAM-medewerker Bennie Buter doet Kolkman zijn best om ook in het centrum van Nieuw-Schoonebeek een jaknikker geplaatst te krijgen. Want ook dat dorp is volgens het duo onlosmakelijk met de oliewinning verbonden.

Wat wil jij later worden? Wie dit vroeger aan Arjan Kolkman vroeg, kreeg een bijzonder antwoord. ,,Meneer van de NAM!’’ De nu 47-jarige Schoonebeker grijnst. ,,Ik groeide op tussen jaknikkers. Als jochie was ik daar enorm van onder de indruk. Grote dingen die ook nog de hele dag bewegen. Ik schijn zelfs ooit tegen mijn oma te hebben gezegd dat ik later niet naar de hemel wilde als daar geen jaknikkers zouden zijn. Dat ik meneer van de NAM wilde worden, was dus niet zo raar. Want dan mocht ik met jaknikkers werken.’’

Kolkman werd nooit een NAM’er. Zijn vader had een bakkerszaak in Schoonebeek en daar ging ook Kolkman junior aan de slag. Toch maakte hij zijn jongensdroom wel een beetje waar. Hij werd de enige bakker van ons land die met grote regelmaat een jaknikker ‘aan het werk’ zette. Niet om olie uit de grond te halen, maar voor de sier en ter herinnering. ,,De jaknikker die voor onze winkel stond werd na de sluiting van die put in 1987 een soort draaiend monument. Met een simpele druk op de knop zette de bode van de gemeente Schoonebeek hem af en toe in beweging. Later, na de gemeentelijke herindeling van 1998, werd dat mijn taak.’’

Facebookpagina met zevenhonderd leden

De bewuste jaknikker staat er nog altijd, maar niet meer voor de winkel van Kolkman. Het bedrijf is dit najaar overgenomen door collega Sieben en die heeft nu ook de sleutel van de elektriciteitskast bij de jaknikker. ,,Dat leek ons handiger. Zij zijn er nu elke dag en ik niet meer’’, zegt de veertiger. De liefde voor de jaknikker is daarmee niet verdwenen. De voormalige bakker blijft gewoon doorgaan waarmee hij jaren geleden begon: zoveel mogelijk documentatiemateriaal vergaren over de markante oliepompen die zo met de geschiedenis van Schoonebeek verbonden zijn. Hij is niet de enige liefhebber. Kolkmans Facebookpagina over dit onderwerp heeft inmiddels zo’n zevenhonderd leden.


loading

Het olieverhaal van Schoonebeek begon in 1943. Toen ontdekte de Bataafse Petroleum Maatschappij, een dochteronderneming van Shell, er een olieveld. Om dit te exploiteren, richtten Shell en Esso na de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) op. In rap tempo veranderde het dorp. Niet alleen kwamen er boortorens en later jaknikkers, er verrezen ook allerlei voorzieningen voor de NAM en haar personeel. Woningen, een kantoorgebouw en een luxueus trainings- en ontspanningscentrum mét zwembad. De oorspronkelijke bevolking profiteerde mee. De oliewinning betekende werk voor velen.

Kolkman: ,,De eerste jaknikker stond er in 1945. In de jaren daarna kwamen daar nog zo’n driehonderd bij. In de jaren tachtig begon de afbouw en in 1996 stelde de NAM de laatste jaknikkers in Schoonebeek buiten werking. Het was niet langer rendabel om op deze manier olie uit de grond te halen.’’ Van alle jaknikkers die in en rond het dorp een plek hadden, zijn er nog vier te bezichtigen. Ze staan voor de voormalige winkel van Kolkman, aan de Beekweg, bij het voormalige NAM-trainingscentrum en aan de Europaweg richting Nieuw-Schoonebeek. ,,Die voor onze voormalige bakkerszaak is de enige van de vier die op de originele plek staat, op een gesloten put’’, weet Kolkman.

‘Deel belandde bij het oud ijzer’

De jaknikkers die in Schoonebeek stonden, waren vrijwel allemaal gemaakt door het bedrijf Thomassen uit Rhenen. ,,Daarnaast stonden er nog een stuk of vijftien van Le Grand, gemaakt in Canada. Waar al die jaknikkers zijn gebleven? Heel veel zijn verhuisd naar Venezuela en Indonesië. En ongetwijfeld is ook een deel bij het oud ijzer beland.’’

loading


In Duitsland, vlak over de grens bij Schoonebeek, zijn nog flink wat jaknikkers in bedrijf. Kolkman gaat er geregeld kijken. ,,Daar zijn wat betreft de jaknikkers andere keuzes gemaakt dan in Nederland. Het is en blijft voor mij fascinerend. Nee, niet alle jaknikkers zijn hetzelfde. Er zijn verschillende modellen. Een leek ziet dat niet meteen, een kenner wel. Vergelijk het maar met motorfietsen. Als je je daar niet in verdiept, vallen je de verschillen ook niet op.’’

‘Jammer: niets terug te zien’

Kolkman heeft als liefhebber contact met flink wat voormalige NAM-personeelsleden, onder wie Bennie Buter (65) uit Nieuw-Schoonebeek. Buter ziet graag dat er ook een jaknikker wordt geplaatst in het centrum van zijn woonplaats, voor dorpshuis De Dorpshoeve. ,,Nieuw-Schoonebeek maakte vroeger volledig deel uit van het Schoonebekerveld en er stonden vele tientallen jaknikkers. Ik vind het jammer dat daar nu niets meer van terug te zien is’’, aldus Buter. Hij zoekt, samen met Kolkman, sinds enkele maanden naar een Thomassen AE of AF. ,,Het eerste type jaknikker dat in Nieuw-Schoonebeek werd geplaatst. In Breda staat zo’n jaknikker bij een kantoor van Exxon Mobil. Met dat bedrijf is contact geweest, maar daar willen ze hem niet kwijt.’’


loading

Buter blijft met Kolkman zoeken naar een exemplaar dat tegen redelijke kosten overgenomen kan worden en naar Nieuw-Schoonebeek kan komen. ,,Dorpsbelangen weet ervan en ook de NAM. Uiteraard zullen er ook vergunningen nodig zijn, maar daar hebben we met de gemeente Emmen nog niet over gehad.’’ Voorlopig blijft het aantal jaknikkers in het voormalige Schoonebekerveld dus nog beperkt tot vier. Ondertussen is Kolkman ook bezig met een ander project. Hij wil het gehele voormalige oliewingebied van Schoonebeek met alle jaknikkers nabouwen op een schaal van 1:87. ,,Met de olietrein die naar Nieuw-Amsterdam reed. Klopt, ook dat is veel werk. Maar wel heel leuk om te doen. En ook interessant om later ergens in Schoonebeek tentoon te stellen.’’

De laatste werkende jaknikkers van ons land stonden bij Rotterdam

Eind augustus 2013 werden de laatste negen nog werkende jaknikkers in Nederland stopgezet. Dit gebeurde op het oliewinningsterrein Berkel-4 in Rotterdam-Schiebroek. Daar waren sinds 1983 26 miljoen vaten olie opgepompt. Een van de janikkers verhuisde in 2014 naar het Openluchtmuseum in Arnhem en voert daar sindsdien zijn karakteristieke beweging uit. Het gaat om een exemplaar dat vroeger in Schoonebeek stond. Van 1957 tot 1996 zijn in Schoonebeek 250 miljoen vaten olie opgepompt. Sinds 2011 wordt er weer olie gewonnen in Schoonebeek. Zonder jaknikkers en met behulp van modernere technieken. Het transport gaat niet meer via een oliespoorlijn, maar via lange buisleidingen.


menu