Bank moet verdwenen miljoenen uit erfenis 12-jarige terugbetalen

Friesland Bank moet miljoenen euro’s terugbetalen nadat twee bewindvoerders uit Drenthe en Groningen de erfenis van een 12-jarige verspilden via beleggingsfonds CEG/Reggehuys.

Dat blijkt een uitspraak van de rechtbank in Almelo. De rechter zegt dat Friesland Bank, die inmiddels is overgenomen door de Rabobank, haar zorgplicht heeft geschonden.

Terugbetalen

De bank moet de schade van 4 miljoen euro, plus misgelopen rente, terugbetalen aan de inmiddels 20-jarige Mick van Riemsdijk.

In 2007 erfde de toen 12-jarige Mick van Riemsdijk een effectenportefeuille van zijn vader. Die bedroeg 8 miljoen euro en werd gestald bij Friesland Bank. Twee bewindvoerders - ex-bankiers van Friesland Bank - moesten op de miljoenen passen en daar behoedzaam mee omgaan.

Maar de 53-jarige Herman de W. uit Eelderwolde en zijn 37-jarige compagnon uit Midwolda sluisden miljoenen naar vastgoedfonds CEG/Reggehuys.

De W. was niet alleen de bewindvoerder van de 12-jarige, maar ook een van de directeuren van CEG/Reggehuys. Dat vastgoedfonds, met voornamelijke noordelijke beleggers, ging in 2010 failliet. In totaal verdampte bijna 190 miljoen euro, inclusief de miljoenenerfenis van de jongen.

Notarieel jurist

Een notarieel jurist van Friesland Bank zag de overboekingen van de Friesland Bank naar CEG/Reggehuys voorbij komen, maar trok niet aan de bel. Het vertrouwen in de ex-bankiers was, gezien hun verleden bij de bank, te groot. De bank voerde de betalingen klakkeloos uit.

De bank had wel moeten ingrijpen, oordeelt de rechter nu. Omdat bij CEG/Reggehuys of de bewindvoerders niks valt te halen moet Friesland Bank dat risico dragen en de schade ophoesten.

De Friesland Bank is overgenomen door de Rabobank. Die draait dus nu op voor de mijloenenschade.

Lees hier de uitspraak.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.