Bewakers Kamp Westerbork waren vooral Joden

Hadden al die Joden in kamp Westerbork niet gewoon kunnen ontsnappen? Zoveel bewakers waren er toch niet? Kinderen stellen dergelijke vragen en eigenlijk is het antwoord: ja, dat had gemakkelijk gekund.

Historicus Frank van Riet stond in zijn onderzoek naar de bewaking van Kamp Westerbork versteld hoe gemakkelijk kampcommandant Albert Gemmeker het de hele oorlog gehad heeft om orde te houden. Het mag dan het voorportaal voor de Duitse vernietigingskampen geweest zijn, de Joden handhaafden vooral zelf de regels van orde en tucht. Vrijdag wordt zijn boek De bewakers van Westerbork gepresenteerd, dat bol staat van bizarre verhalen over de bewaking en de bewakers.

De Ordedienst (OD) bestond al toen de Duitsers ons land binnenvielen en het vluchtelingenkamp voor Duitse Joden bij Westerbork overnamen. Van Riet laat zien dat het Nederlandse systeem dat voor de oorlog was bedacht voor het kamp nauwelijks veranderde. „Een hek, een gracht en zeven wachttorens maakten het verschil”, aldus Van Riet. De Joodse OD’ers kregen op hun kampkaart een vrijstelling voor de transporten, maar wel met de belofte dat ze de eersten zouden zijn voor straftransport als ze hun werk niet goed deden.

Doofpot

Van Riet spreekt over de bewaking als een ‘geraffineerd systeem’. Feitelijk vormgegeven door de Nederlanders en vervolmaakt door de Duitsers. Veel was er niet over bekend, maar het boek van Van Riet verandert dat. Het blijkt dat het aantal SS’ers ter plekke op twee handen te tellen waren. Tot januari 1943 was er nog een SS-wachtbataljon, maar de bewaking buiten het kamp werd al snel overgelaten aan Nederlandse marechaussees, die steeds twee maanden dienst hadden in de kampbewaking. Binnen het kamp was het de Joodse Ordedienst (op zijn top 183 man) die de soms tienduizenden kampbewoners in het gareel hield. Het was een gewild baantje. Vanwege de vrijstelling, die uiteindelijk niks waard bleek. Maar misschien ook vanwege het uniform en de aantrekkingskracht op vrouwen, die best wilden trouwen om ook zo’n vrijstelling te krijgen.

Vooral de rol van de marechaussee is volgens Van Riet decennia lang in de doofpot gehouden. Hij heeft ook sterke aanwijzingen dat de marechaussees meer wisten van het lot van de kampbewoners dan gedacht.

Ghettopolitie

Uit enkele brieven blijkt dat wel bekend was dat ze ‘met een been in het graf’ stonden. „Kampcommandant Gemmeker heeft altijd volgehouden dat hij niet wist waar de transporten naartoe gingen, maar dat is voor mij nu volstrekt ongeloofwaardig”, vertelt Van Riet.

Bizar wordt het als zo’n honderd leden van de Ordedienst van het kamp worden ingezet om elders in het land bejaardentehuizen en psychiatrische ziekenhuizen leeg te halen. „Sommigen zaten in een dwangbuis. Ze werden echt in wagons gepropt. Je moet er niet aan denken wat zich daar onderweg heeft afgespeeld. Mij liepen de rillingen over de rug.” Toch vindt Van Riet het niet terecht dat de OD wel wordt afgeschilderd als de ‘Joodse SS’. De eerste OD’ers waren Duitse vluchtelingen. De dienst kwam eigenlijk voort uit de brandweer, maar was uiteindelijk te vergelijken met de ghettopolitie in de Oostbloksteden. In het boek is het leven van ene Werner Bloch te volgen, die uit Duitsland vluchtte naar Nederland, bij de OD in kamp Westerbork kwam en via concentratiekamp Theresienstadt uiteindelijk toch de oorlog overleefde.

Een verrassing in het boek is ook dat in de laatste oorlogsjaren de marechaussees rond het kamp in 1944 werden vervangen door een politiebataljon uit Amsterdam. De marechaussees hadden volgens Van Riet het vertrouwen van de bezetters verloren, omdat er vrij veel werd gesmokkeld en er te veel contacten ontstonden met de Joden.

Met de presentatie van het boek opent ook een expositie over de taken van de verschillende bewakingsgroepen en hun verhalen.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.