Bijna 180 jaar na de dood van de oprichter van de Maatschappij van Weldadigheid maakt een Van den Bosch weer onderdeel uit van Veenhuizen. Rudolf van den Bosch treedt toe tot de Raad van Toezicht van het Gevangenismuseum.

„Na 1844, het jaar waarin Johannes van den Bosch stierf, treffen wij in de geschiedenis van Veenhuizen geen Van den Bosch meer aan. Tot vandaag”, schetst Peter Sluiter, directeur van het Gevangenismuseum. „Met de toetreding van Rudolf in de Raad van Toezicht (RvT, red.) is er eigenlijk een herstel van de band tussen Veenhuizen en de familie Van den Bosch.”

Maatschappij van Weldadigheid

Johannes van den Bosch (1780-1844) richtte in 1818 de Maatschappij van Weldadigheid op, om de arme bevolking te ‘verheffen’ uit hun situatie, door ze een eigen woning en een stukje grond te bieden op het platteland. Na het opzetten van een proefkolonie in Frederiksoord volgden nog zes koloniën, waaronder de strafkolonie Veenhuizen in 1823. In 1859 werd de kolonie in Veenhuizen overgenomen door de Nederlandse staat en veranderde deze in een gevangenisdorp. In 1975 opende het Gevangenismuseum.

„Primair gaat dit museum over het gevangeniswezen in Nederland”, zegt Rudolf van den Bosch, een verre nazaat van Johannes. „Maar dat verleden is natuurlijk geworteld in de tijd van de koloniën. Dat zie je alleen al aan het gebouw waarin we hier zijn. Daarom horen die twee verhalen bij elkaar.”

Boeiende tijd

Van den Bosch treedt toe tot de RvT in een boeiende tijd. Het Gevangenismuseum heeft onlangs net als tachtig andere monumenten in Veenhuizen een nieuwe eigenaar gekregen, staat aan de vooravond van een grote verbouwing en de Koloniën van Weldadigheid worden waarschijnlijk deze zomer uitgeroepen tot werelderfgoed.

„Er is inderdaad genoeg te doen. Ik zit al in de RvT van Museum de Proefkolonie in Frederiksoord. Daarvoor ben ik onder meer gevraagd omdat ik een aantal jaar in een museum heb gewerkt”, legt Van den Bosch uit. „De Proefkolonie is enkele jaren terug in nauwe samenwerking met het Gevangenismuseum ontwikkeld en het heeft met Peter Sluiter ook dezelfde directeur. Eerder zat een collega een aantal jaren in beide raden van toezicht, nu ben ik zijn opvolger. Ik ga dat met heel veel plezier doen. Dat ik toevallig Van den Bosch heet, is eigenlijk niet zo belangrijk.”

‘Meer dan zijn achternaam’

Zo denkt directeur Sluiter er ook over, hoewel hij het vanuit historisch perspectief toch een mooi moment vindt. „Zeker als je daar een beetje gevoel bij hebt. En dan zit het met deze toezichthouder ook nog mee, want hij heeft verstand van musea en van toezichthouden en brengt dus meer mee dan alleen zijn achternaam. Hoe mooi wil je het hebben?”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe