Een dienst in de Koninkrijkszaal aan het Jufferenpad in Meppel. Foto: Gerrit Boer

DVHN-verslaggevers schreven longread van binnenuit: zo gaat het er bij de Jehova's Getuigen aan toe

Een dienst in de Koninkrijkszaal aan het Jufferenpad in Meppel. Foto: Gerrit Boer

Onderzoekers van de Universiteit Utrecht vellen een hard oordeel over de omgang met seksueel misbruik binnen de gemeenschap van Jehova’s getuigen. De Jehova’s Getuigen liggen al langer onder vuur vanwege aantijgingen van kindermisbruik. Hoe gaat de gesloten gemeenschap hiermee om? DVHN maakte in april een verhaal van binnenuit.

Bijna iedereen in Emmen weet het wel: tegenover het Terra College staat het landelijk hoofdkantoor van Jehova’s Getuigen. In het complex wonen en werken 140 jehova’s. Het perceel is afgesloten met een rood, ijzeren hek dat bijna altijd dicht blijft. Ook toen ex-leden er recht tegenover protesteerden tegen seksueel misbruik bij de Jehova’s Getuigen ging het hek niet op een kier.

De vraag wordt steeds urgenter: hoe is het om te leven in een fundamentalistisch christelijke gemeenschap die ook wel gezien wordt als een sektarisch genootschap? Voelen deze Jehova’s Getuigen zich aangesproken door de aanklachten van ex-leden die als kind binnen de gemeenschap zijn misbruikt?

Wat gebeurt er achter dat rode hek?

Na flink aandringen lukt het om toegang te krijgen tot de gesloten wereld van het Wachttorengenootschap. De Jehova’s Getuigen hebben volgens het hoofdkantoor wereldwijd ruim acht miljoen leden in 240 landen. In Nederland gaat het om een kleine 30.000 leden. In Drenthe, Groningen en Friesland wonen ongeveer 3000 Jehova’s. Er staan 25 Koninkrijkszalen in het Noorden.

De contacten met de leden worden per mail gelegd via het hoofdkantoor. Daar worden de beslissingen genomen over wat wel en wat niet kan.

Koninkrijkszaal

Met een groepje Jehova’s getuigen mee langs de deuren om de evangelisatie eens van de andere kant mee te maken mag niet. Een dienst bijwonen wel, graag zelfs. „De deur staat voor iedereen open”, zegt voorlichter Elias Wittenberg (41) uit Hoogezand van Jehova’s Getuigen Nederland.

Dus staan we op een druilerige zondagochtend tussen een groep mannen in nette pakken, vrouwen in rokken en keurig geklede kinderen voor de Koninkrijkszaal aan het Jufferenpad in Meppel. Een van de 25 Konink-rijkszalen in Noord-Nederland. Binnen is geen enkel geloofssymbool te zien. Alleen een groot wit bord met de spreuk die overal te wereld hetzelfde is.

Maak je geen zorgen, want ik ben je God.

Iedereen kent elkaar. Al heel lang, vanaf de geboorte meestal. Een onbekend gezicht tussen de broeders en zusters, zoals de Jehova’s getuigen zeggen, valt direct op. Heel veel mensen komen een hand geven en een praatje maken.

Bijna alle honderd stoelen in de zaal zijn ondertussen bezet. Het echtpaar Matthias (28) en Romee Broertjes (29) uit Meppel heeft een plekje vrijgehouden. Matthias is een van de ouderlingen in de gemeente. De dienst begint met een lied, gevolgd door een bijbelse lezing. Veel broeders en zusters lezen mee via een app op een tablet of telefoon.

loading

Voor de aanwezigen in de zaal is het allemaal gesneden koek. Het einde der tijden is nabij, dat is hun rotsvaste overtuiging. Jehova’s getuigen leven na dat armageddon verder in het paradijs op aarde. Dat ‘goede nieuws’ wordt verteld als ze bij mensen aan de deur bellen.

De bijeenkomst in de Koninkrijkszaal is geen geschikte plek om met de Jehova’s getuigen een diepgaand gesprek aan te gaan over hun leven, laat staan over de verhalen over kindermisbruik.

Broeders en zusters

Ruim een week later lukt dat al een stuk beter tijdens een bezoek aan het echtpaar Broertjes. Ze noemen zichzelf geregeld ‘blije’ Jehova’s getuigen en dat stralen ze ook uit. Romee ziet er thuis een stuk minder formeel gekleed uit dan tijdens de dienst, zij draagt sneakers onder haar spijkerbroek en heeft zich opgemaakt. Hij geen colbert dit keer, maar een nette trui.

Vrienden hebben ze veel, maar niet buiten de gemeenschap, vertellen ze. „Echte vrienden, dat zijn de broeders en zusters.” Jehova’s vormen een hechte gemeenschap.

Ze gingen acht jaar geleden dan ook bewust op zoek naar een partner binnen de gemeenschap. Het is makkelijk om met iemand te leven die dezelfde levensstijl heeft, zeggen ze daarover. Zoals geen verjaardagen vieren, ook niet van kinderen.

Dat ze geen verjaardagen vieren komt omdat Jezus dat volgens hen ook niet deed. Jehova’s getuigen leven zoveel mogelijk als Jezus zelf. Best zielig voor kinderen die op school zitten met leeftijdsgenootjes die trakteren en feestjes hebben, zou je als buitenstaander zeggen. Matthias heeft dat absoluut niet zo ervaren: „Wij werden op andere momenten juist verwend: mijn vier broers en ik hadden een abonnement op attractiepark Six Flags.” Geen sinterklaas vieren terwijl de rest van de klas dat wel deed, was ook niet erg, zegt hij. „Wij hoefden dan niet naar school en gingen naar Speelstad Oranje. Daar waren dan rond de vijftig jehovagezinnen. Op ons verzoek ging de sinterklaasmuziek op zo’n dag uit.”

Op alle vragen geven Matthias en Romee met veel geduld en een glimlach antwoord. Matthias begint erover dat Romee en hij geen seks voor het huwelijk hadden. Een van de vele strikte geboden in hun geloof. „Dat was best lastig”, zegt hij eerlijk.

Ze trouwden in 2012, toen ze veertien maanden verkering hadden. „Dat is snel maar dat zie je vaker bij Jehova’s getuigen. Anders is het niet vol te houden.”

loading

Misbruik

Romee was 15 toen ze zich liet dopen. Matthias 18 jaar. Langs de deuren gaan om te evangeliseren deden ze al veel eerder.

En nog steeds, met evenveel, zo niet meer overgave. Over de misbruikverhalen die naar buiten zijn gekomen, horen ze tijdens het evangeliseren weinig. Romee: „Maar ik vind elk slachtoffer één te veel, weerzinwekkend. Verschrikkelijk als dat gebeurt.” Zij heeft nooit iets van misbruik meegekregen. „Omdat het één grote familie is, heb ik me in mijn jeugd juist nooit onveilig gevoeld.” Matthias: „Het is wel belangrijk om het te toetsen aan de werkelijkheid. Het beeld van nu is dat misbruik gedoogd zou worden binnen Jehova’s Getuigen: dat is niet zo.”

Binnen de gemeenschap wordt veel gedaan aan voorkomen van kindermisbruik, vindt zijn vrouw. „Er is veel aandacht voor. Het is duidelijk dat je met kinderen over dit soort dingen moet praten. Ook wordt verteld dat ouders niet naïef moeten zijn en geen situaties moeten laten ontstaan waarin het makkelijk is om van een kind misbruik te maken.”

Ze verwijst naar de website van het genootschap. Op de site staat een animatieserie voor kinderen: David en Sofie . In die serie wordt besproken hoe je je dient te gedragen bij de velddienst, waarom je anderen moet vergeven en waarom de diensten belangrijk zijn. Eén aflevering heeft de naam Bescherm je kinderen , waarin kinderen in bedekte termen wordt uitgelegd dat ze ‘nee’ moeten zeggen en moeten wegrennen als ‘iemand iets doet wat ze niet willen’. Wat dat ‘iets’ is, wordt niet duidelijk.

loading  

De filmpjes zijn gemaakt in Amerika, waar het mondiale hoofdbestuur zit. De Nederlandse teksten zijn ingesproken in de opnamestudio op het hoofdkantoor in Emmen aan de rand van woonwijk Bargeres. Dat is onze volgende stop. Na lang aandringen hebben we een afspraak kunnen maken met de landelijk woordvoerder van de Jehova’s Getuigen, Michel van Hilten. We drukken op de bel en het bordeauxrode ijzeren hek gaat voor ons open.

Onder een camera door lopen we naar de hoofdingang.

Betheliet

De lobby van het kantoorgebouw is brandschoon. Al snel komt Van Hilten met vlotte pasjes aanlopen. Hij draagt een fleurig groen jasje met een oranje stropdas. Hij heeft eerder al gezegd dat in het gebouw geen foto’s gemaakt mogen worden en hij wil zelf ook niet op de foto.

Onze rondleiding gaat precies langs de bordjes met rondleiding erop. Tussendoor een deur opentrekken of spontaan een gesprek met een keurig geklede voorbijganger beginnen is niet de bedoeling, zo voelen we.

Al deze bordjes worden trouwens in Emmen gemaakt, zo zien we als we bij Paul aankomen. Paul is een alleenstaande man van 31, hij woont en werkt sinds tien jaar in het complex. Hij verwachtte ons.

Paul zit voornamelijk in zijn eentje in het braillecentrum. Daar wordt bijvoorbeeld het blad De Wachttoren in braille geprint, in 25 talen.

„Tussendoor maak ik deze bordjes”, klinkt het terwijl hij een plaatje voor de wc laat zien. We knikken en dan valt de stilte op. Er zijn geen radio’s want die leiden te veel af. Bovendien is het geen doen om, bij teksten waar Jehova niet blij van wordt, steeds van kanaal te moeten wisselen.

Bijzonder is dat Paul op zo’n jonge leeftijd al tien jaar vrijwilligerswerk achter de rug heeft. Hij heeft kost en inwoning, maar dan nog. Hij werkt en woont al sinds zijn 21ste bij het genootschap. Is hij niet met zijn toekomst bezig doordat hij gelooft dat het einde der tijde nabij is? Of is het omdat hij niets heeft om op terug te vallen?

We kunnen het hem niet vragen, want Van Hilten kijkt op zijn horloge. Het is tien voor vijf. „Sorry jongens, we moeten door.” We laten Paul achter in zijn stille kantoor.

Strak regime

Van Hilten had na zijn studie rechten een bedrijf in vermogensbeheer. „Ik heb mijn huis en mijn bedrijf verkocht. Het voelde op een gegeven moment heel dubbel voor mij om bij mensen aan de deur te komen om te vertellen over de komst van Gods Koninkrijk op aarde en vervolgens weer met mijn bedrijf bezig te zijn.”

In de bibliotheek treffen we Timo achter de computer, een alleenstaande man van 29. „Ik woon hier sinds vijf jaar”, vertelt hij. Hoe ontmoet je iemand als je hier als alleenstaande jongeman tussen de echtparen woont, vragen we. Voor Timo kan antwoorden, lacht Van Hilten het weg: „Ik ben ervan overtuigd dat Timo wel een vrouw vindt.”

De mensen in Bethel leven volgens een strak regime. Elke doordeweekse dag begint om half acht met een ochtendaanbidding in het audititorium, daarna doen ze van acht tot vijf uur vrijwilligerswerk, onderbroken door een uur lunchpauze. Het werk varieert van schoonmaken tot hooggeschoold werk als tolk-vertaler.

Jehova’s getuigen op kantoren in landen in dezelfde tijdszone als Nederland kunnen medewerkers van de helpdesk in Emmen inschakelen om computerproblemen op te lossen. De bouwafdeling coördineert het onderhoud en nieuwbouw van Koninkrijkszalen in Nederland. Ook zijn er medewerkers die leden helpen die voor een zware operatie naar het ziekenhuis moeten. Want Jehova’s getuigen willen geen bloed aannemen. „Wij hebben een lijst met artsen in ziekenhuizen die garanderen dat ze de operatie doen zonder bloedtransfusie.”

Het hoofdkantoor is geen klooster waar nonnen of monniken hun leven lang blijven. „Maar het is ook geen doorgangshuis, mensen moeten bereid zijn om zich hier enige tijd te vestigen.” Wat opvalt naast de stilte is de leegte. In het grote gebouw komen we heel weinig mensen tegen. Ook buiten bij de woningen met balkonnetjes met zicht op de tuin is niemand te zien.

Inval

Dat is anders tijdens de inval van de recherche op een novemberdag in 2018. Die dag staan dertig rechercheurs voor het hek. Zij willen naar binnen om bewijsmateriaal veilig te stellen voor het strafrechtelijk onderzoek naar kindermisbruik door (ex-)leden van de Jehova’s Getuigen. „Ze hadden hun bezoek niet aangekondigd”, zegt Van Hilten. „We hebben eerst onze advocaat gebeld.”

Het onderzoeksteam heeft een doorzoekingsbevel. Ze moeten worden binnengelaten.

„Dat vonden we geen probleem. Wij doen nergens geheimzinnig over.”

Het onderzoek richt zich op gegevens van negen verdachten tegen wie ex-leden van Jehova’s aangifte hebben gedaan. Zij zeggen als kind door een volwassen Jehova’s getuige te zijn misbruikt. Ze claimen daarnaast dat Jehova’s getuigen dit soort zaken het liefst binnenshuis oplossen in plaats van naar de politie te stappen.

Wat is daarvan waar? Jehova’s Getuigen hebben een eigen rechterlijk comité dat bestaat uit drie ouderlingen voor wie leden moeten verschijnen als ze leefregels hebben overtreden, legt Van Hilten uit. „Als er vermoedens zijn van misbruik wordt de beschuldigde door het comité gehoord, het slachtoffer ook, of zijn of haar ouders. Kindermisbruik wordt uiteraard absoluut niet getolereerd. Een geloofsgenoot wordt berispt en uitgesloten.”

Van Hilten zegt dat het niet de taak is van ouderlingen om aangifte te doen. „Als een slachtoffer zich meldt, wil hij of zij vaak wel het verhaal kwijt maar niet de hele mallemolen in.’’ Als een slachtoffer zelf naar de politie wil gaan dan is hij of zij daar vrij in, zegt Van Hilten. Volgens hem is de afgelopen tientallen jaren een handjevol aangiftes gedaan.

De ouderlingen zijn geen ambtsdragers met een meldplicht zoals artsen, legt hij uit. „Wat zij horen is in vertrouwen verteld. Ouderlingen hebben een zwijgplicht.”

Deskundigen op het gebied van kindermisbruik zijn de ouderlingen ook zeker niet. Dat erkent Van Hilten. Op de vraag of zo’n rechterlijk comité het trauma voor het slachtoffer zelfs groter maakt, blijft hij even stil. „Het slachtoffer mag de ouders meenemen of zich door de ouders laten vertegenwoordigen. De ouders en het slachtoffer zijn vrij om zelf andere hulp te zoeken. Binnen onze gemeenschap zijn ook veel vertrouwde personen waar zij terechtkunnen.”

loading

Geen dossiers

De recherche is bij de inval in het kantoor in Emmen op zoek naar dossiers over kindermisbruik van het rechterlijk comité. Van Hilten kan een cynische blik niet onderdrukken. Hij lijkt het sneu te vinden voor de agenten die ermee belast waren. „Hier zijn geen dossiers, wat zij zoeken hebben we niet.’’

Ja, er worden verslagen gemaakt van de verhoren maar in verband met de privacy wordt alles vernietigd als de zaak is afgerond. „Het enige dat bewaard blijft is een aantekening dat een geloofsgenoot is uitgesloten en in één zin waarom. Dat is zodat iemand niet zomaar meer een functie kan gaan bekleden binnen de Jehova’s Getuigen. Dat is voor de bescherming van onszelf als gemeenschap.’’ Hij denkt dat de recherche niets aan die aantekeningen heeft.

De rechercheurs zijn die dag uren binnen. Ze doorzoeken kasten en lades, kluizen worden geopend. Ze vertrekken met één dun mapje met wat papieren.

Het strafrechtelijk onderzoek dat gaande is, richt zich op individuele verdachten en niet op het genootschap. Toch kan een inval van tientallen politiemensen intimiderend zijn. Van Hilten is er gelaten over: „We vonden de inval wel onnodig, omdat er niets te vinden is. Dat hadden we ze ook al eerder verteld.”

Heel anders wordt de sfeer als het over de stichting Reclaimed Voices gaat waarin vermeende slachtoffers van seksueel misbruik zich verenigen en via de media hun verhalen naar buiten brengen. Van Hilten, die ons al twee uur uiterst vriendelijk te woord staat, wordt rood.

Rood van boosheid.

„Ze maken handig gebruik van het moment waarin #metoo en misbruikverhalen actueel zijn. De stichting maakt misbruik van de slachtoffers die hun verhaal kwijt willen om een hetze te maken tegen Jehova’s Getuigen.’’

loading

Frank Huiting, oprichter van de stichting, benadrukt al sinds het begin dat zijn stichting niet bedoeld is om de jehova’s zwart te maken, maar om de kinderen in de organisatie te beschermen.

De frustratie in het gezicht van Van Hilten bouwt nog meer op als wij hem met deze uitspraken confronteren. „Hoe harder zij zeggen dat ze niet tegen Jehova’s Getuigen zijn, hoe bozer ik word. Ja. De slachtoffers zijn bij ons welkom, maar die stichting nooit meer. Het is zo disproportioneel wat zij doen. Dat zijn mensen die een bepaalde rancune tegen ons hebben omdat ze uitgesloten zijn. ’’

Bij de stichting zijn driehonderd meldingen van misbruik binnen de organisatie gedaan. Van Hilten betwijfelt dit getal. „Ik zie altijd dezelfde slachtoffers in de media. Het zijn sowieso bijna allemaal zaken van heel lang geleden.’’ Zwaar overtrokken, vindt hij.

„Wij hebben eelt op onze ziel en het is onze prioriteit dat de mensen worden geholpen die wel een misstand hebben meegemaakt.’’

Helemaal toegeven doet hij het niet. Toch is er binnen de gemeenschap iets in gang gezet door de verhalen over misbruik. „De protocollen over hoe we hiermee omgaan zijn iets verduidelijkt en op de website gezet. We hadden altijd al beleid, maar het is goed om dit inzichtelijker te maken. Wat dat betreft kan de stichting zich dus opheffen. Het doel is bereikt.’’

Kinderen binnen de jehovagemeenschap worden naar de stellige overtuiging van Van Hilten beter beschermd dan daarbuiten, omdat er onderling zoveel controlemomenten zijn. „Er zijn weinig gelegenheden waarin het kind zonder toezicht van de ouders is.”

Het is die controle en het omzien naar elkaar dat het zo dubbel maakt voor de slachtoffers die vaak al jaren worstelen met een groot geheim: dat ze als kind binnen de gemeenschap zijn misbruikt. De gemeenschap van jehova’s is hecht, warm, maar de devotie en de strikte regels die daarbij horen werken ook iets anders in de hand. Isolement.

Het is vijf uur geweest en Van Hilten zegt dat het weekend gaat beginnen. Een weekend van vergadering, velddienst en bijbelstudie. We hadden graag langer met Paul gepraat. Met Timo. Met andere bewoners.

Met een onbestemd gevoel lopen we langs de strak aangeharkte grasveldjes terug naar de auto. Ons bekruipt het gevoel dat we vooral hebben gezien wat we móchten zien. Dat er regie op zat.

Als we drie stappen van het terrein af zijn, gaat achter ons het bordeauxrode hek dicht.

Wil je persoonlijke ervaringen delen mail naar danielle.molenaar@dvhn.nl reacties worden vertrouwelijk behandeld.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu