Minder aardappels, leve de bloemetjes en de bijtjes. Onder dat motto offert boer Jan Reinier de Jong uit Odoorn voor hem kostbare grond op. Op akkerranden legt hij de loper uit voor de terugkeer van wilde bijensoorten.

Chemieconcern BASF

Let wel: zonder daarvoor een cent subsidie te krijgen. Het betreft een in Nederland uniek project. De Jong mee aan een driejarig proefproject. Stichting Veldleeuwerik, waar De Jong ambassadeur van is, en chemieconcern BASF zijn de andere betrokken partijen. BASF wil monitoren hoe de landbouw een eenvoudige bijdrage kan leveren aan de biodiversiteit. In Europa lopen er nog 50 vergelijkbare projecten.

In 2018 begon hij met het inzaaien van akkerranden. Het doel is tweeledig: aantonen in hoeverre deze akkerranden effect sorteren en ontdekken wat het beste mengsel is. Hij gebruikt twee verschillende kruidenmengsels: een Drents mengsel en een cocktail van exotische bloemen. Geen eenvoudige klus, heeft hij geleerd. ,,Aardappelen telen is eenvoudiger dan een akkerrand. Timing en beheer zijn voor een groot deel bepalend voor het succes.”

Grashommel en kolibrievlinder

Maar alle tijd en energie die hij er in heeft gestopt zijn niet voor niks geweest. Hij somt op: ,,11 soorten wilde bijen en hommels, waaronder de kleine harsbij en de grashommel (voor het eerst in 50 jaar in Drenthe gezien), 14 soorten zweefvliegen, 8 soorten vlinders. Een mooi resultaat. En dat ondanks de tweede veel te droge zomer op rij.” Genoemde soorten zijn deze zomer gemonitord door de Vlinderstichting. Om de vier weken wordt er geteld. Het toont een door een teller gemaakt filmpje van een kolibrievlinder op zijn akkerrand als levend bewijs dat zijn inzet voor de biodiversiteit niet voor niets is. Vurig hoopt hij er ook het imago van de landbouw mee op te poetsen. Het beeld dat vooral boeren schuldig zouden zijn dat de stand van de (wilde) bijensoorten achteruit holt, is volgens De Jong veel te kort door de bocht.

‘Ik ken geen boer die het bewust slecht doet’

,,De timing voor onze afspraak is perfect”, zegt hij. Zijn wijsvinger priemt op het maandagse regiokatern van Dagblad van het Noorden. In het artikel over de Markt van Melk en Honing in Zuidlaren wordt een verband gelegd tussen de afnemende bijenstand en de intensieve landbouw. ,,Niet geremd door enige kennis van zaken roept iedereen klakkeloos: ‘het moet anders.’ Maar boeren moeten wel geld verdienen. De rest van de wereld draagt ons op handen voor de manier waarop we het in Nederland doen. En die monocultuur? Die is er al 100 jaar. Maar ik ken geen boer die het bewust slecht doet. Landbouw zit de biodiversiteit niet in de weg. Verre van dat zelfs.”

Hij wijst naar buiten. Een landbouwmachine zorgt voor enorme stofwolken op zijn akker. ,,Er heeft gerst op gestaan. Dat is afgemaaid. Nu wordt er natuurgras gestrooid, afkomstig uit natuurgebieden in de regio. Vervolgens wordt er groenbemester gezaaid. Allemaal ter bevordering van de balans in de bodem.”

De Jong betreurt het dat steeds weer de boeren in het beklaagdenbankje worden gezet als het gebrek aan biodiversiteit ter sprake komt. ,,De gemeente heeft hier de bermen helemaal kaal gemaaid. Voor ons huis had ik er veldbloemen ingezaaid. Is dat nou nodig? vraag ik mij dan af. Een halve meter vanaf de weg afmaaien moet toch voldoende zijn?” Boeren in Drenthe hebben het beste voor met de natuur, benadrukt hij, met een knipoog naar Agrarische Natuur Drenthe. ,,450 leden stellen 2100 hectare beschikbaar ter bevordering van de biodiversiteit.”

Knoflookpad

Daar staat overigens wel een vergoeding tegenover. De Jong zelf stelt 7 hectare van zijn land beschikbaar aan de natuur. Deels voor akkervogels als patrijs, keep, geelgors en fazant, deels ten faveure van de knoflookpad. Een netwerk van akkerranden tussen Weerdinge en Ees verbindt een reeks kleine poeltjes met elkaar waar de zeldzame knoflookpad in leeft. ,,Een interessant project al is het jammer dat het gaat om een diersoort die zich bijna niet laat zien. Bij weidevogels is aan de hand van de grutto’s en kieviten het resultaat makkelijker zichtbaar.” Rond zijn boerderij hangen nestkastjes voor koolmezen, een uilenkast en een bijenhotel. Als ambassadeur van stichting Veldleeuwerik weet hij waar hij het voor doet. ,,Koolmezen kunnen een handje helpen bij het bestrijden van de eikenprocessierups en in de uilenkast liggen al voor de tweede keer dit jaar eieren van de kerkuil.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe