Rondom het natuurontwikkelingsgebied Geelbroek zijn landbouwbedrijven gevestigd, die schade vrezen van de verhoogde waterstand.

Boeren klaar met aanpak schade natuurplan Geelbroek: 'Niemand voelt zich verantwoordelijk voor een goede afwikkeling'

Rondom het natuurontwikkelingsgebied Geelbroek zijn landbouwbedrijven gevestigd, die schade vrezen van de verhoogde waterstand. Foto: Jaspar Moulijn

Boeren rond het natuurgebied ‘in wording’ Geelbroek zijn helemaal klaar met de wijze waarop de schade als gevolg van de beoogde verhoging van de grondwaterstand wordt afgehandeld.

Al negen jaar wordt er gesproken over de komst van een natuurgebied in het hart van de driehoek Assen, Ekehaar, Hooghalen. Het is onder meer de bedoeling de grondwaterstand in het ongeveer 400 hectare grote gebied te verhogen. Uit betrouwbare rekenmodellen blijkt volgens de boeren in en rond Geelbroek dat zij schade aan hun land en gewassen oplopen.

,,De informatie is zo gearrangeerd, dat alles in kannen en kruiken lijkt, maar de afwikkeling van de schade is nog steeds niet geregeld. Binnenkort wordt bij het Waterschap Hunze en Aa’s een watervergunning aangevraagd, maar daar tekenen wij bezwaar tegen aan’’, zegt Evert Smeenge van de werkgroep Bezorgde Boeren Geelbroek.

Wob-procedure: 4000 documenten

Om relevante stukken boven water te krijgen, deden de boeren een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Dat hebben ze geweten. Het duurde al met al een jaar, maar uiteindelijk heeft de provincie Drenthe bijna 4000 documenten, waaronder veel mailberichten tussen medewerkers van de provincie en van Prolander, de ‘groene’ uitvoeringsorganisatie van Drenthe, ‘over de schutting gegooid’.

De boeren worstelden zich samen met hun adviseur door de informatieberg. Hun conclusie? ,,Manipuleren is een groot woord, maar de zaken zijn een stuk rooskleuriger voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn. Van de buitenkant is alles zo gunstig mogelijk gemaakt om maar een watervergunning te kunnen aanvragen, maar niemand voelt zich verantwoordelijk voor een goede afwikkeling van de schade’’, zegt Smeenge.

De provincie is opdrachtgever van het natuurontwikkelingsplan en Prolander voert het namens de provincie uit. Staatsbosbeheer is de beheerder en het waterschap moet de benodigde watervergunning afgeven.

Aanvankelijk waren de boeren gesprekspartner in het overleg. Daarvoor in de plaats is de Bestuurlijke Voorbereidingscommissie (BVC) Drentsche Aa gekomen. Daarin zijn alle betrokken partijen vertegenwoordigd, inclusief boerenorganisatie LTO Noord. Op de website van het nationale park (Geelbroek is een brongebied van de Drentsche Aa) staat dat de schadeafwikkeling is geregeld. Er staat niet wat de regeling inhoudt en wie de schade vergoedt.

‘LTO Noord heeft zich laten ringeloren’

Smeenge: ,,LTO Noord heeft zich in dit overleg laten ringeloren. Dat heeft de organisatie ook leden gekost. Ze zijn overeengekomen dat de schade wordt vergoed bij een verhoging van de grondwaterstand met vijf centimeter en meer. Maar er ontstaat ook schade bij een verhoging van nul tot vijf centimeter. Voor die categorie is de bewijslast omgekeerd. Wij moeten straks zelf per perceel, per gewas aantonen wat de schade is. Echt ondoenlijk en dat terwijl alles op basis van modellen al is berekend.’’

Wat de boeren willen, is dat er vooraf een duidelijke regeling ligt, die voorziet in de vergoeding van alle schade als gevolg van de grondwaterstandverhoging. ,,Wij zijn absoluut niet tegen natuurontwikkeling en tegen waterberging, maar dan wel binnen het plangebied. Als anderen daar de dupe van worden, moet dat worden vergoed. En het is ook niet zo dat we uit zijn op geld, wij willen het productievermogen van onze grond behouden.’’

Saillant detail in het natuurontwikkelingsplan Geelbroek: de deskundige, die destijds door de provincie Drenthe was aangesteld om de boeren in het gebied bij te staan, opereerde succesvol en is naar eigen zeggen om die reden aan de dijk gezet. Hij trekt nog steeds samen met de boeren op, maar wordt niet meer betaald door de provincie. De deskundige wil niet met naam en toenaam worden genoemd.

Wat de boeren ten zuiden van Assen steekt is dat zij als gesprekspartner aan de kant zijn gezet en nu de dupe worden van plannen van anderen. ,,Niemand wil verantwoordelijk zijn voor de schade, die er zeker gaat komen. Betrokken partijen wijzen naar elkaar. Aan het einde van de rit is straks niemand verantwoordelijk en staan wij met lege handen’’, zegt Evert Smeenge van de werkgroep Bezorgde Boeren Geelbroek.

‘Voorzienbare schade vooraf vergoeden’

De vrees is namelijk dat over vijf jaar, als het plan Geelbroek is afgerond, de huidige betrokkenen al lang en breed elders aan andere projecten werken en er geen budget meer is. ,,En dat terwijl het eigenlijk zo eenvoudig is’’, verzucht Smeenge. ,,De effecten van de verhoging van de grondwaterstand zijn al berekend, ook bij een verhoging van nul tot vijf centimeter, dus regel het goed vooraf. Elke verhoging gaat gepaard met een bepaalde derving van de opbrengst. Dat is al in kaart gebracht.’’ Met andere woorden: de voorzienbare schade moet vooraf worden vergoed en de onvoorzienbare schade moet achteraf worden vastgesteld en afgewikkeld.

Uit de Wob-stukken, die de boeren hebben gekregen, blijkt dat provincie en Prolander de schadeparagraaf zo klein mogelijk willen houden. Zo mag een bijeenkomst van boeren en Staatsbosbeheer ‘NIET’ over schade gaan. ,,De bijeenkomst is ook bedoeld om de aandacht te verleggen van schadeafwikkeling naar een duurzame samenwerking tussen boeren en Staatsbosbeheer’’, schrijft Prolander in een mail aan een medewerker van de provincie.

Uit een andere interne mailcorrespondentie van de provincie staat dat de schadeafhandeling ‘wel heel prominent’ aanwezig is in een nota over Geelbroek. Het woord ‘schadeprocedure’ moet zelfs worden verwijderd. ,,Dan wordt de zin dus: wij waren verheugd te lezen dat de Bestuurlijke Voorbereidingscommissie Drentsche Aa achter het inrichtingsplan Geelbroek staat’’, staat in de mail. Ergens in die zin stond aanvankelijk dus ook het woord schadeprocedure.

‘Precedentwerking voor andere projecten’

Waarom de aandacht voor de schade moet worden verkleind, wordt ook duidelijk: ,,Precedentwerking voor andere projecten!’’, stelt de medewerker.

Het waterschap Hunze en Aa’s is van meet af aan duidelijk geweest over de aansprakelijkheid: ,,De initiatiefnemers moeten betalen.’’ En dat zou de provincie moeten zijn, want die is immers opdrachtgever. Een medewerker van uitvoeringsorganisatie Prolander oppert dat de schade dan toch maar eens moet worden doorgerekend: ,,Over welke bedragen hebben we het eigenlijk?’’

De angst voor een precedentwerking staat haaks op de stelling van de provincie dat voldoende maatregelen zijn genomen om eventuele schade te voorkomen. In de correspondentie halen medewerkers een uitspraak van gedeputeerde Henk Jumelet (CDA) aan: ,,Als er geen schade valt te verwachten, waarom wil dan niemand verantwoordelijk zijn?’’

Het antwoord op die vraag is volgens de boeren heel simpel: op basis van de berekeningen is er wel degelijk schade te verwachten, maar daar wil niemand aansprakelijk voor worden gesteld.

Zodra de provincie de watervergunning aanvraagt bij het waterschap tekenen de boeren bezwaar aan. Veel liever zien zij een minnelijke afhandeling van het geschil, maar ze zijn in het Geelbroek-overleg geen gesprekspartner meer. Smeenge: ,,Daarom willen we rechtstreeks in gesprek met gedeputeerde Jumelet, commissaris van de koning Jetta Klijnsma en de wethouder van de gemeente Aa en Hunze. Als wij vertellen wat er achter de schermen allemaal gebeurt, dan moeten zij toch tot andere inzichten komen.’’

‘Wij snappen angst onder boeren niet’

Jan Broertjes, voorzitter van de Bestuurlijke Voorbereidingscommissie Drentsche Aa, is er van overtuigd dat de schadeafhandeling juist heel goed is geregeld. ,,Wij snappen de angst onder de boeren niet, want alle waarborgen zijn er. Op basis van onderzoek gaan wij er vanuit dat er geen schade is te verwachten. Mocht die toch ontstaan, dan kunnen claims bij ons worden ingediend en zien wij toe op een snelle afhandeling door de provincie. De provincie betaalt en zal nadien wellicht een deel van de schade verhalen op het waterschap.’’

En omdat er geen schade is te verwachten, zo stelt Broertjes, kan die ook niet vooraf worden uitgekeerd. ,,Er moet eerst schade zijn voordat die kan worden afgewikkeld.’’

Waar de boeren de omgekeerde bewijslast hekelen bij schade door een waterstandverhoging van nul tot vijf centimeter, is Broertjes daar juist heel erg over te spreken. ,,Normaliter wordt elders in het land alleen schade vergoed bij een verhoging van vijf centimeter of meer. Omdat in dit gebied de grondwaterstand al redelijk hoog is, hebben we een aparte regeling in het leven geroepen, die voorziet in de vergoeding van alle schade.’’

De voorzitter stelt dat in het hele gebied peilbuizen waken over de grondwaterstand. ,,Dat is een elektronisch systeem, waarmee niet valt te marchanderen. Ik denk dat het zelfs zo zal zijn, dat boeren hun schade niet eens hoeven te bewijzen, maar dat wij die schade op basis van de peilgegevens al kunnen vaststellen.’’

Dat de boeren bang zijn en zich daardoor strijdbaar opstellen, is Broertjes bekend. ,,In het vergunningstraject zal straks moeten blijken of de door ons geboden waarborgen voldoende zijn.’’

menu