Column Rosa Timmer: Bitje

‘Oh ik zie het al’’, zegt de vriendelijke tandarts na vijf seconden inspectie. Ik moet mijn tanden op elkaar zetten en hij bestudeert mijn bijtbewegingen terwijl hij om me heen loopt als een jager.

Sinds vorige maand word ik wakker van mijn eigen geknars en krijg ik bij het ontwaken mijn kiezen niet meer van elkaar. Het is een bevreemdend gevoel dat zelfs middenin een gesprek voorkomt. Ineens wil mijn mond niet meer open. Ik, de spraakwaterval, die altijd veel te veel zegt. Daar later spijt van krijgt, dan nog wat zegt om dat goed te maken en daar nog veel erger spijt van heeft. Zo een.

,,Ik kon mijn mond niet meer ver genoeg open krijgen om er een lekker stuk zalm met plakrijst in te proppen"

En als ik mijn mond wel open, doet het flink zeer. Dat is nogal een belemmering voor iemand die niet alleen graag praat, maar nog liever eet. Toen ik naar de sushi-tent ging, was de maat vol. Ik kon mijn mond niet meer ver genoeg open krijgen om er een lekker stuk zalm met plakrijst in te proppen. Onbestaanbaar.

Dus naar de tandarts. Die trekt meteen zijn eigen conclusies: ,,Jij bent hier zeker voor die zwakke kiesje.’’ Hij komt uit het buitenland, en dit soort zinnen troost mij heel erg als ik lig te bibberen in de stoel. ,,Nee, ik ben hier voor een zwakke kaakje.’’ Hij vangt de grap niet op, begint te voelen en te kijken. ,,Zwakke kaakje, ja?’’

,,Jij gaat een nachtbitje dragen’’

Hij had me al een paar keer gewaarschuwd dat mijn tanden raar waren afgesleten, maar ik dacht dat het van het dozijn salmiakballen kwam dat ik per dag opeet. Nee dus, het is het knarsen. Dat kon ik jarenlang zonder schade doen, maar nu is mijn kaak overspannen. ,,Jij gaat een nachtbitje dragen’’, zegt hij. Ik denk direct aan het paard dat ik een bit in wilde doen en dat toen op mijn achtjarige voetje ging staan. Sindsdien blijf ik buiten een straal van 2 kilometer van paarden.

,,En als dat niet werkt krijg je fysiotherapie en als dát niet werkt ga je naar de kaakchirurg’’, babbelt de tandarts door. Ik schrik op uit mijn paardengedachte. Een bitje dus. Elke nacht, zodat ik niet kan klemmen. Ik denk terug aan mijn buitenboordbeugel als tiener, aan hoe ik kwijlde als een oude hond. Met het enige verschil dat ik die beugel maar een paar maanden hoefde te dragen en geen vriend had.

Dit bitje is voor altijd.

Vaarwel spontane vrijerij.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.