Column Rosa Timmer: Jaloers

Ik heb een broer. Het is al meer dan een jaar geleden dat ik hem gezien heb, maar ik heb er een. Hij is aan de andere kant van de wereld. Mijn ouders komen er net vandaan en zijn vol verhalen teruggekomen. Over de gifslang die ze samen in de keuken moesten doodmaken, over hoe hij met zijn dochter speelt en Engels spreekt met een Gronings accent. Dat moment vind ik altijd het ergst, de confrontatie. Zij hebben hem wel gezien, ik niet.

Het is niet eens de afstand die mijn broer en mij uit elkaar drijft, het is het totaal andere leven dat we leiden en onze complexe geschiedenis. Hoe jaloers kan ik zijn op mensen die zeggen dat hun broer of zus hun beste vriend is, dat ze alles samen doen, er voor elkaar zijn.

Ik skype niet eens met hem.

Bang dat het weer uit de hand loopt. Want dat doet het uiteindelijk altijd. Wij groeiden op in een explosieve situatie. Regelmatig kwam hij mijn kamer binnen om de boel aan gort te gooien of een mep te verkopen. Het was een atoombom van depressie, puberjaren en een ingewikkeld karakter. En de bom ging elke dag af. Niet expres, weet ik nu, maar dat maakt het nog verdrietiger. Want ik twijfel of er veel veranderd is.

Toch, als ik hem zie, eens per zoveel jaar, dan ben ik even heel blij. Ik staar recht in het gezicht van mijn jeugd. Hij is de enige die de geschiedenis van mijn opvoeding deelt. Hij kwam altijd voor me op als ik gepest werd en op de achterbank barstten we samen in lachen uit om onze gestreste ouders.

Tussen de oorlogen door hadden we toch een band met elkaar die niemand begreep en waar ik trots op was. Ik weet dat ik nu ben om wie hij was, en andersom.

En daar kan ik wel mee leven.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.