Column Rosa Timmer: Rummikub

Mijn oma vindt het verschrikkelijk in het verpleeghuis. Ze laat geen mogelijkheid onbenut om dat subtiel of minder subtiel duidelijk te maken. Gisteren was het die laatste variant. ,,Ik verzuip me zelf in de vijver als ik de kans krijg'', gromde ze. Ik kwam net binnen: ,,Ook hallo'', zei ik terug. ,,Eerst koffie hoor.''

,,Is mijn huis er eigenlijk nog?'', is de gebruikelijke vervolgvraag. Haar huis is er wel, maar het is niet van meer van haar. Ik wilde haar er niet mee vermoeien en pak het Rummikubspel. ,,Dat kan toch niet? Jij moet toch zo weer weg?'', zei ze wantrouwend. Ik voelde me direct schuldig. Het ene ding dat ze nou net wel onthoudt, is dat ik altijd maar kort blijf. Verdient geen schoonheidsprijs, dat hoef je me niet te vertellen.

,,Vandaag niet oma, vandaag gaan we een spelletje doen.'' Ik heb van de verpleging geleerd dat je bij mensen met dementie gewoon het voortouw moet nemen als ze blijven hangen in hun emoties. Even later zit oma met een grote grijns achter Rummikub. Of ze me nou herkent of niet, of ze nou naar huis wil of naar de vijver, Rummikub blijft ze doen zo lang ze ademt. Het is prachtig, want ze is er ontzettend goed in.

Ze lacht me vierkant uit als ik een mogelijkheid mis en kijkt zes stappen vooruit. Ze leert het de andere bewoners ook, met een engelengeduld. Als ze hun fiches in de thee dopen, lacht ze beleefd in zichzelf.

Tot gisteren. Ineens zei ze dat ik aan de beurt was, terwijl dat niet zo was. Daarna zag ze het verschil niet tussen de stenen die op tafel lagen en de stenen op haar eigen bordje.

Mijn hart brak. De dementie is begonnen aan haar ziel. Ik hoop dat ze snel vergeet dat er een vijver is.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.