Column Rosa Timmer: Zelfbeeld

In de sportschool kijk ik graag naar mezelf. Ik zit het liefst op een apparaat met de klinkende naam ‘vertical traction' waarbij je je armen gespreid boven je hoofd houdt en met je handen het gewicht naar beneden trekt. In de spiegel kan ik precies zien hoe mijn spierballen in mijn bovenarmen opbollen. Als er toevallig iemand voor mijn zicht staat, wacht ik met het apparaat tot de spiegel weer vrij is. Zo'n vervelend wicht ben ik geworden.

Vroeger had ik een hekel aan zulke mensen, nu snap ik ze helemaal. Het duurt heel lang voor je resultaat ziet van het trainen. Daar zijn maanden, zo niet jaren van in de kou naar de sportschool fietsen aan vooraf gegaan. In de regen, over ijzel, 's ochtends vroeg of juist na het werk. Doodmoe, griep of ongesteld, altijd maar stug doorgaan. Pijn lijden, zweten, in gekke pakjes rondlopen, wasjes draaien en pleurisveel geld uitgeven aan de sportschool. Als je dan eindelijk een spierballetje hebt, wil je hem bekijken ook. Voor je het weet is ie weer weg. Spieren zijn net zoiets als vertrouwen. Komt te voet en gaat te paard. In galop als je niet oppast.

Dat spiegelstaren is dus pure verlatingsangst. Vanaf mijn achttiende ben ik altijd spekkig geweest en de opmerkingen erover komen me de strot uit: ,,Ben je zwanger?'' ,,Zou je dat wel dragen?'' En de klassieker: ,,Goh, je bent wel aangekomen.'' En dan zijn dit nog de mensen die het goed bedoelen.

Dus ja, dan ben ik maar irritant. Maar als je mij of mijn soortgenoten ziet, weet dat we dit niet doen om te pronken. Ik vergelijk mezelf niet met anderen. Ik kijk alleen maar net zo lang in de spiegel tot ik niet meer weet hoe ik er hiervoor uitzag.

Dat kan nog een tijdje duren.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.