DNA-onderzoek tweelingbroers geen reden om verdachte verkrachting wandelaarster (76) in Drenthe na ruim jaar voorarrest vrij te laten

De vrouw is juli vorig jaar verkracht in de buurt van Schipborg.

De 26-jarige R.K. uit de gemeente Tynaarlo blijft vastzitten op verdenking van verkrachting van een wandelaarster (76) in Schipborg. Er komt een aanvullend DNA-onderzoek met medewerking van zijn tweelingbroer, maar dat is voor de rechtbank geen reden om de verdachte vrij te laten.

Zijn advocaat Udo van Ophoven pleitte in de rechtbank voor zijn vrijlating. Volgens de raadsman kan het nieuwe DNA-onderzoek uitwijzen dat niet zijn cliënt, maar zijn eeneiige tweelingbroer de verkrachter is. Het misdrijf vond zaterdagmiddag 6 juli 2019 plaats in een natuurgebied bij Schipborg. R.K. is een paar dagen later opgepakt. De man ontkent in alle toonaarden dat hij de verkrachting heeft gepleegd.

Advocaat: voorarrest duurt al veel te lang

Het DNA dat werd gevonden op kleding van het slachtoffer kan van beide tweelingbroers zijn. De officier van justitie vindt dat al het overige bewijs overtuigend aantoont dat R.K. en niet zijn broer de dader is. De advocaat is het niet met de officier eens. Hij noemt het DNA-onderzoek cruciaal. ,,We moeten er ernstig rekening mee houden dat het DNA-materiaal dat is gevonden van M.K is., de broer van mijn cliënt. Als dat inderdaad zo is, zal de verdenking in deze zaak enorm veranderen. Dat zal ook betekenen dat het voorarrest van mijn cliënt al veel te lang duurt.”

De tweelingbroer van de verdachte is onlangs als getuige gehoord bij de onderzoeksrechter. Mede op basis daarvan trekt de advocaat nog meer in twijfel dat M.K. op het moment van het misdrijf niet in de buurt van het natuurgebied kan zijn geweest. Volgens Van Ophoven blijkt uit getuigenverklaringen van vrienden van de opgepakte broer R.K juist dat hij daar rond het tijdstip van de verkrachting niet was.

GGD-arts gaat bloed afnemen bij tweelingbroers voor DNA-onderzoek

Bij het getuigenverhoor bij de onderzoeksrechter heeft M.K. ingestemd met een aanvullend DNA-onderzoek, waarbij met nieuwe technieken mogelijk toch een verschil in het DNA van beide tweelingbroers kan worden gevonden. Zo’n onderzoek is nooit eerder gedaan in Nederland. De twee broers moeten hiervoor ‘vers’ DNA-materiaal afstaan. Volgens de officier regelt de politie een GGD-arts die bij de beide mannen bloed gaat afnemen. Zij verwacht dat dit op korte termijn gebeurt.

Het bloed gaat vervolgens voor onderzoek naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Volgens de rechtbank heeft het NFI laten weten dat het minstens drie maanden gaat duren voor er een eventueel onderzoeksresultaat is. ,,Dat nader onderzoek moet plaatsvinden om te proberen het DNA van eeneiige tweelingen van elkaar te onderscheiden. Het is uniek in Nederland, nooit eerder gedaan. Dus hoe lang het exact gaat duren, kan het NFI niet zeggen.”

Gevaar voor herhaling

De officier van justitie vindt dat verdachte R.K. in de gevangenis moet blijven. Zij wijst erop dat er gevaar is voor herhaling. De man is onderzocht door een psychiater en een psycholoog. Deze deskundigen hebben volgens de officier stoornissen vastgesteld. Ook de rechtbank vindt dat er nog voldoende ernstige bezwaren zijn tegen de vrijlating van de verdachte.

Wel moet er een reclasseringsrapport worden opgemaakt, zodat bij een volgende zitting kan worden bepaald of R.K. eventueel met elektronisch toezicht naar huis kan. Die volgende zitting is binnen drie maanden. Tot die tijd blijft de man vastzitten.

menu