Bertus Gepken met zijn draaiorgel in het centrum van Emmen. Op de stadsvloer verplaatst hij zijn zelfgebouwde instrument met zijn scootmobiel.

Daar is de orgelman! Bertus Gepken (79), de man van de vrolijke klanken in het Emmer centrum

Bertus Gepken met zijn draaiorgel in het centrum van Emmen. Op de stadsvloer verplaatst hij zijn zelfgebouwde instrument met zijn scootmobiel. Foto: Boudewijn Benting

Met zijn draaiorgel De Turfsteker is Bertus Gepken een bekende verschijning in het Emmer centrum. Bijzonderheid: hij bouwde zijn instrument zelf. Met veel geduld en af en toe wat hulp van mensen uit het orgelwereldje.

Is het zaterdag en een beetje redelijk weer, dan hoeft Bertus Gepken niet na te denken over wat hij gaat doen. Hij haalt zijn scootmobiel uit de schuur, zet die op een aanhanger en rijdt naar het Emmer centrum. Nadat hij daar zijn scootmobiel heeft gestald, rijdt hij terug naar zijn huis om zijn draaiorgel op te halen. ,,Zo’n scootmobiel is hartstikke handig. Op de stadsvloer kan ik er heel goed mijn draaiorgel mee verplaatsen. Dan hoef ik niet steeds op dezelfde plek te staan.’’

Van de SRV naar de wereld van de orgelbouwers

Bertus Gepken komt graag onder de mensen. Jarenlang werkte hij als SRV-man. Eerst in de wijk Emmerhout, daarna ook in Emmermeer en Bargeres. Toen hij daarmee in 1996 stopte, stapte hij in de wereld van de draaiorgels. Of beter gezegd, in de wereld van de orgelbouwers. Gepken wilde zelf een draaiorgel in elkaar zetten. ,,Ik kwam op het idee toen ik op mijn ronde als melkboer voor een huis allerlei onderdelen zag staan. Die bleken afkomstig te zijn van een klein draaiorgel. Mijn handen begonnen te jeuken, maar het ontbrak mij aan tijd. Dat veranderde toen ik was gestopt met werken.’’

loading


Met hout dat hij in de loop der jaren alvast had gespaard, ging Gepken aan de slag. Na twee jaar had hij zijn eerste orgeltje klaar. En een jaar later volgde orgeltje nummer twee. ,,Ik heb twee rechterhanden, maar zonder hulp van enkele mensen uit de orgelwereld was het mij niet gelukt. Bepaalde specialistische kennis had ik natuurlijk niet.’’ Daarna begon Gepken met zijn magnum opus: de bouw van een groot straatorgel met meer dan 160 pijpen. Met dit orgel, dat de naam De Turksteker kreeg, reist Gepken de laatste tien jaar steeds naar het Emmer centrum.

Op meerdere plekken, maar niet op het veelgeprezen Raadhuisplein

De Emmenaar maakt muziek op het Noorderplein, op de hoek Noorderstraat/Hoofdstraat, bij de Hema en bij de Grote Kerk. Op het enkele jaren geleden geopende en veelgeprezen Raadhuisplein bij Wildlands zie je Gepken niet. ,,Ik vind het een mooi plein hoor, maar het is geen goede plek voor mij. Iedereen dwarrelt daar maar wat door elkaar heen. Er is geen stroom bezoekers die dicht bij je langskomt. Je hebt daardoor weinig contact met mensen. En dat betekent ook dat je op zo’n dag bijna niets verdient.’’

loading


Gepken draait er niet omheen. Hij wil op zaterdagmiddag in het Emmer centrum ook wat geld ophalen. ,,Om mijn hobby te kunnen financieren. Ik betaal voor mijn vergunning, voor de benzine, voor stroom en ik koop af en toe nieuwe kartonnen muziekboeken. Het geld dat ik daarvoor nodig heb, wil ik met mijn orgel verdienen. En als het ietsje meer wordt, is dat ook geen probleem. Dan gebruik is dat geld om andere leuke dingen te doen.’’

‘Ik prijs mij gelukkig. Ik had ook al met de tenen omhoog kunnen liggen’

Veel mensen genieten van Gepken met zijn Turfsteker. ,,Er zijn kinderen die bijna van enthousiasme uit de kinderwagen springen. Volwassenen zijn vaak wat meer geremd. Bij het draaiorgel houden ze zich in, maar als ze dan even verder zijn zie je ze springen of dansen. Maar natuurlijk zijn er ook mensen die er niets mee hebben. Ik hoop dat die zich er niet te veel aan storen. Ik probeer gewoon wat extra gezelligheid te brengen en hou rekening met anderen. Je zult mij ook nooit vlak voor een winkel zien staan.’’

In de loop der jaren merkt Gepken dat hij ouder wordt. ,,Ik verplaats mijn orgel in het centrum met een scootmobiel, maar verder sta ik altijd de hele middag. Dat lukt nog goed, al zijn mijn benen wel wat minder sterk dan een paar jaar geleden. Dat is de leeftijd, hè? Ik prijs me gelukkig dat ik dit nog altijd kan doen. Ik had ook al met de tenen omhoog kunnen liggen. Klopt, ik kan er ook bij gaan zitten. Maar dat vind ik niet leuk. Ik heb altijd gezegd dat ik stop als ik niet meer de hele middag kan staan.’’ Maar doet Gepken dat ook echt? Hij glimlacht en is even stil. ,,Dat zien we tegen die tijd wel weer.’’



menu