Waar cafés hermetisch gesloten blijven, beleven illegale zuipketen toptijden, zo klaagt de horecabranche. De wereld op zijn kop, foeteren de ondernemers: „Wie de regels naleeft, is de klos, terwijl illegaliteit wordt beloond.’’

Op voorwaarde van strikte geheimhouding zwaait na bemiddeling door een bekende een staldeur in de Achterhoek open. Voor één euro per stuk komen ijskoude ’groene potten’ (flesjes Grolsch) uit een volgestouwde koelkast. Terwijl een man of zes zich afzijdig houdt, doen drie twintigers aan de bar hun relaas.

„Wij hebben niet het gevoel dat we illegaal bezig zijn. Dit is een vriendenclub die al jarenlang samenkomt. Hier op het platteland is er weinig afleiding, vooral nu alle feesten al ruim een jaar op hun gat liggen.” Last van gemeente of politie hebben de mannen niet: „De hond blaft bij naderende boa’s. Of ze weten dat we bestaan? Zekers. Maar ze weten ook dat hier geen gekke dingen gebeuren.”

Illegale bars

Het is branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland (KHN) een doorn in het oog dat dergelijke keten momenteel op volle toeren draaien terwijl in de reguliere horeca de tap verplicht dichtzit. KHN-directeur Dirk Beljaarts somt een reeks voorbeelden op, waarvan Urk er eentje is: „Daar is een industriegebied met illegale bars die ook in de coronaperiode open zijn. De gemeente gedoogt deze, mits ze zich laten registreren. Maar de burgemeester geeft, uit angst voor de rellende jeugd, geen prioriteit aan het opdoeken van de niet aangemelde zaken.”

Woordvoerster Yvonne Haaxman zegt dat Urk zich hierin niet herkent: „De gemeente weet dat er, net als op andere plaatsen in Nederland, locaties zijn waar jongeren samenkomen. Samen met politie en jeugdorganisaties hebben we aandacht voor deze jeugdhonken.” Waarom die attentie niet resulteert in sluiting van onwettige uitspanningen, laat de gemeente onvermeld. Twee jaar geleden werd het lokale gemeentehuis bestormd door jongeren die woedend waren over de sluiting van hun zuipketen.

loading

’Huiskamerketen’

De Friese gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel willen louter nog ’huiskamerketen’ toestaan waarin maximaal tien mensen samen komen. Er komen bovendien regels voor verdovende middelen, overlast en brandveiligheid. Alle nieuwe bepalingen zijn opgesteld in nauw overleg met de jongeren.

Dat leidde midden in coronatijd tot een opvallende regel: aan de bar mag aan minderjarigen geen alcohol worden verkocht, maar als iemand een 18-minner een biertje aanreikt, is er niets aan de hand. „In een normale horecazaak staat daar duizenden euro’s boete op. Maar in die keten kan en mag alles, zelfs tijdens de lockdown”, zo meldt voorzitter Eelke Duursma van KHN Midden-Friesland onthutst.

Hij overlegt een dezer weken opnieuw met beide gemeenten. Duursma: „Het gaat ons niet om die kleine schuurtjes waarin jongeren wat experimenteren. Maar er zitten hier vier of vijf enorme commerciële bedrijven, bekend bij iedereen hier in de regio, inclusief de gemeenten. Daar treden in coronatijd gewoon artiesten op voor 6000 euro per avond. Die gasten hoeven zich nergens aan te houden en dragen geen cent btw af. Zij worden beloond voor hun illegaliteit.”

loading

Wegkijken

Proberen de Friese gemeenten in elk geval nog om het staldrinken te reguleren, elders wordt te vaak volledig weggekeken, zo signaleert KHN-directeur Beljaarts: „Leden-enquêtes wijzen uit dat ruim de helft van onze leden in Friesland, Overijssel en Drenthe een sinds corona ontstane drankkeet kan benoemen. Een derde stelt vast dat de autoriteiten niet ingrijpen.”

Overheden die wél willen handhaven, hebben daar een zware dobber aan. Zo brak in het Gelderse Putten welhaast een revolte uit toen de gemeente de zuipketen wilde sluiten. Kort voor de lockdown werd besloten tot nieuw overleg. „Door corona staat dat even stil”, aldus zegsman Toon Schuiling.

Op het gemeentehuis van Putten leeft het idee dat de keetbeheerders zich redelijk gedragen. Schuiling: „We hadden afgelopen maanden één heterdaadje waarbij veel mensen samen waren. Daarbij is een voorwaardelijke dwangsom opgelegd. Er loopt hier geen leger boa’s, maar we hebben zeker niet de indruk dat wekelijks tientallen mensen op elkaar staan. Na corona gaan we alles opnieuw bezien.”

Dat kan weleens te laat zijn, zo vreest KHN-bestuurder Duursma in Friesland: „Ik vrees dat veel stamgasten van weleer na de horeca-heropening niet meer terugkeren naar hun cafés. Daar zijn ze immers veel duurder uit dan in de zuipketen, waar ze ook nog eens een sigaretje mogen opsteken.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
Horeca