Het Balooërveld

De Hondsrug is de ruggengraat van Drenthe: 'Nergens in Nederland tref je een landschap dat zo duidelijk door de ijstijden is gevormd'

Het Balooërveld Foto: Hans Dekker

De Hondsrug vormt de ruggengraat van Drenthe. De plek waar Drenthe eigenlijk een beetje geboren is. Die vier lijnrechte heuvelruggen in het oostelijk deel van deze provincie vormen dan ook een geologische en historische schatkist.

Alles wat mens en omgeving door de eeuwen samen hebben doorstaan, is grotendeels nog steeds zichtbaar in dit landschap. Stichting Het Drentse Landschap liet die geschiedenis optekenen in het kloeke boekwerk De Hondsrug – Landschap van Eeuwen . Volgens historicus en schrijver van het boek, Bertus Boivin, gunt het boek de lezer als het ware een kijkje achter de schermen van dit bijzondere gebied.

In het overwegend vlakke Drenthe vormen de vier heuvelruggen van de Hondsrug (de langste tussen Emmen en Groningen en drie kleinere bij Rolde, Tynaarlo en Zeijen) een opvallende afwisseling in het landschap. Duizenden jaren geleden schoof het kruiende ijs als een bulldozer over het land en daarmee ontstond dit unieke landschap, stelt Boivin.

,,Nergens in Nederland tref je een landschap dat zo duidelijk door de ijstijden is gevormd. Minstens zo bijzonder is het feit dat dit gebied in de afgelopen 5000 jaar doorlopend bewoond is geweest. In dat opzicht is het een van de oudst bewoonde streken van het land.” Bewijs hiervoor vormen de vele (pre) historische sporen zoals pijlpunten, vuistbijlen, middeleeuwse karrensporen maar ook grafheuvels en vooral hunebedden.

loading  

Toendra

De Hondsrug vormde het decor voor de eerste mensen in Drenthe. Logisch, aldus Boivin. ,,Het was een van de weinig bewoonbare plekken. Een paar duizend jaar geleden was dit gebied een eiland te midden van een zee van oneindig veen. Alleen op de hoger gelegen plekken kon je een bestaan opbouwen.”

Wanneer de eerste bewoners hier rondliepen, valt met geen zekerheid te zeggen. Het schuivende ijs heeft die sporen weggevaagd. Met enige zekerheid kan wel gezegd worden dat tot 40.000 jaar geleden hier neanderthalers rondliepen. ‘Ons soort mensen’, de homo sapiens, verscheen ongeveer 10.000 jaar geleden ten tonele. Rendierjagers trokken voor hun prooi over de toendra waaruit Noord-Nederland toen bestond.

Rond 3400 voor Christus leggen de eerste boeren hun akkers aan. Deze groep maakt onderdeel uit van de trechterbekercultuur. Of populairder gezegd: de hunebedbouwers. Deze grafmonumenten herinneren als stille getuigen voor eeuwig aan hun aanwezigheid. De Hondsrug was een ideale plek voor ze. ,,Als boer heb je belang bij goede akkergrond, grasland voor je vee en water. De plekken op de overgangen van hoog naar laag leenden zich daar uitstekend voor.” Naast de vruchtbare keileemgrond, ontsprongen langs de heuvelruggen ook vele beekjes, zoals de Hunze, de Drentsche Aa en het Eelderdiep. Aan water was dus geen gebrek.

loading  

Volwassen trottoirtegel

Het boek, met de omvang en het gewicht van een volwassen trottoirtegel, staat bomvol van dit soort leuke weetjes. Zoals het feit dat Groningen in een grijs verleden gewoon een van de pakweg dertig kleine dorpjes op de Hondsrug was. ‘Cruoninga’ krijgt een boost als de Duitse koning het plaatsje schenkt aan de bisschop van Utrecht, die er zijn residentie laat bouwen op de plek waar zich nu Het Forum bevindt.

Groningen was sindsdien van strategische betekenis als controlepunt voor het noordelijk deel van het bisschoppelijke rijk. In de daaropvolgende eeuwen floreerde de handel, waarbij het ene na het andere pakhuis verrees op de kaden langs de Drentsche Aa. Op die manier maakte het ooit zo bescheiden plaatsje een fikse groeispurt door.

De mens domineert

Zo snel als Groningen veranderde, zo kalmpjes ging het op de Hondsrug. ,,Vanaf de prehistorie tot diep in de 19de eeuw kon je spreken van een balans tussen bewoners en natuur. Beiden leefden in harmonie: de mens werkte op het land en de natuur had er ook zijn plek in.” Rond de op een na laatste eeuwwisseling volgt er een behoorlijk trendbreuk. ,,De mens overvleugelde steeds meer de natuur.”

De opkomst van kunstmest speelde daarin een belangrijke rol. ,,Daarmee kon je meer land dan ooit tevoren bewerken. In heel Drenthe zijn vervolgens de heidevelden ontgonnen. Minder vruchtbare grond werd gebruikt voor de aanleg van de Staatsbossen.”

Landschap langs de meetlat

Na de Tweede Wereldoorlog ging het nog harder. De opvatting was toen dat het landschap ten behoeve van de landbouw efficiënter ingericht moest worden: het begin van de grote ruilverkavelingen. Het landschap werd langs de meetlat gelegd en overal ontstonden keurige, rechthoekige akkers en weiden. Voor een snelle afvoer van water, werden beekjes zoals de Hunze gekanaliseerd.

Vanaf de jaren ‘80 ontstaat er een kentering en werden deze rigoureuze veranderingen weer enigszins teruggedraaid. Meer groen stak de kop op en de vele stroompjes kregen hun vertrouwde rondingen weer terug.

Ook op en rondom de Hondsrug vond er flink wat natuurherstel of culturele herwaardering plaats. Het Hondsrugboek van Het Drentse Landschap biedt dan ook tientallen tips wat betreft mooie plekjes en wandelingen. Boivin is momenteel alweer op een nieuw project gedoken: een boek met een langeafstandswandeling (ongeveer 250 kilometer) van Groningen naar Emmen en weer terug: over de Hondsrug en dwars door het Hunzedal. Het verschijnt dit voorjaar. ,,Voor wie er echt geen genoeg van kan krijgen”, lacht Boivin.

menu