Izak Stibbe, een koopman uit Zwolle, was een van de 500 Joodse mannen die aan het vliegveld moesten werken. Hier met vrouw en kinderen. Foto: Sippora Stibbe

De Joodse mannen van het Holtingerveld

Izak Stibbe, een koopman uit Zwolle, was een van de 500 Joodse mannen die aan het vliegveld moesten werken. Hier met vrouw en kinderen. Foto: Sippora Stibbe

Het Holtingerveld lag tijdens de oorlog midden in de vuurlinie. De nazi’s lieten een militair vliegveld aanleggen door dwangarbeiders. Auteur Wim van der Wijk beschrijft hoe daarbij ook zo’n vijfhonderd Joodse mannen werden ingezet.

Het is een populair uitje voor wie in Havelte en omgeving woont. Maar ook van elders weten mensen de weg te vinden. Zeker in de weekends kan het dan ook druk zijn bij de twee hunebedden in het Holtingerveld, tevens vertrekpunt van tal van wandeltochten door dit Natura 2000-terrein.

De bewogen geschiedenis maakt het natuurgebied nog interessanter. De laatste ijstijd heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat het Holtingerveld, met zijn ongerepte heide en bos, niet helemaal vlak is, maar geaccidenteerd.

Landingsbaan nog altijd zichtbaar

In de oorlog lieten de nazi’s in dit gebied een militair vliegveld aanleggen. Overblijfselen daarvan, zoals resten van de start- en landingsbaan en de hangars, zijn nog altijd zichtbaar. Verspreid over het natuurgebied stuit je op bomkraters. Die herinneren aan de geallieerde luchtaanvallen in het laatste oorlogsjaar.

Over de historie van dit gebied, met name de bezettingsjaren, was al veel bekend. Dat de Duitsers voor hun Fliegerhorst eerst Darp met de grond gelijk maakten, is in deze regio in het collectieve geheugen gegrift. Dat er in totaal zo’n 3500 dwangarbeiders werden ingezet om het vliegveld uit de grond te stampen, die rondom de bouwplaats in diverse barakkenkampen waren ondergebracht, is ook gedocumenteerd.

‘Gemengd gehuwde Joden in Havelte in oorlogstijd’

Veel minder bekend is dat zich onder hen ook circa vijfhonderd Joodse mannen bevonden. In herdenkingsjaar 2020 prikkelde dat Wim van der Wijk. De 76-jarige Havelter, oud-directeur gemeentewerken, schreef diverse boeken over de streekgeschiedenis en ontving in 2016 de Erfgoedprijs van de gemeente Westerveld. Het afgelopen jaar heeft hij zich grondig ingespannen om zoveel mogelijk te weten te komen over het Joodse contingent dat meehielp aan het nazi-vliegveld. Dat heeft geresulteerd in een nieuwe publicatie: De gemengd gehuwde Joden in Havelte in oorlogstijd.

Die titel geeft al een hint hoe het kan dat de nazi’s zo’n groot aantal Joden níet via Amersfoort of Westerbork naar bijvoorbeeld Sobibór en Auschwitz afvoerden, maar aan het werk zetten in Drenthe. Van der Wijk: ,,Dit waren Joodse mannen die waren getrouwd met een niet-Joodse vrouw.”

loading

Eerst vrijgesteld, daarna toch gedwongen te werken

In eerste instantie waren deze mannen vrijgesteld van de gevreesde Arbeitseinsatz . Van der Wijk beschrijft hoe daaraan in december 1943 een eind kwam. Gemengd gehuwde Joden werden vanaf dat moment gedwongen te werken bij Schiphol en het Amsterdamse ‘Bosplan’. Twee maanden later kregen andere 18- tot 60-jarige mannen uit deze groep te verstaan dat ze zich in ’t Zand (bij Den Helder) en Havelte dienden te melden. Hun gezinnen moesten ze achterlaten.

Het Havelter contingent werd ondergebracht in een relatief nieuw barakkenkamp, aan de nog altijd zo geheten Hunebeddenweg.

We hebben met Van der Wijk afgesproken bij het Hunehuis, boven op de Havelterberg, tegenwoordig een ‘natuurvriendenhuis’ van het Nivon. Samen met Jannes Westerhof (78) uit Darp, die hielp bij de nieuwe publicatie, wandelt hij vooruit: de Hunebeddenweg af, verder het Holtingerveld in.

loading

Restanten kamp zijn nog herkenbaar

Na een paar honderd meter blijven de twee al staan. Van der Wijk, naar links wijzend: ,,Hier had je dat ‘Jodenkamp’. Als je niet beter weet, zie je alleen heide. Maar kijk je goed, dan kun je nog steeds restanten herkennen van het kamp: een diepe sloot, ‘kussentjes’ in het landschap, funderingsresten.” Op dronebeelden zijn zelfs de omtrekken van de afgebroken barakken nog zichtbaar.

Bij zijn intensieve speurwerk in archieven en literatuur, maar ook op tal van websites, stuitte Van der Wijk op ‘veel emotionele verhalen’, zoals hij zegt. Helemaal achterin het boekje somt hij 110 familienamen op die hij heeft kunnen achterhalen, allemaal van Joodse mannen die aan het Havelter vliegveld hebben moeten werken.

Brieven van Amsterdamse wiskundedocent

Hij kwam ook in contact met nazaten van de Joodse dwangarbeiders, zoals Mirjam Freudenthal, die hem de bewaarde correspondentie van haar vader ter beschikking stelde. Van der Wijk citeert gretig uit de brieven van deze Hans Freudenthal, een Amsterdamse docent wiskunde (1905-1990).

Van der Wijk hoopt dat zich naar aanleiding van zijn publicatie nog meer nazaten bij hem zullen melden. Hij wil zijn onderzoek voortzetten. Mogelijk stuit hij dan ook nog op foto’s die in het barakkenkamp zijn genomen. Tot nog toe is hij die nergens tegengekomen.

loading

In de publicatie legt hij uit dat de Joodse mannen, die uit het hele land afkomstig waren, zich eerst moesten laten keuren op het arbeidsbureau in Meppel. Mannen die eerder waren afgekeurd, werden herkeurd. Bijna zonder uitzondering kregen die te horen dat ze alsnog aan het werk konden, meegebrachte doktersattesten ten spijt. ‘Ihre Atteste interessieren uns ja gar nicht’ , zou de Duitse Fachberater Willy Zimmermann een van de Joden hebben toegeblaft. Hans Freudenthal noteerde: ‘Allemaal afgekeurden, die goedgekeurd werden. Suiker. Maagzweer. Een ligt hier bloed te spuwen’.

Van arbeiders tot wetenschappers

Een uiterst gemêleerd gezelschap, van arbeiders en vaklieden tot kunstschilders, musici en wetenschappers, maakte vervolgens lange dagen, van 7.00 tot 18.00 uur, op de Fliegerhorst -in-aanbouw. Van der Wijk meldt dat de werkomstandigheden niet al te slecht waren. Om de vier weken hadden de Joodse mannen een kort verlof. In de weekends mochten hun vrouwen op bezoek komen. Het eten was over het algemeen goed.

Het kamp aan de Hunebeddenweg telde twaalf primitieve, houten barakken. De barakken waren niet alleen voor de Joodse mannen. Eerder waren er al uit heel Nederland afkomstige gevangenen geïnterneerd. De gevangenen en de Joden werden met prikkeldraad strikt uit elkaar gehouden. Van der Wijk: ,,Na het werk werden er brieven geschreven en werd gekaart. In het weekend werd er veel gewandeld in de natuur.”

Mannen vluchtten de loopgraven in

De gedwongen tewerkstelling heeft niet lang geduurd. Van der Wijk beschrijft hoe de Joodse mannen in het voorjaar van 1944 geregeld bij een luchtalarm de loopgraven in vluchtten. ‘Het kamp lag op een gevaarlijke plek. Toen eind mei 1944 het aantal Joden was opgelopen tot plusminus vijfhonderd, verhuisden ze naar een kamp bij de Nederlands Hervormde kerk.’

Eén Joodse man heeft de reeks geallieerde aanvallen niet overleefd. ,,Hij werd geraakt bij een beschieting”, weet Jannes Westerhof. Alle andere ‘gemengd gehuwde’ Joden zijn op 7 september 1944, kort na Dolle Dinsdag, ontslagen. Lopend, fietsend of met de trein vertrokken ze uit Drenthe, terug naar hun gezinnen. Het merendeel dook tot het einde van de oorlog onder.

Vliegveld definitief van de kaart geveegd

Slechts tien dagen later, in de nacht van 16 op 17 september, werd het nazi-vliegveld bij weer een geallieerde aanval grondig vernield. Op 24 maart 1945 werd de Fliegerhorst definitief van de kaart geveegd. Ook het terrein van het barakkenkamp kreeg die dag de volle laag. Het kamp zelf was intussen afgebroken, de tijdelijke bewoners hadden zich al veel eerder in veiligheid kunnen brengen. Anders dan miljoenen andere Joden overleefden deze vijfhonderd mannen de oorlog.

De gemengd gehuwde Joden in Havelte in oorlogstijd is onder meer verkrijgbaar bij Tourist Info Punt (TIP) Holtingerveld en kost 5 euro.

loading

menu