De Wachter kan 100 jaar verder

DVHN

Laat de wind maar komen. Museummolen De Wachter is voorzien van nieuwe roeden en de wieken draaien weer.

Normaal gaan roeden op molens dertig, hooguit veertig jaar mee. Niet die van De Wachter in Zuidlaren. Pas na zeventig jaar ontstond er wat roestvorming en werd besloten nieuwe roeden aan te brengen. Zeventig jaar, dat kan niet, reageerden molenaars elders in het land. Zo ontstond op Facebook een levendige discussie over de levensduur van de Zuidlaarder molen.

Speciale techniek

Het wettige en overtuigende bewijs kwam van andere molenaars waar molenbouwer Diek Medemdorp zijn hand in had gehad. Ook daar gingen de roeden langer mee. Medemdorp, de laatste eigenaar van De Wachter, bouwde molens in binnen- en buitenland en gebruikte een speciale techniek, legt voorzitter Eeuwe Broersma van de museummolen uit. ,,Hij schroefde beugels op de gaten in de roeden. Alles was geklonken waardoor het niet meer in de roeden inregende.’’

Tijdens de vervanging van de roeden, een klusje van 40.000 euro waarmee de vrijwilligers vanaf oktober aardig zoet zijn geweest, bleek wat voor kwaliteitswerk

Medemdorp had geleverd. Roeden en wieken waren met in totaal 800 schroeven aan elkaar bevestigd. ,,Op zeven na konden we al die schroeven zo los draaien. Heel bijzonder na zeventig jaar in weer en wind’’, zegt Broersma.

Levensduur

Overigens zal de discussie over de levensduur voorlopig niet meer worden gevoerd. De nieuwe roeden zijn van cortenstaal. Dit roestkleurige staal heeft een zeg maar dikke beschermende huid. ,,Deze roeden gaan wel honderd jaar mee,’’ vertelt Broersma.

Dat de in 1851 gebouwde windmolen weer los kan werd zaterdag met tal van activiteiten, muziek en zang gevierd. De vlag ging feestelijk in top van de wieken - vanaf de grond toch 22 meter - en er werd een nieuwe expositie geopend: het gereedschappenmuseum. Dat was eerst in Noordbroek gevestigd maar het pand werd verkocht en verzamelaar Dick de Hart (74 uit Groningen) moest wijken. Hij is verguld met zijn nieuwe onderkomen. Weliswaar kan De Hart niet zijn volledige verzameling oud gereedschap in het museum kwijt, maar daar staat tegenover dat De Wachter vaker open is en hij op meer bezoek kan rekenen. Het molenmuseum trekt jaarlijks toch zo’n 10.000 bezoekers en dat werd in Noordbroek niet gehaald.

Bankje

Het gereedschapsmuseum zit op de 1e etage op de plek van de oude molenaarswerkplaats. Die is verplaatst naar de echte werkplaats. Daar komt de molenbouwer centraal te staan met speciale aandacht voor het leven en werken van Medemdorp.

Overigens zijn de oude, 22 meter lange roeden niet afgeschreven en bij het oud vuil terecht gekomen. Een van de roeden doet nu dienst als bankje bij de parkeerplaats. Voor de ander wordt nog een bestemming gezocht.

menu