Bernhard Hanskamp. FOTO MARCEL JURIAN DE JONG

De annexatiedrift van Drenthe

Bernhard Hanskamp. FOTO MARCEL JURIAN DE JONG

Duitsland was verslagen en Nederland eiste zijn plek onder de Duitse zon. Ook Drenthe sloot zich aan. Bernhard Hanskamp lichtte een tegel op, een intrigerend hoofdstuk uit de vaderlandse geschiedenis werd zichtbaar.

Met rollen kaarten komt Bernhard Hanskamp zijn woonkamer in Nijlande binnenstappen. Zwaar vergeelde tekeningen die hij uitspreidt over de grond. Wie over zijn schouder meekijkt ziet welke stukken Nederland na de oorlog wilde inpikken van Duitsland. Eén kaart concentreert beperkt zich tot het achterland van Drenthe. Een weelderige uitstulping wordt zichtbaar op Duits grondgebied. Ja, ook Drenthe eiste zijn plekje onder de Duitse zon.

Landjepik na de Tweede Wereldoorlog. Het is een besmuikt hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis dat zit weggestopt onder dikke lagen stof. Maar vergis je niet: Nederland had serieuze annexatieplannen. De cocktail van wraak, compensatiedrang en defensieve veiligheidsgevoelens was een favoriete drank van menig bestuurder.

loading

De bevolking zou groeien. Een babyboom hing in de lucht. Het was nog een argument om de grenzen op te rekken. Meer landbouwgrond zou nodig zijn om de bevolkingsaanwas bij te houden en al die miljoenen monden te voeden.

‘Ostkolonisation’ was een term die nog net niet in de mond werd genomen, maar de taal klonk soms onverholen oorlogszuchtig. Eisch Duitschen grond! was de kreet waarmee het Comité voor Gebiedsuitbreiding aan de weg timmerde.

Vijf adviescommissies

De Staatscommissie-Vorrink moest, pal na de oorlog, al die de woeste plannen kanaliseren. Voor elk van de vijf grensprovincies kwam er een aparte adviescommissie. Ook voor Drenthe. Onder voorzitterschap van de commissaris van de Koningin in Drenthe, mr. dr. baron Reint Hendrik de Vos van Steenwijk. De grens tussen Drenthe en Duitsland was ‘onbevredigend’ en moest worden bijgesteld. De Provinciale Streekplan Dienst werkte de kaarten uit en een paar van die kaarten liggen nu uitgestald op de vloer in Nijlande, een dorpje bij Rolde.

Het is een wonder op zich dat die kaarten voor ons liggen. Bernhard Hanskamp was bezig met een hoofdstuk voor de Drentse Landschapsbiografie van de Drentsche Aa , het standaardwerk dat vorig jaar verscheen. ,,Bij toeval stuitte ik op deze tekeningen in de kelder van het provinciehuis’’, vertelt Hanskamp, vele jaren als planoloog werkzaam bij de provincie Drenthe.

loading

Dat die tekeningen daar in de kelder lagen was al curieus. Opzienbarende tekeningen tussen stapels papieren die bestemd waren voor de container. De provinciaal cartograaf Hotze Blomsma zag ze liggen en dacht: ‘Goh, dat spul mag niet weg’ en hij legde het allemaal terug in de kelder. Waar Hanskamp ze weer bij toeval tegenkwam.

Het vormde de aanleiding voor een intrigerend artikel in Waardeel , het Drents historisch tijdschrift dat deze week verscheen. Bernhard Hanskamp schreef het, samen met voormalig rijksplanoloog Hans van Dam. Hanskamp ontfermde zich over de Drentse annexatiedrift, Van Dam nam het nationaal beleid voor zijn rekening.

Het Comité voor Gebiedsuitbreiding roerde zich fel in die eerste jaren na de oorlog. Het leidde bijna tot obsessieve annexatiedrift. De Nederlandse grens zou zelfs moeten reiken tot aan de Wezer, een paar miljoen Duitsers moesten verhuizen dan wel vernederlandsen. Duitse namen zouden plaatsmaken voor Nederlandse. Osnabrück werd Osnabrugge, Emlichheim werd Emmelkamp.

Lebensraum

De radicale plannen walmden van wraakzucht en revanchisme. Het leek waarachtig wel of nu Nederland de Duitse trom van Lebensraum roerde. ,,Maar je ziet tegelijk dat de discussie snel zakelijker wordt’’, constateert Hanskamp. Het woord ‘annexatie’ maakt na een jaar plaats voor ‘grenscorrectie’. De ‘Staatscommissie ter bestudering van het Annexatievraagstuk’ haalde de scherpe kantjes eraf. De premiers Wim Schermerhorn en Willem Drees van het eerste naoorlogse kabinet waren geen landjepikkers.

Drenthe droeg zeven argumenten aan om zijn territorium over de grens uit te breiden, veelal van waterstaatkundige en praktische aard. Geen onlogische argumenten. Er bestonden nu eenmaal veel overeenkomsten tussen de bevolking van Zuidoost-Drenthe en de aangrenzende streek in Duitsland. De rijksgrens liep dwars door een gebied dat sociaal-economisch één geheel vormde.

loading

Coevorden en Schoonebeek zouden baat vinden bij de inlijving van de Bentheimerbocht, waar 30.000 Duitsers woonden. Het nieuwe oliewingebied Schoonebeek-Coevorden-Emlichheim kwam zo binnen de Nederlandse grens. Goed voor de werkgelegenheid. De grens moest worden verlegd om het (Duitse) stroomgebied van diverse riviertjes onder Nederlands beheer te krijgen. Zuidoost-Drenthe had in de jaren ervoor veel wateroverlast gekend.

Nooit gepubliceerd

Van al die plannen kwam uiteindelijk niets terecht. Niet op Nederlandse, niet op Drentse schaal. Het officiële rapport van de Staatscommissie zou zelfs nooit worden gepubliceerd. Het ligt in het Nationaal Archief, inclusief de bijlagen van Drenthe, Groningen, Overijssel, Gelderland en Brabant. Wie wil kan ze inkijken. Het is een weggedrukt hoofdstuk dat door menigeen met een zekere gêne kan worden geconsumeerd.

Opmerkelijk, maar Hanskamp kon over deze pikante discussies niets vinden in de Drentse archieven. Hij grasduinde in het Drents Archief, in het archief van Provinciale Waterstaat, in het archief van Gedeputeerde Staten en in het bestuursarchief van de provincie. ,,Ik heb alles uitgeplozen, maar trof niets aan’’, zegt hij.

Nou, met uitzondering van één zinnetje dat hij ergens tegenkwam. In 1946 het deed een journalist het verzoek om informatie over de Drentse plannen, maar Gedeputeerde Staten weigerden. ‘Laten we dat maar niet doen’.

 

Sicco Mansholt aasde op deel Duitsland

De Groninger Sicco Mansholt was in de periode 1945-1948 een groot voorstander van annexatie van forse delen van Duitsland. De voormalig minister van Landbouw en Voedselvoorziening wilde grote delen van de Eemsmond (thuisbasis van zijn voorouders) weer droogleggen. Het stamgebied van het geslacht Mansholt kwam dan weer bij Groningen. Mansholt wilde ook een deel van het achterland annexeren, de stad Emden incluis.

Het Waddeneiland Borkum hoorde bij Nederland. De 5000 Duitsers die er woonden zouden moeten plaatsmaken voor 20.000 gevangen gezette NSB’ers. Het plan-Mansholt haalde het -met slechts een stem verschil- net niet in de ministerraad van mei 1946. Onder meer Willem Drees en Wim Schermerhorn waren fel tegen. Sicco Mansholt (1908-1995), ook Eurocommissaris van Landbouw, zou na zijn politieke leven neerstrijken in Wapserveen.

Van alle annexatieplannen kwam niets terecht. Alleen de dorpen Tudderen en Elten (ter hoogte van ‘s Heerenberg) kwamen in 1949 in Nederlandse handen. In 1963 gaf Nederland ze weer terug aan Duitsland, dat daarvoor nog wel 280 miljoen D-mark betaalde aan Nederland.

menu