Tekening: Janneke de Jong.

Baby van Janine wordt direct na geboorte weggehaald. 'Uitbuikplaatsing', bepaalt rechter tijdens de zwangerschap

Tekening: Janneke de Jong.

De zwangere Janine raakt haar pasgeboren baby direct na de bevalling kwijt. De zuigeling gaat naar een pleeggezin. De kinderrechter in Noord-Nederland heeft dat tijdens haar zwangerschap al bepaald, omdat het risico zou bestaan dat het kindje fysiek wordt verwaarloosd.

Toen Janine vijf maanden zwanger was heeft de raad van de kinderbescherming de rechtbank gevraagd om haar ouderlijk gezag te beëindigen. Vorige maand heeft de kinderrechter na een zitting in de rechtbank bepaald dat het verzoek wordt toegewezen.

Ook deze baby, het is voor Janine de derde keer, gaat na de geboorte naar een pleeggezin. Janine is niet haar echte naam. Het vonnis in haar zaak bij de kinderrechter is geanonimiseerd om haar privacy te beschermen.

Zelden opgelegd bij moeder pasgeboren baby

Hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning van de Universiteit Leiden noemt het een bijzonder vonnis. ,,Het beëindigen van het ouderlijk gezag is een heel verstrekkende maatregel. Eigenlijk zeg je ermee dat er geen enkele kans is dat dit kind kan opgroeien bij deze ouders. Het wordt zelden opgelegd tijdens de zwangerschap of bij een moeder van wie de baby net geboren is. Ik denk hooguit een paar keer per jaar. In principe wordt het niet gedaan bij een pasgeborene en helemaal niet bij een ongeborene.”

In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens staat volgens hoogleraar Bruning dat je niet zomaar ouders en kinderen uit elkaar mag halen. ,,Het Europese hof vindt dat je daar heel terughoudend in moet zijn. Iedereen heeft recht op een gezinsleven. Voor het scheiden van ouders en pasgeborenen gelden extra strenge regels.”

‘Lijkt legitieme keuze, maar gaat heel ver’

Bruning zegt dat het gaat om de zwaarste maatregel die kan worden opgelegd. ,,Zeker als het gaat om een pasgeboren baby, moet de beslissing om het kind van de moeder te scheiden aan hele hoge eisen voldoen. Daarom heeft de kinderrechter alle afwegingen heel uitgebreid gemotiveerd en uitgelegd. De beslissing van de rechter heeft onder meer te maken met het feit dat al twee kinderen uit huis zijn geplaatst en de moeder en haar partner volgens deskundigen moeilijk leerbaar blijken en zich niet houden aan afspraken met de hulpverlening. In dit geval lijkt de beslissing van de rechter een legitieme keuze, maar het gaat vanuit de rechten van de ouders heel ver.”

Huiselijk geweld

Het eerste kindje van Janine overlijdt onder trieste omstandigheden nog voor het een jaar oud is. Bij haar tweede zwangerschap doet het ziekenhuis een melding bij Veilig Thuis, omdat sprake zou zijn van huiselijk geweld. De kinderbescherming concludeert na onderzoek: ,,Er zijn ernstige zorgen of de ouders in staat zijn om een kindje de nodige basale zorg en veiligheid te bieden die een baby nodig heeft. De ouders blijken beperkt in hun mogelijkheden tot verzorging en opvoeding, vanwege hun psychosociale problemen en het gebrek aan een steunend netwerk.”

Vier hulpverlenende instanties bij gezin betrokken

Op verzoek van de kinderbescherming wordt het nog ongeboren kind onder toezicht gesteld van jeugdzorg. Vrijwel direct na de geboorte wordt de baby bij een pleeggezin geplaatst. De ouders willen hun kindje terug of dat het naar oma gaat. Daarvoor moet een ouderschapsbeoordeling worden gedaan. Janine en haar partner moeten voor gezinstherapie worden opgenomen in een kliniek. Maar door problemen binnen de relatie loopt dat stuk. Ondertussen zijn vier hulpverlenende instanties bij het gezin betrokken.

Haar derde kindje is ook kort na haar geboorte, na vier dagen in het ziekenhuis, naar een pleeggezin gegaan. De ouders zijn gemotiveerd om met hulpverlening en therapie hun kind weer thuis te krijgen. Maar het lukt niet. De ouders zijn volgens de kinderrechter wel van goede wil, maar een terugplaatsing is niet in het belang van het kind dat zich goed ontwikkelt en gehecht is aan het pleeggezin.

Voor de vierde keer zwanger

Bij haar vierde zwangerschap vraagt de kinderbescherming aan de rechter om haar nog voor de geboorte uit haar ouderlijk gezag te zetten: ,,De baby heeft behoefte aan een veilig en stabiel opvoedingsklimaat en gebleken is dat de moeder vanwege haar persoonlijke aanhoudende problematiek dit niet kan bieden.”

De zwangere vrouw is het niet eens met de kinderbescherming. Janine vindt dat haar de kans moet worden geboden om zelf voor haar baby te zorgen, omdat veel van haar problemen inmiddels zijn opgelost. Ze heeft therapie gehad. De moeder wil met haar baby opgenomen worden in een moeder-kind huis. Volgens haar is door de kinderbescherming niet genoeg gekeken naar dit alternatief.

‘Bescherming baby weegt zwaarder dan rechten van de moeder’

Haar advocaat wijst erop, zo staat in het vonnis, dat de maatregel in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Maar de kinderrechter stelt dat nergens uit blijkt dat Janine een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. De rechter oordeelt dat het belang van de nog ongeboren baby om te worden beschermd tegen de risico’s van fysieke verwaarlozing zwaarder weegt dan het recht van de moeder om zelf voor haar kindje te mogen zorgen.

Uitbuikplaatsingen

Het gebeurt vaker dat ongeboren baby’s onder toezicht worden gesteld en na de geboorte uit huis worden geplaatst. Dit worden ook wel uitbuikplaatsingen genoemd. In 2015 gebeurde dit 231 keer. Recente cijfers lijken er niet te zijn. Uithuisplaatsing is een tijdelijke maatregel. Bij beëindiging van ouderlijk gezag ligt dat anders. Die is in principe definitief. Janine en haar advocaat zijn in hoger beroep gegaan tegen het vonnis.

menu