Dirk Haanstra, met op de achtergrond 'zijn' eik.

De 'boom van Dirk Haanstra' in natuurreservaat Diependal als rode loper voor de zeearend (hoopt Haanstra vurig)

Dirk Haanstra, met op de achtergrond 'zijn' eik. Foto: Marcel Jurian de Jong

Het leven is goed in de grote plas van het Diependal aan de rand van het Hijkerveld. Vogels zwemmen, waden, eten en rusten. Paradijselijk, totdat de ‘Dirk Haanstra zeearendboom’ zijn naam eer aan doet.

Zover is het nog niet gekomen, weet naamgever Dirk Haanstra, supervrijwilliger van Het Drentse Landschap. De kloeke afgeknotte eik is net een week geleden ‘gepoot’ en heeft de enorme roofvogels nog niet mogen ontvangen. En Haanstra kan het weten, want de bijna 75-jarige Smildeger komt dagelijks in de parel op Drentse bodem.

Verslaafd aan Diependal

Haanstra is er al 40 jaar opzichter. Hij beheert, bekijkt en telt vogels, verzorgt excursies en regelt de waterhuishouding. ,,Ik ben hier elke dag wel te vinden, zeven dagen in de week. Volgens mijn vrouw ben ik verslaafd aan Diependal, maar dan niet op een vervelende manier.’’ En: ,,Zolang ik mobiel ben, blijf ik dit doen. Al moet ik met een rolstoel komen.’’

Zonder de mens in het algemeen en de industrie in het bijzonder zou Diependal een heideveld zijn geweest waar Drenthe er veel van heeft. Nu is het een ‘omgekeerde archipel’, een aaneenschakeling van waterpartijen met akkers aan de ene kant en het Hijkerveld aan de andere kant. Uitgegroeid tot een paradijs voor trek- en broedvogels, zoals de befaamde roodhalsfuut, steltlopers in alle soorten en maten, kraanvogels, lepelaars, de kleine karekiet, grauwe klauwier, eenden en ganzen van diverse pluimage en zo nu en dan een vis- of zeearend. ,,Je ziet hier van alles.’’

‘Gooi maar op de heide’

Diependal bestaat uit de voormalige vloeivelden van de aardappelzetmeelfabriek in Oranje. Rechthoekige bassins waar tot 1980 afvalwater naartoe werd gepompt. De naastgelegen grote plas is er een prille voorloper van. ,,De fabriek is in 1908 gestart. En toen moesten ze ook ergens met hun afvalwater heen. Gooi maar op de heide, want een heideveld had toen geen enkele waarde. Een heel andere tijd, natuurlijk.’’

Met water dat afwisselend hoog en laag stond en zo nu en dan ook droog viel, werd Diependal een lustoord voor flora en vooral fauna, vooral vogels. ,,Als zo’n bezinkbak droog staat, krijg je slikvorming op de bodem. Daar komen allerlei steltlopers op af, die hun voedsel vinden in de rijke modderige ondergrond.’’

In 1980 werd de fabriek gesloten. Geen water, geen vogels. Wat nu? ,,Zonder water kun je hier net zo goed aardappels poten’’, zegt Haanstra droogjes. Het Drentse Landschap zag dat ook en kocht de terreinen. Van meet af aan vervulde Haanstra de rol van opzichter. ,,Ik kwam hier al als klein jochie en ben altijd gebleven’’, zegt de oud-medewerker van de Radiosterrenwacht in Westerbork.

Ondergrondse persleiding

Het Drentse Landschap maakt dankbaar gebruik van de infrastructuur van de oude aardappelzetmeelfabriek. Via een stelsel van sloten, pompen en een ondergrondse persleiding gaat het water nu rechtstreeks van het Oranjekanaal naar het natuurgebied. Haanstra is de man die de waterstand beheert. ,,Een fantastische kerel’’, weet Joop Hellinga, rayonbeheerder van het Drentse Landschap. ,,Het Diependal is zijn lust en zijn leven. Op en top vogelaar en weet ook alles van de waterstanden.’’

Samen kwamen ze op het idee een grote eik te kappen, te ontdoen van overbodige takken en die te plaatsen nabij de kijkwand aan de rand van de grote plas. Hellinga: ,,Ik zag op een gegeven moment een visarend, die een vis ving en er meteen met zijn prooi vandoor ging. Toen dacht ik: hoe mooi zou het zijn als we een plek creëren waar vis- en zeearenden onder het toeziend oog van vogelaars en andere bezoekers hun vangst kunnen verorberen?’’

Het reservaat is verboden terrein voor mensen. Tijdens zijn excursies neemt Haanstra bezoekers bij uitzondering mee het gebied in. Om vogelaars uit binnen- en buitenland toch de kans te bieden dieren te spotten, is bij de grote plas een kijkwand geplaatst. Bij de vloeivelden is een kijkhut gebouwd met een panoramisch uitzicht. Die is te bereiken via een 162 meter lange tunnel. In de lange gang is momenteel een mondkapje verplicht.

Eerbetoon aan Dirk

De pompen haperden de afgelopen periode en het water zakte. Van de nood werd een deugd gemaakt. Met groot materieel werd op een drooggevallen deel van de plas een gat van drie meter diep gegraven waar de ontmantelde eik in werd gezet. ,,Als eerbetoon aan Dirk noemen we de eik ‘de Dirk Haanstra zeearendboom’.’’

Met enige regelmaat zijn de grote roofvogels, die een spanwijdte van bijna 2,5 meter kunnen bereiken, te vinden in het vogelreservaat. ,,Hij slaat twee, drie keer met zijn vleugels en de arend is van het Zuidlaardermeer naar Diependal gevlogen’’, waarmee Hellinga maar wil aangeven, dat afstanden weinig betekenen voor de dieren.

Zoals de naam al doet vermoeden heeft de visarend vis op het menu staan. De zeearend houdt ook van gans. Beide prooidieren zijn volop te vinden in de grote plas. Haanstra: ,,Hij vliegt eerst rustig over. De watervogels slaan alarm en maken zich uit de voeten. Maar er is er altijd wel één die iets mankeert en niet weg kan komen. Ja, die is dan aan de beurt.’’

In gedachten zien de mannen het al helemaal voor zich: de grote zeearend peuzelt zijn prooi rustig op in de ‘Dirk Haanstra boom’. Nog mooier: een broedpaar in het gebied. ,,Ik hoop echt dat ik dat nog mag meemaken’’, glundert Haanstra.

menu