Dagblad van het Noorden vertelt de komende weken verhalen vanaf het boerenerf in Groningen en Drenthe. Vandaag vanuit Smilde, over de boer en de markt.

Jarenlang stond voor op het erf van boer Dikboom een oude, witte SRV-wagen met herkenbare blauwe streep. De toen luxe opvolger van het houten stalletje langs de weg. Hier had de aardappelboer zijn eigen (extra) markt. Wie boodschappen wilde doen aan de Eekhoutswijk in Smilde mocht zelf instappen, zelf pakken en zelf betalen.

En met name dat laatste ging steeds vaker mis, merkte de familie. Het was zelfs steeds vaker zo dat het hele kistje met geld aan het einde van een dag was verdwenen. Boer Dikboom zette op een gegeven moment ’s avonds een grote pallet tegen de deur om maar te voorkomen dat onverlaten, die het slot al open wisten te krijgen, in het duister in de wagen konden klimmen.

Veel meer dan enkel producten van eigen land

Wie vandaag de dag (inmiddels jaren later) bij Dikboom het erf op rijdt, ziet meteen de witte partytent. Ooit de feesttent van het koperen huwelijk van Marinus (48), vierde generatie boer op deze plek, en Ineke (45), dochter van een varkensboer uit Drijber.

In deze steeds vroeger donker wordende dagen met steeds meer regen en sowieso corona fungeert de tent als wachtkamer voor klanten die komen voor de grote boerenschuur erachter: Smilande. De boerderijwinkel van de familie Dikboom, waar veel meer wordt verkocht dan enkel de producten van het eigen land.

(En waar ze zich strikt aan alle maatregelen houden. Afstand houden, handen desinfecteren, mondkapje voor en een maximum aantal klanten in de winkel.)

Marinus en Ineke zijn, na het overnemen van het boerenbedrijf van 50 hectare van vader Dikboom in 2005, steeds meer een andere koers gaan varen. De suikerbieten en het koren zijn gebleven, de aardappelen zijn verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor bos- en lente-ui en vooral voor prei. Steeds meer prei. Zestien hectare inmiddels. Tegenover vijftien hectare suikerbieten. De opbrengst daarvan gaat naar Hoogkerk, de fabriek van Cosun Beet Company, voorheen de Suikerunie.

Een vrachtwagen die wat brengt, neemt ook weer wat mee

De prei gaat naar de groothandel, naar een aantal snijbedrijven voor horeca en industrie, naar andere boerderijwinkels in de polder waar Marinus en Ineke zelf onder meer wortels, appels, kool en andere producten vandaan halen en naar een paar groenteboeren in de buurt waar ze ook mee uitwisselen.

Marinus: ,,Hij koopt prei van ons en wij kopen bijvoorbeeld fruit van hem. Een andere groenteboer gebruikt onze prei voor in de snert, wij kopen snert van hem voor onze eigen verkoop. Zo doen wij zaken. Ook met de groothandel, trouwens. Ik probeer altijd zo te handelen dat een vrachtwagen die wat bij ons komt halen ook wat meeneemt. Dat is duurzamer, want zo rijden er geen lege wagens over de weg.’’

En de prei ligt vanzelfsprekend ook in de eigen schappen.

Smilande, waar ze hulp krijgen van een kleine groep medewerkers en hun dochter, is het voorbeeld van een kleine consumentenmarkt pal naast de boerderij, die steeds meer klanten trekt. ,,En, wat mooi is, andere boeren en ondernemers komen ook naar ons toe om hun producten aan te bieden’’, vertelt Marinus.

Ineke: ,,De slager in Smilde doet sinds een tijdje in plaats van uitjes onze prei door de gehaktballen. Hij verkoopt ze en wij verkopen ze. En ze doen het heel goed. Een uniek product, alleen lokaal verkrijgbaar. Dat is echt heel leuk ondernemen.’’

‘Eerlijk boeren is heel moeilijk, door de macht van de grootste’

Sinds twee jaar zijn ze zelfs eigenaar van Teffcentre, een bedrijf waarvan ze de teff-graanproducten (geschikt voor mensen met glutenintolerantie) reeds verkochten en dat hen spontaan ter overname werd aangeboden.

Op de middag dat Ineke en Marinus vertellen over hun steeds breder groeiende onderneming staan vele honderden boeren (ook uit Groningen en Drenthe) die zijn aangesloten bij Farmers Defence Force (FDF) te demonstreren in Den Haag. En ze melden zich op de stoep bij het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, de koepel van supermarkten, in Leidschendam.

FDF onthult daar een nieuw eigen keurmerk ‘FarmerFriendly’ en wil dat de supermarkten 3 procent van hun omzet voortaan delen met de boeren. ,,Er wordt veel verdiend aan voedsel, het is tijd voor een eerlijker verdeling’’, zeggen ze. De Drentse vicevoorzitter van FDF, Jos Ubels uit Anderen, maakt voor wat betreft ‘FarmerFriendly’ een vergelijking met het keurmerk Max Havelaar. ,,Ik kan niet verkroppen dat we dat wel hebben voor boeren in het buitenland maar niet voor Nederlandse boeren.’’

Marinus kent het probleem. ,,Eerlijk boeren is heel moeilijk, door de macht van de grootste. Supermarkten verplichten de boeren om voor een laag bedrag hun producten te verkopen. En anders kopen ze wel in het buitenland. Op die manier is het twintig, dertig jaar geleden al fout gegaan.’’

En dan zijn er nog de keurmerken. Want zeker zijn er wel keurmerken in Nederland. Of ze voor alle boeren vriendelijk (FarmerFriendly) zijn, is soms de vraag.

De prei van Marinus en Ineke, bijvoorbeeld, voldeed zowat als eerste prei in Nederland aan het keurmerk ‘ On The Way To Planetproof’, eerder deze week nog aangehaald in de jaarlijkse monitor Duurzaam Voedsel van de universiteit van Wageningen. Het keurmerk is recent geïntroduceerd bij veel nieuwe producten zoals zuivel, aardappelen, groenten en fruit en eieren, schrijft de monitor. ‘Gevolg van toevoeging van deze nieuwe producten is een zes keer zo hoge omzet in 2019 als in 2018.’

‘Je moet voorop lopen’

,,Als je je product ergens goed wilt neerzetten moet je wel voorop lopen’’, zegt Marinus. ,,Maar als al honderd telers je voor zijn met een nieuw certificaat, dan lukt dat al niet meer. Je moet vooruitstrevend zijn. Als je er voordeel uit wilt halen, moet je er vroeg bij zijn. En soms staan de regels voor het ene certificaat haaks op de regels voor het andere certificaat. Dat is wel zo.’’

Van opgeven en doemdenken hebben ze in Smilande nog nooit gehoord. Integendeel. ,,Ik moet hem meestal een beetje afremmen’’, zegt Ineke, glimlachend met een hoofdknik naar haar man. ,,Hij wil overal wel instappen en alles wel proberen.’’

Dat de boer steeds meer zijn producten zelf (of via een collega) aan de consument verkoopt heeft toekomst, zien Marinus en Ineke. ,,We krijgen steeds meer producten en we zijn verser dan de grote supermarkt’’, zegt Marinus. Ze verkopen online en bezorgen aan huis.

Hun bedrijf is toekomstbestendig.

Marinus: ,,Onze zoon heeft het prei rooien al onder de knie. En kan het andere landwerk ook wat makkelijker doen.’’ Ineke: ,,En onze dochter kan inmiddels met onze medewerkers de winkel runnen. En ze is heel enthousiast over gezond voedsel en het verder ontwikkelen van die tak. Ze zijn beiden heel flink en zouden het later prima samen kunnen overnemen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe