Ralf Meinema uit Klazienaveen is twee jaar geleden om het leven gebracht. De zaak is nog steeds niet opgelost. Ouders, vrienden en politie spreken over de gruwelijke kofferbakmoord. „Het is niet te verkroppen dat betrokkenen zich stil houden.”

112, politie Noord-Nederland, wat is de plaats van uw noodgeval?

„Ja, ik mis mijn zoon Ralf Meinema en ik zie vanmorgen dat ze zijn auto uit het Stieltjeskanaal gehaald hebben en volgens mij is dat mijn zoon zijn auto.”

„Nou, oké”, klinkt de stem vanuit de meldkamer van de politie in Drachten. „Ik spreek nu met meneer Meinema?”

„Meinema, ik ben zijn vader.” In de stem van Wietse Meinema klinkt onzekerheid en angst door. De opname van het telefoongesprek tussen de vrouw van de meldkamer Noord-Nederland en de vader van Ralf gaat door merg en been.

Het is in de ochtend van 31 maart 2017. In het Stieltjeskanaal tussen Coevorden en Zandpol ziet een vrachtwagenchauffeur rond half zes in de ochtend een auto half in het water steken. De man twijfelt geen moment en belt 112.

Hulpdiensten arriveren vrij snel op de plek. Ze zien de zwarte Mercedes S300 SE in het water. De auto is blijven hangen met de trekhaak op de wal. De ruitenwissers zwiepen nog heen en weer. Agenten zien niemand in de auto. Ook in het water drijft niemand. Als een agent de kofferbak opent, slaat hem de schrik om het hart. In de diepe achterbak ligt een lijk: het zwaar verminkte lichaam van de 31-jarige Ralf Meinema uit Klazienaveen.

De kofferbakmoord

Het is twee jaar later en de zaak, die in de volksmond De Kofferbakmoord is gaan heten, is nog niet opgelost. Ouders, familie en vrienden van Ralf Meinema vragen zich vooral af: waarom? Waarom moest Ralf – goedzak Ralfie die met niemand ruzie had – dood? Elke dag houdt het hen bezig. Moeten ze toch even aan Ralf denken.

Zoals Mark, een van zijn beste vrienden. Die af en toe met een paar flesjes bier aan de waterkant van het Stieltjeskanaal tussen Coevorden en Zandpol gaat zitten. Tegenover de plek waar Ralf is gevonden. „Het gaat nu wel, maar er zijn momenten dat ik heel veel denk aan Ralf. Vooral zondags, als ik alleen ben. Wat is er met hem gebeurd en waarom?” Vier andere vrienden, die ook bij deze afspraak zitten, knikken. „Je kunt er zo boos om worden hè. Wie doet zo’n klein eerdappeltie nou wat aan”, vult Gerard aan.

De ouders Ingrid en Wietse Meinema kunnen het nog steeds niet bevatten. Dat hun zoon er niet meer is. Ze staan met de zaak op en gaan er mee naar bed. „Je mist hem. En je wilt hem graag thuis hebben. Maar dat gebeurt niet. Dat is heel hard hoor”, vertelt Ingrid. Ze durft de telefoon niet aan de kant te leggen. Bang dat ze het verlossende telefoontje van de politie mist dat de dader is gepakt. „En dan denk je: het is tien uur. Het wordt ’m vandaag niet meer. Weer een dag. En een dag voelt als een week”, zegt ze zachtjes.

„Het gaat niet zo goed met ons. Ingrid is ziek en heeft medicijnen”, zegt Wietse. Maar ze willen graag meewerken aan het verhaal over de moord op hun zoon. Als de zaak maar wordt opgelost en daders voor de rechter staan. Wat er is gebeurd met hun Ralfie in de nacht van 30 op 31 maart 2017? „En vooral waarom? Waarom moest Ralf het leven laten? Waarom?”

Ralf Meinema is een echte plattelandsjongen die opgroeit tussen de landbouwvoertuigen. „Hij kwam amper boven het stuur van de tractor uit”, vertelt Ingrid. Even fleurt ze op bij de gedachten van haar zoon, die ze in 31 jaar zag opgroeien tot de man die hij was.

Ralf was een vrolijke lieve vent, zeggen betrokkenen. De goedheid zelve. Die veel optrok met zijn vrienden. Ze hadden zelfs hun eigen club: Stram & Lam. Ralf was een betrokken lid. Hield van piratenmuziek. Plaatjes draaien was zijn lust en zijn leven in die tijd, vertellen zijn ouders en vrienden. Elk weekend ging Meinema op stap. Bier drinken met zijn vrienden. Hoewel hij wel afscheid wilde nemen van dat leven, vertelt zijn beste kameraad Barry. Hij wilde meer rust en regelmaat.

Hoe kan het toch dat zo’n jongen zo wordt toegetakeld en omgebracht?

Ralf ziet er relaxed uit op de laatste camerabeelden

Niets wijst er 30 maart 2017 op dat Ralf Meinema in grote problemen zit. Hij is vrolijk. Rustig. Op de laatste camerabeelden die er van hem zijn, ziet hij er relaxed uit. Hij loopt met een telefoon aan het oor en een mandje met boodschappen door de Op=Op Voordelshop in het winkelcentrum van Klazienaveen. Daarna bezoekt hij Mans, de vader van zijn beste vriend Barry. Ralf ziet Mans als een vaderfiguur. „Als hij rust wilde, kwam hij naar mijn woning, zette hij z’n telefoon uit en dan zei hij: ‘Mans, zullen we samen televisie kijken want ik wil even rust hebben’.”

Meinema is die dag zo’n 20 minuten bij Mans. Als hij op de bank zit, wordt hij gebeld, herinnert Mans zich. „Hij sprak wat af voor ’s avonds. Het was maar een kort gesprek en ik vroeg hem: ‘Wie was dat?’ Ralf noemde naam van Hans O., de man die bijna elf maanden later gearresteerd wordt voor betrokkenheid bij de moord op Meinema. „Ik heb Ralf gevraagd wat hij op die afspraak moest doen. ’Iets met wiet’, zei hij. En toen heb ik gezegd: ‘Daar ga je toch niet in mee? Blijf van die rommel af. Daar kan zoveel ellende van komen’. Toen heeft hij gezegd: ‘Ik ga niet heen’.” Ralf ging wel.

Het Openbaar Ministerie bevestigt dat het er alle schijn van heeft dat Ralf Meinema de uren voor zijn dood een afspraak had over wiet. Dat is vreemd, want wie we ook spreken: iedereen zegt: „Ralf Meinema is tegen drugs.” Zijn ouders en zijn vrienden. Mogelijk is hij bij iets betrokken geraakt tegen zijn zin, denken politie en het Openbaar Ministerie.

Vlak nadat hij Mans heeft verteld over de wietafspraak stapt hij op. Het is de laatste keer dat ze elkaar zien. Mans breekt als hij het zegt. „ Ik vind dat zo slim hè. Ik kan er niet over...”

Ook Wietse Meinema zegt dat Hans O. en zijn zoon contact hebben gehad op Ralfs laatste avond. „Hij is de laatste persoon die contact heeft gehad met Ralf.”

Na het bliksembezoekje aan ‘zijn tweede vader’ hopt Meinema nog even bij Barry langs. Zoals hij vaker deed. Even snel bijkletsen. Wat stoeien met het zoontje van zijn beste vriend die op het punt staat zijn kind naar bed te brengen. „Hij was goed te pas. Hij vertelde nog wel dat de verzekering centjes van z’n rekening had gehaald. Dat kwam hem niet goed uit.” Maar verder merkte ook Barry niets aan Ralf.

Dan gebeurt er iets opmerkelijks. Getuigen zien Meinema en zijn auto op de Noordersloot bij Erica, vlakbij een zwemplas in een bos. De opvallende Mercedes wordt herkend. Het is verboden terrein. Voor het pad naar het meer staat een gietijzeren hek. Wat doet Meinema hier, enkele uren voor zijn dood? Meinema staat naast zijn auto te praten met iemand op een motor of scooter.

Moeder Ingrid, die hij na die afspraak bij Noordersloot bezoekt, merkt niets aan Ralf. Hij komt een bord eten halen, zoals hij zo vaak doet. Aardappels, bloemkool en karbonade. „Dat vond hij altijd wel lekker. Hij zei: ‘Joh, ik neem het mee. Ik wil nog even op het bankie. Ik ben moe en moet morgenvroeg naar Warffum om aardappels weg te brengen’. En zo verlaat hij zijn ouderlijk huis. Heel gewoon. Niets aan hem te merken”, zegt Ingrid. „Hij stond naast me. En ik heb helemaal niks opgemerkt. En dat blijf ik mezelf verwijten. Want ik heb wat gemist? Ik heb wat gemist, dat kan niet anders.”

De zaak Zandpol

Politie en Justitie zitten in de maag met de zaak-Zandpol, zoals zij het onderzoek naar de kofferbakmoord noemen. Nog steeds lopen de daders vrij rond, terwijl het technisch gezien niet een heel ingewikkelde zaak leek. Een auto half in het water, met het lijk in de kofferbak op de walkant, boordevol sporen. En er zijn telefoonsporen, meldt tactisch coördinator van de politie Jan van de Belt. „We hebben ook een telefoon die we in zijn woning hebben aangetroffen onderzocht. Uit dat onderzoek blijkt dat hij waarschijnlijk via het internet contact heeft gehad en bepaalde zoektermen heeft ingevuld.”

loading  

Dat moet rond elf uur in de avond zijn geweest. Want zijn tweede telefoon straalt om 23.04 uur een telefoonmast bij Klazienaveen, vlakbij zijn huisje aan de Langestraat, aan. Een telefoonmast in de Emmer wijk Rietlanden pakt 19 minuten later het mobieltje van Ralf Meinema op. Wat moet Ralf – of in elk geval zijn telefoontje – daar om 23.23 uur? Dat is een plek waar hij eigenlijk nooit kwam. En dat zo’n zes uur voordat een vrachtwagenchauffeur zijn auto in het Stieltjeskanaal ziet liggen. „Hij is kennelijk uit bed gegaan en uit zijn woning vertrokken”, zegt Van de Belt. „Ralf was een hardwerkende jongen die ’s ochtends vroeg z’n bed weer uit moest. Het was niet gebruikelijk voor deze jongen om ’s avonds laat op pad te gaan.”

De politie verdenkt Hans O. van betrokkenheid bij de moord op Ralf Meinema, maar liet hem ruim drie maanden na zijn arrestatie gaan wegens onvoldoende bewijs. De 24-jarige neef van Hans O., die naast hem op het kampje woont, is ook opgepakt en werd al eerder vrijgelaten. Hij is volgens de politie geen verdachte meer. Hans O. nog wel. Hij is de laatste met wie Ralf Meinema de avond voor zijn dood nog contact had, voor zover de politie weet. Op de bank bij Mans.

Barry belt op de ochtend dat de auto van Ralf in het Stieltjeskanaal wordt gevonden met Hans O. „Ik heb via zijn zwager, kroegeigenaar Herman uit Weiteveen, zijn nummer gekregen. Ik wist van mijn pa dat hij een afspraak had met O. Toen wist ik nog niet dat Ralf dood was. Ik wilde alleen weten: waar is Ralf?” O. belooft Barry naar het Shell tankstation in Klazienaveen te komen om een en ander uit te leggen. „Maar hij is daar nooit geweest”, zegt Barry.

Dit telefoontje en de afspraak met O. achtervolgen Barry nog steeds, zegt zijn vader. „In het dorp gaan de wildste geruchten over mijn zoon. Hij zou er meer van afweten.” Barry resoluut: „Ab-so-luut niet. Mensen lullen maar wat. Op het leven mijn twee kinderen zweer ik dat ik er niks van weet.” Die geruchten doen hem pijn, vertelt hij. Het gaat over zijn beste vriend. ,,Ik heb er zo veel verdriet van. Ik heb O. alleen maar gebeld om te controleren waar mijn kameraad is. Dat zou iedereen toch doen?” Zijn verhaal klinkt geloofwaardig.

Aan de grond

Hans O. en Ralf Meinema blijken elkaar oppervlakkig te kennen. De zwager van O. wil niet te veel kwijt over de kwestie. Hij noemt het verschrikkelijk dat Ralf dood is en dat er elk weekend in zijn café nog over hem wordt gesproken. Hans O. komt niet meer in zijn café. Zijn zwager zegt dat het gezin van O. aan de grond zit. De verdachtmakingen rond hem zijn niet mals, vertelt de kroegeigenaar die geen contact meer met zijn zwager heeft. „Dat is zijn keuze. Hij denkt dat ik negatieve dingen over hem heb gezegd. Dat is niet zo.”

„Kijk, als hij met de dood van Ralf van doen heeft, dan is geen straf te hoog”, vertelt de uitbater van The Old Pub. „Maar als blijkt dat hij er niks mee te maken heeft, dan hebben politie en justitie een man en zijn gezin kapotgemaakt.” Hij beaamt dat Hans O. een dure motor – een Harley Davidson van enkele tienduizenden euro’s – heeft, die op naam staat van de kroegeigenaar. „Hij heeft heel goed gespaard. Dat de motor op mijn naam staat, is vanwege de verzekering.”

Justitie laat Hans O., 89 dagen na zijn arrestatie in zijn woning op het woonwagenkamp in de wijk Rietlanden, weer vrij. Noodgedwongen, vertelt officier van justitie Pieter van Rest. Want het wettig en overtuigend bewijs was te dun. „Als we met deze zaak met de feiten zoals die nu op tafel liggen naar de rechtbank gaan, zou er vrijspraak volgen. Hij blijft verdachte, maar tegen hem hebben we geen sluitend bewijs”, zegt Van Rest. „Er zit altijd een gat tussen ernstige bezwaren en wettig en overtuigend bewijs. En dat gat hebben we nog niet kunnen dichten.”

'Iedereen houdt in deze zaak zijn mond'

Wat maakt deze zaak nu zo moeilijk? Er zijn sporen op het lichaam van Ralf Meinema en in de kofferbak gevonden, er is DNA aangetroffen en de mobiele privételefoon van Ralf lag in het dashboardkastje van zijn Mercedes. Van Rest: „Het Nederlands Forensisch Instituut is nog met de DNA-sporen bezig. Over de herkomst van de sporen kan ik niets zeggen want het onderzoek is nog gaande. Het moeilijke in de zaak is dat iedereen zijn mond houdt. Meerdere mensen weten wat er is gebeurd, maar vertellen het niet. Wij kennen het gerucht ook dat Ralf een afspraak had die verband hield met hennep. Maar hard maken kunnen we dat niet.” Het OM gist nog naar het motief voor de moord.

Politie en Justitie werken nog steeds aan de zaak Zandpol. De kofferbakmoord is absoluut geen coldcase. Tactisch coördinator Jan van de Belt: „Wij krijgen nog altijd meldingen binnen, mede door de aandacht van de media voor deze zaak. We gaan heel serieus op meldingen in. We horen getuigen en zetten hun verhaal af tegen het beeld en de onderzoeksgegevens die we al hebben. Vaak geeft dat aanleiding dieper op bepaalde dingen in te gaan. We hebben zo’n 160 getuigen gehoord in deze zaak. Dat zijn er heel veel.”

loading  

Waar in eerste instantie werd gedacht: deze zaak is een appeltje-eitje, staan de zaken er nu heel anders voor. „Dat dacht ik echt: appeltje-eitje”, vertelt officier van justitie Van Rest. Volgens hem waren er tal van sporen en gebeurde het in een context waarvan je denkt: ja, hier zijn aanknopingspunten om deze zaak op te lossen. „Het is een louche milieu waarin dit is gebeurd. Met ernstig geweld waarbij is geprobeerd het lichaam te verdonkeremanen. Daar moeten mensen van weten, dat geloven wij ook. Wat bitter tegenvalt is dat ze het tot op heden niets verteld hebben.”

Want verdachte Hans O. zwijgt. Het enige dat hij wil toegeven is dat hij contact heeft gehad met Meinema. Maar waarover en waarom? Niks. Het verbaast Wietse en Ingrid niet. Maar het vreet wel aan ze. „Deze jongens komen van het woonwagenkamp. Ze komen in de wieg en dan krijgen ze eerst het zwijgrecht mee en daarna de fles. Zo moet je dat zien.” Zij zijn er van overtuigd dat Hans O. meer weet. Wietse noemt hem een loopjongen voor een grote criminele organisatie. Welke? Dat weet hij niet.

Ralf Meinema is met grof geweld om het leven gebracht. Hoe dat precies is gebeurd wil recherchecoördinator Van de Belt in het belang van het onderzoek niet zeggen. Maar dat hij gruwelijk onder handen is genomen, is wel duidelijk. Ingrid en Wietse Meinema moeten naar het ziekenhuis in Emmen om hun zoon te identificeren. „In eerste instantie zeiden wij: dat is onze zoon niet. Dan heb je een beeld van hoe hij er bij lag”, zegt Wietse terwijl zijn onderlip trilt van woede. „Dat er mensen zijn die dat kunnen doen hè. Dat zijn gewetenloze mensen. Die hebben geen gevoelens. Dan ben je gewoon een object. Beesten zijn het.” Ingrid vult aan: „Het zijn kakkerlakken.”

De ouders zijn erop gebrand dat de zaak opgelost wordt. Maar het gaat ze niet snel genoeg, vertelden ze enkele maanden geleden al. Uit eigen zak leggen ze nog eens 50.000 euro bovenop de beloning van 15.000 euro voor de gouden tip van het Openbaar Ministerie. Er ligt nog steeds 65.000 euro te wachten op de persoon die weet wat er met Ralf is gebeurd.

Het is niet te verkroppen dat betrokkenen zich stil houden, vinden de ouders. Maar er komt een moment dat iemand gaat praten, is de overtuiging van Wietse. „Er moeten meerdere mensen zijn die van de moord weten. Er moet zich iemand verspreken. Als er meer personen in het spel zijn komt het een keer, vandaag of morgen, ter sprake. Dan wordt er wat losgelaten. Daar wachten Ingrid en ik op. De recherche ook.”

Nieuwe technieken

In de auto is DNA van Meinema gevonden, maar ook van iemand anders. Dat DNA komt niet voor in de databanken. Nog niet. En Jan van de Belt en Pieter van Rest wijzen er beiden op dat de (technische) opsporingsmogelijkheden met DNA zich in sneltreinvaart ontwikkelen. Met enige regelmaat komen sporen van daders van moordzaken een aantal jaren later alsnog in de DNA-databank terecht. En op die manier is er alsnog een match te maken bij onopgeloste zaken.

Er is ook graan en andere vegetatie op het lichaam van Meinema aangetroffen. Dat kan iets zeggen over de plaats waar hij om het leven is gebracht. Aan de andere kant: hij werkte als loonwerker bij verschillende agrarische bedrijven en daar kunnen deze sporen ook op Ralf lichaam zijn geraakt.

De mobiele telefoon van Meinema, die onder water in het dashboardkastje van zijn auto lag, is volledig nagebouwd. Om het geheugen van de telefoon weer tot leven te brengen. Dat is na weken werken niet gelukt. Maar ook hier zegt Van de Belt: „De tijd staat niet stil. Technische ontwikkelingen gaan altijd door. Het zou maar zo kunnen dat na een maand of jaar iemand zegt: ‘Ik ken een nieuwe techniek, die wil ik toch eens toepassen om het telefoongeheugen te herstellen’.”

„Alle vrienden, kennissen willen de zaak graag opgelost hebben. Iedereen”, vertelt Barry, Ralfs beste kameraad. Hij wijst naar zijn keel. Naar zijn borstkas. „Het brandt hier. Elke keer als ik er aan denk.”

Ralfs ouders hebben het verlies van hun zoon nog niet kunnen verwerken. „Als je niets hoort van degene die dit om handen heeft gehad, blijf je hoop houden dat-ie weer komt”, vertelt Ingrid. „Ik kan mij niet inbeelden dat hij er niet meer is. Ik hoor vaker: ‘Ingrid, hij komt niet terug’. Dan word ik verschrikkelijk kwaad. Hoe moet ik het zeggen, je kunt het je niet inbeelden.”

Wietse vult zijn vrouw aan terwijl hij opzij kijkt. Alsof hij even naar de urn met de as van Ralf kijkt, die staat op een glazen plaat aan de muur in de kamer. „We kunnen het nog niet afsluiten.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe