Het boek krachtstroom over sterke Drentse vrouwen.

Deze 23 Drentse vrouwen zou je zeker moeten kennen (maar waarschijnlijk doe je dat niet)

Het boek krachtstroom over sterke Drentse vrouwen.

In het jaar dat het vrouwenkiesrecht honderd jaar bestaat, brengt journalist en religiewetenschapper Marjanne Teunissen uit Ruinen het boek Krachtstroom uit. Daarin de portretten van de - te vaak vergeten - Drentse powervrouwen.

Natuurlijk staat commissaris van de koning (CdK) Jetta Klijnsma in het boek Krachtstroom, dat vrijdag bij de Asser uitgeverij Van Gorcum verschijnt. Maar wat weten we nog van haar voorgangers, Margreeth de Boer en Tineke Schilthuis, die in 1974 als eerste vrouw werd benoemd tot commissaris van de (toen nog) koningin?

En wat weet u van Riek van Riel-Smeenge, dochter van de in onze provincie alom aanwezige Harm? Wist u dat een eenvoudige arbeidersdochter uit de Drentse veenstreek al in 1936 in publicaties waarschuwde voor de gevaren van het fascisme? Dat de eerste vrouwelijke SDAP-wethouder (de voorloper van de PvdA) in Gasselte werd benoemd?

Geschiedenis herschrijven

Behalve de twee laatstbedoelden, vredesactiviste Lie Alma-Heijnen en wethouder Eiske ten Bos-Harkema, besteedt journalist Marjanne Teunissen in de vorm van interviews en portretten aandacht aan 23 beeldbepalende vrouwen van vroeger en nu. Haar doel, schrijft ze in het voorwoord: ‘de geschiedenis herschrijven’.

Dat blijkt, in het geval van de vrouwen van vroeger, soms hard nodig. Zo werd Jo Boer, grondlegger van het moderne welzijnswerk, omschreven als een strenge, afstandelijke en dominante vrouw. ,,Zo werd ze vooral door mannen getypeerd”, schrijft Teunissen. ,,Directe collega’s vonden haar juist empathisch en warm.”

Of vrouwen als Trui Hahn, die in de oorlog als jonge vrouw Joodse kinderen naar onderduikadressen bracht. ,,Vaak werd over vrouwen gezegd: zij waren ‘maar koerierster’. Dat waren gewoon verzetshelden!” De selectie van de 23 vrouwen was lastig, erkent Teunissen. Voorbeelden van vrouwen die ten onrechte niet meer worden herinnerd, waren er te over. Maar ze wilde ook ruimte overhouden voor de verhalen van vrouwen van nu, zoals Oetra Gopal, Eline Vedder en Roelie Goettsch.’

Sneller in vergeetboek?

Uiteindelijk was de link met Drenthe het belangrijkste criterium. ,,Daarnaast moeten ze echt iets aan de basis veranderd hebben.” Eén voorbeeld? Wilhelmina Pelinck-Zijnen de Gier (1872-1934) maakte zich zorgen om de hoge kindersterfte en zorgde ervoor dat elk Drents dorp een consultatiebureau kreeg. Haar werkwijze werd landelijk als voorbeeld gezien. Toch herinnert maar weinig aan haar. ,,Ik vind dat het Wilhelmina Ziekenhuis naar haar vernoemd mag worden, in plaats van naar de koningin die alleen de eerste steen legde!”

Worden vrouwen sneller vergeten dan mannen? Volgens Teunissen, die het onderwerp ook tijdens haar studie religiewetenschappen onderzocht, wel. ,,Je ziet het nog steeds. Van Relus ter Beek en Jacques Tichelaar zijn biografieën verschenen. Van hun voorgangers Margreeth de Boer en Tineke Schilthuis niet”, vertelt Teunissen. In Krachtstroom probeert ze uit te leggen welke factoren de huidige situatie hebben veroorzaakt. ,,Maar het frustreert me dat ik niet bij het echte probleem kan komen.” Want, stelt ze, mensen die zeggen dat ongelijkheid tussen mannen en vrouwen iets van vroeger is, hebben ongelijk.

Vrouwen in topfuncties

,,Iets meer dan de helft van de vrouwen is financieel zelfstandig. Daarom wil ik met dit boek laten zien: honderd jaar geleden konden vrouwen dat doorbreken, nu ook! Het is niet waar dat we allemaal gelijke kansen hebben. We doen alsóf het zo is, maar het is niet zo.” Een deel van de oplossing zoekt Teunissen in de politiek, waar het aantal vrouwen in topfuncties (gedeputeerde, minister, burgemeester) sinds de jaren ‘90 is afgenomen.

,,Dat is aan mannen te wijten. Net zo goed als aan vrouwen”, stelt Teunissen. ,,Het heeft te maken met mannen in topfuncties die geen plek willen maken. Met vrouwen die meer dan mannen twijfelen aan hun eigen kunnen.” Hebben vrouwen als cvdk Jetta Klijnsma en de enige vrouwelijke burgemeester van Drenthe, Mieke Damsma (Midden-Drenthe) daarom een voorbeeldrol te vervullen? ,,Ja en nee. De verantwoordelijkheid afschuiven op die vrouwen is niet eerlijk. De druk op die paar vrouwen wordt dan te hoog. Iedereen in de politiek is verantwoordelijk voor diversiteit”, stelt ze.

Durven kiezen

,,Vooral partijbesturen moeten durven kiezen”, vervolgt de schrijfster, die vooral grote bewondering koestert voor vrouwen die vanuit een grote innerlijke drive tot actie overgingen. ,,Ik vind dat we veel te veel politici hebben die vooral goed zijn in het politieke spel. Kies eens niet voor ervaring, maar voor overtuiging, passie”, stelt ze. Daarbij hebben vrouwen -meer dan mannen- steun nodig. ,,Nu nog wel”, zegt Teunissen.

Hoe zorgen we ervoor dat de vrouwen van nu, ook als ze er niet meer zijn, de erkenning krijgen die ze toekomt? ,,We moeten vrouwen niet milder aanpakken. Probeer na te denken over wat je van iemand vindt en waarom”, stelt ze, ook doelend over de veelgehoorde klacht van vrouwelijke talkshowgasten, die na hun optreden soms veel te weinig terughoren over de inhoud van het gesprek, alleen over hun uiterlijk. ,,Pas als vrouwen net zo slecht mogen zijn als mannen hebben we ons doel bereikt.”

Krachtstroom wordt vrijdag gepresenteerd bij boekhandel Van der Velde in Assen. Informateur van het huidige Drentse college van Gedeputeerde Staten, voormalig PvdA-fractievoorzitter in de Drentse Staten Roelie Goettsch en voormalig commissaris van de koningin Margreeth de Boer ontvangen de eerste exemplaren.

Bij het boek en de documentaire hoort ook een website, www.spraakmakendevrouwen.nl. De portrettengalerij wordt steeds verder uitgebreid.

Eiske ten Bos-Harkema
(1885-1962)

,,Zij heeft eraan meegewerkt dat de gemeente een zwembad kreeg, een school in het dorp Kostvlies en een sportpark. Ook werden door haar bemoeiingen aan het Tweede Dwarsdiep tal van huisjes gebouwd. Een zeer praktisch type”, schrijft een verslaggever van Het Vrije Volk jaren na haar wethouderschap over Ten Bos-Harkema.

Eiske ten Bos. Een arbeidersvrouw die wist waar ze voor stond en waar ze voor knokte. De geboren Groningse zette zich haar hele leven in voor de armen en betere leefomstandigheden voor arbeiders. Eiske ten Bos-Harkema was van november 1923 tot 1931 wethouder in Gasselte. De allereerste vrouwelijke wethouder uit SDAP-gelederen.

‘Vrouw ten Bos’, zoals ze in haar woonplaats Gasselternijveenschemond genoemd werd, had zich binnen de SDAP-gelederen omhoog moeten knokken. Steun kreeg ze van haar man Jan. Als een gemeenteraadslid vertrekt is Eiske de eerstvolgende op de lijst. Haar man Jan staat één plaats achter haar. ,,Hoewel het in de tijd logisch was geweest als Jan in de raad was gekomen, werd het Eiske”, zegt Teunissen. Hetzelfde geldt voor het wethouderschap. Mocht die gelegenheid zich ooit voordoen, dan zou Eiske zich kandidaat stellen, niet Jan.

In 1923 is het zover. Maar als Eiske ten Bos net is geïnstalleerd op haar nieuwe post, moet ze een maand de gevangenis in. Als correspondente voor Het Volk had ze gesuggereerd dat een politieman uit Gasselte overspel had gepleegd. De politieman daagt haar voor de rechter wegens smaad. Ze wordt veroordeeld tot een maand gevangenisstraf. ,,Later vertelt Ten Bos-Harkema dat het wel waar was maar niet naar buiten had mogen komen”, schrijft Teunissen.

Tijdens haar verblijf in de gevangenis krijgt Ten Bos-Harkema veel steun. Bij haar vrijlating staan honderden sympathisanten haar op te wachten. In haar eerste jaar als wethouder weet ze de huur van arbeiderswoningen met een gulden te verlagen. Ook stemt de gemeenteraad unaniem in met haar voorstel om meer geld uit te geven aan vervolgonderwijs aan kinderen.

Bij de verkiezingen in 1931 krijgt de SDAP minder stemmen. Ten Bos-Harkema ziet niks in het verlengen van haar wethouderschap, ze wil niet samenwerken met de ARP-wethouder. Wel blijft ze raadslid, tot haar man in 1940 ernstig ziek wordt en zijn baan verliest. Zijn inkomen valt weg en het gezin moet intrekken bij familie, elders in het land. Eiske ten Bos-Harkema neemt gedwongen afscheid van de gemeenteraad. Jan ten Bos overlijdt een maand na de verhuizing. Eiske gaat werken als huishoudster en woont later bij één van haar dochters in Emmen. In 1962 overlijdt ze.

Tineke Schilthuis
(Albertine Petronella Schilthuis, 1921-2013)

,,Het moet niet zo zijn dat Drenthe voor de vrouwen is”, zegt Tineke Schilthuis in 1982 in één van haar afscheidsinterviews. Ook in andere provincies moet ruimte zijn voor vrouwen in de positie van commissaris, bedoelt ze. Acht jaar geleden is Schilthuis als eerste vrouw benoemd tot commissaris van de koningin in Drenthe. Na haar zullen er landelijk slechts zes volgen, van wie twee in Drenthe.

In haar openingsrede is ze duidelijk. Ze mag dan de eerste vrouw in het ambt zijn, ze wil er geen gedoe van. ‘Beoordeel mij niet als een vrouw maar als persoon’, kopt het Nieuwsblad van het Noorden in 1982. ,,Een lange, serieuze vrouw. Integer, sociaal en met een grote belangstelling voor waterstaat, natuur, landbouw, alternatieve landbouw, het alternatief onderwijs en de geneeskunde”, schetst Marjanne Teunissen in haar boek het beeld dat Schilthuis’ partijgenoten van de PvdA van haar hadden.

,,Schilthuis was een kalme vrouw die ging voor de inhoud van haar vak en ze had niet zoveel met uiterlijk vertoon of status”, schrijft Teunissen. Schilthuis werd geroemd om haar bescheidenheid, maar dreigt –juist door die geroemde eigenschap- ook te worden vergeten.

Haar nalatenschap in Drenthe? Schilthuis plaveide de weg voor de komst van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Ze werd geroemd om haar doortastendheid tijdens de vier Molukse gijzelingsacties. Na de militante acties probeerde Schilthuis de relatie met de Molukse gemeenschap te herstellen. En hoewel ze zelf in een afscheidsrede in de krant schrijft dat ze niet tevreden is over de hoge werkloosheidscijfers in Drenthe zijn de woorden van de hoofdredacteur van diezelfde krant alleen maar lovend. ,,Ze was geen vrouw die de show stal zoals sommigen van haar collega’s nog wel eens wilden doen. Schilthuis sloeg bruggen tussen wensen en de realiteit en werkte daar keihard aan.”

loading


Lie Alma-Heijnen
(Anna Aleida Alma-Heijnen, 1909-1990)

,,Verzet tegen onrechtvaardigheid, oorlog en fascisme liepen als een rode draad door het leven van Lie Heijnen, ook wel bekend als Lie Alma vanwege haar huwelijk met de kunstenaar Piet Alma”, schrijft Marjanne Teunissen over de in Emmen geboren en in de Drentse veenkoloniën opgegroeide Lie Heijnen.

In het katholieke gezin Heijnen was het geen vetpot. Voor de pientere Lie zat hoger onderwijs er om die reden niet in. De mogelijkheid die ze wel had, doorleren om de bevoegdheid voor het geven van lager onderwijs te halen, greep ze aan. In de grote klassen waar ze voor stond, zag Heijnen de grote armoede terug.

Heijnen raakt steeds geïnteresseerder in het socialistische gedachtegoed. Ook haar latere man, Siert Tillema, is actief in die socialistische kring. Maar het huwelijk loopt spaak en Heijnen vertrekt naar Amsterdam. Daar komt ze in aanraking met de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Veiligheid (IVVV). Al snel wordt ze gevraagd als spreekster voor de bond. Korte tijd later richt Heijnen de Nederlandse afdeling van het ‘Wereld Vrouwen Comité tegen Oorlog en Fascisme’ (WVC) op. Ze houdt redevoeringen en schrijft over de gevaren van het fascisme.

Zes jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog schrijft Heijnen dat het naïef is om te denken dat Nederland, net als in de laatste grote oorlog, neutraal kan blijven om zo te ontsnappen aan de dreiging van het fascisme. In 1940 wordt ze afgezet als voorzitter van de WVC. De reden? Het comité zou beter gediend zijn met een voorzitter uit arbeiderskringen. ,,Ze was er kapot van. Ze kwam nota bene zélf uit een arbeidersgezin. Alleen had zij zich wat meer ontwikkeld”, schrijft historica Seran de Leede in Teunissens boek.

De activisten worden na de bezetting staatsvijanden. Net als veel gelijkgestemden wordt Lie Heijnen, dan moeder van een dochtertje van 9 maanden oud, in 1941 gearresteerd door de Duitsers. De aanklacht? Hoogverraad. Na zes maanden gevangenschap wordt ze toch vrijgelaten.

Na de oorlog gaat Heijnen alsnog doen wat ze al zo lang wilde: studeren. Politieke en sociale wetenschappen aan de universiteit van Amsterdam. Ze hoopt na het behalen van haar examen haar politieke loopbaan voort te zetten. Maar ze bedenkt zich.

Het politieke gekonkel, de ruzies en het gekibbel binnen en tussen partijen staan haar zo tegen dat ze terugkeert naar haar eerste liefde: het onderwijs. Als directeur van de montessorischool in Amsterdam drukt ze een flinke stempel op het montessorionderwijs in Nederland. Daarnaast blijft Heijnen zich haar hele leven inzetten voor slachtoffers van fascisme. Heijnen overlijdt in 1990 in Amsterdam.

menu