De politie in gesprek met rondhangende jeugd op een voetbalveldje in Kloosterveen. Gilles Dikkerboom (links) legt de situatie aan de politie uit. Foto: DVHN

Jongerenoverlast in wijk Kloosterveen Assen: 'Die vijftienjarigen denken dat ze gangsters zijn'

De politie in gesprek met rondhangende jeugd op een voetbalveldje in Kloosterveen. Gilles Dikkerboom (links) legt de situatie aan de politie uit. Foto: DVHN

Ogenschijnlijk ongrijpbare jeugdgroepen veroorzaken overlast en laten elk weekend een spoor van vernieling achter in de Asser wijk Kloosterveen. Een avondje wijklopen met buurtbewoner Henry Jansen.

„Kijk, hier hebben ze een plastic speelhuisje over het hek getrokken en in de fik gezet”, zucht Henry Jansen terwijl hij naar een brandplek op het schoolplein van basisschool De Kloostertuin wijst. „Het is nu elke week hommeles. Mensen zijn er echt bang door geworden.”

Een half uurtje eerder zijn we vertrokken vanuit zijn woning aan de rand van de overdag zo rustige en kindvriendelijke wijk Kloosterveen. Met zijn trouwe viervoeter Semmie aan de lijn gaat het in de richting van de natuurspeelplaats aan de noordkant van de wijk. Het schemert al flink en je moet goed opletten waar je je voeten neerzet op het smalle en ongelijke paadje dat door het ‘speelbos’ loopt.

Overdag kliederen kinderen hier met water bij de speciaal voor hen aangelegde waterpomp, spelen ze verstoppertje of bouwen ze met elkaar een hut. „Wij als ouders komen hier ook bij elkaar, het is echt een leuke speelplek. Maar je ziet hier al de brandplekken op de bankjes en de blikjes in de bosjes. De wat oudere jeugd gebruikt deze plek om stiekem te blowen, rotzooi te trappen en vernielingen aan te richten. Niet fijn als je kinderen hier de volgende dag weer willen spelen.”

Vijandelijke sfeer

De laatste tijd is de kindvriendelijkheid van Kloosterveen met name in de avonduren en het weekend ver te zoeken. Ook de politie en de gemeente merken dat de overlast deze zomer heftiger is dan andere jaren, maar lijken het tij nog niet te kunnen keren. Jansen schreef in augustus een open brief aan de burgemeester , waarin hij de gemeente oproept om tot actie over te gaan en een einde te maken aan de vijandelijke sfeer op straat, het vandalisme en de rotzooi die wordt achtergelaten op de schoolpleinen.

„Ik schreef die brief omdat ik die avond ervoor tussen een groep van ongeveer dertig jongeren sprong, omdat een jongen een meisje te lijf ging met een brandblusser. Dat was voor mij echt de druppel. Sindsdien ben ik wel in gesprek, bijvoorbeeld met de stadsmarinier, maar de overlast neemt niet af. Sterker nog, die wordt nog steeds elke week erger.”

Vanuit de natuurspeeltuin is het een klein stukje lopen naar het schoolplein van Kindcentrum Kloosterveen. Daar was het afgelopen weekend ook weer raak. Het sedumdak van de school vloog in de fik, waarschijnlijk na het afsteken van vuurwerk. Daar is nu gelukkig niets meer van te zien, maar de ruiten van verscheidene lokalen zijn afgeplakt met tape. „Kijk, dit is de klas van mijn dochtertje”, wijst Jansen. „Daar is ook al een steen door de ramen gegooid. Dat gebeurt met enige regelmaat. De schoolleiding wordt er gek van.”

loading

Directeur Henriëtte Bakker van het kindcentrum bevestigt dat de volgende dag. „Er wordt van alles gesloopt, van containers tot ramen. En die ramen zijn erg duur, omdat ze op maat gemaakt moeten worden vanwege de bijzondere vorm van ons gebouw. Alles bij elkaar genomen loopt de schade inmiddels in de tienduizenden euro’s.”

Na de zomervakantie leek het even de goede kant op te gaan, maar inmiddels is er weer volop overlast, legt Bakker uit. „Onze conciërge is elke ochtend een uur eerder op school om het plein op te ruimen. Dan ligt er weer van alles: van blikjes en lachgaspatronen tot glas. Dat laatste is vooral erg gevaarlijk en bovendien lastig op te vegen. Maar we moeten wel, we hebben hier kinderen lopen.”

Offerte voor camera’s

Inmiddels heeft de school een offerte aangevraagd voor het ophangen van camera’s. „Dat kost ook weer minstens 10.000 euro, daar kan ik heel veel lesmateriaal voor kopen. Bovendien houden wij ons nu met allerlei zaken bezig waar we eigenlijk niet voor bedoeld zijn. Wij vinden dat de gemeente daarom ook een duit in het zakje moet doen.”

Terug naar de wandeling met Henry Jansen. Hij loopt hier bijna iedere avond en krijgt daardoor veel mee van de overlast. „Het is geen vaste groep jongeren”, legt hij uit. „Ik heb het idee dat maar een klein deel uit Kloosterveen zelf komt, maar dat het meestal gaat om jeugd uit andere wijken. Wanneer ze hier komen, daar is geen peil op te trekken. De ene avond is het rustig, de avond erop kan het zomaar weer uit de hand lopen. Zo was het hier gisteravond een lawaai van jewelste op het schoolplein. Veel scooters, gegooi met glas en intimiderend gedrag. De handhaving komt dan wel kijken, maar zodra die weer weg is, gaat het gewoon door.”

Jansen denkt dat het gedrag van de jeugd voor een deel met opvoeding te maken heeft, maar kijkt ook in de richting van de gemeente. „Er is voor de jeugd niks te doen in Assen. En in sommige wijken is de handhaving wel opgevoerd, dus komen relschoppers hier maar naartoe. Het probleem wordt verplaatst in plaats van aangepakt.”

Meer jongerenwerkers

Voor een structurele oplossing zijn investeringen nodig, weet Jansen. Camera’s, meer handhaving, meer jongerenwerkers die intensief contact zoeken met de probleemjeugd van de stad. Hij hoopt dat de gemeente daartoe bereid is, maar tot die tijd zou een samenscholingsverbod, zoals onlangs rondom de kermis in Assen, een goed idee zijn om de buurt in Kloosterveen even wat rust te gunnen. Ook al zorgt dat waarschijnlijk opnieuw voor een verplaatsing van het probleem.

Een samenscholingsverbod, daar moet een groep van zo’n acht jongeren op het voetbalveldje naast het schoolplein niets van weten. In het pikkedonker (de lichtmasten blijven uit om jeugd te ontmoedigen om hierheen te komen) staan zij een balletje te trappen en een sigaretje te roken. Allemaal zijn ze een jaar of 18, wonen in de buurt en zaten ze op deze school. Ze hangen hier al jaren elke dag rond, leggen ze uit. Dat ging altijd zonder problemen, maar nu worden ze ineens met de nek aangekeken, omdat andere groepjes jeugd vanuit andere buurten hier komen rotzooien.

„Ja, wij drinken hier weleens wat en ja, we laten misschien ook wel eens wat rommel achter”, zegt Gilles Dikkerboom (18). „Maar dingen vernielen, met bierflesjes gooien en ruiten van de school stukslaan? Nee, dat doen wij zeker niet. Waarom zouden we ook? Dan staan we hier elke avond in onze eigen rotzooi.”

loading

Je ziet Dikkerbooms ogen, ondanks het donker, bijna letterlijk oplichten van felheid. „In de media lees je dat vooral de oudere jongeren met een rijbewijs de daders zijn. Nou, dat is echt bullshit. Het gaat juist om jongens van 14 tot en met 17, tuig op scooters dat zich verveelt. De meesten komen helemaal niet van hier, maar uit andere wijken. Met zo’n samenscholingsverbod pak je ze niet, dan gaan ze ergens anders heen en zijn wij de dupe.”

De groep jongens begrijpt het probleem, maar vindt het ook vervelend de schuld steeds te krijgen. „Wij hebben er net zo goed last van. Er komen weleens boze vaders van schoolkinderen naar ons toe, die geven ons de schuld en dan gaan wij er natuurlijk ook hard tegenin. En de politie komt hier ook vaak langs, dan schijnen agenten met van die zoeklichten op je alsof je een crimineel bent. Jammer dat dat gebeurt. Jullie zijn de eersten die met een open houding naar ons toe komen en onze kant van het verhaal aanhoren.”

Hoongelach

Dikkerboom heeft deze woorden nog niet uitgesproken, of er komt een politieauto het plein op rijden. Twee agenten stappen uit en knippen hun zaklampen aan. „Goh, wat is hier aan de hand? Normaal gesproken rent iedereen hard weg als wij eraan komen”, lacht een van hen.

De agenten zeggen met hun ronde bezig te zijn, ze zijn hier niet per se omdat er net een melding is binnengekomen. „Maar we komen hier wel vaak, dat klopt.”

Het contact tussen de jeugd en de politie is van beide kanten wat onwennig. Alsof ze nooit echt eerder met elkaar gesproken hebben. „Als jullie het probleem niet zijn, maar wel weten wie de relschoppers zijn, nodig ik je graag uit op het politiebureau. Kunnen we daar eens over praten”, begint de agent. Er klinkt hoongelach. De jongens denken er niet aan.

loading

„Een buurtbijeenkomst dan?”, probeert de politieman nog eens. Daar willen de jongens wel over nadenken, als dat op een open manier kan, zonder dat zij direct overal de schuld van krijgen. Want daar zijn ze klaar mee.

Maar hoe kan het dan dat de overlast zo is toegenomen? „Wij luisterden ook rap en deden weleens iets wat niet mag”, zegt Dikkerboom. „Maar de jeugd is ineens erg veranderd. Wij hadden nog enig respect voor anderen, dat is compleet weg en ze zijn helemaal gek. Die 15-jarigen denken dat ze gangsters zijn, niet normaal.”

Als we weer richting huis gaan, zegt Jansen blij te zijn met het gesprek van zojuist. „Ik spreek vaker groepjes jongeren aan. Vaak willen ze het hondje wel even aaien en is de sfeer meteen goed. Dan willen ze ook wel praten. Ze snappen ook heus wel dat sommige zaken echt niet kunnen en tot irritatie leiden. Dan loop je weg en denk je: kijk, we zijn weer een stapje verder. Maar de volgende dag ligt er weer twee keer zoveel troep dan normaal. Hopelijk is dat met deze jongens anders, daar heb ik wel vertrouwen in.”

menu