Dikdakkers steken cafés en restaurants hart onder de riem met nieuw nummer: 18 glazen bier, is anderhalve meter'

Achttien glazen bier, negen frikadellen of zeven bakken patat op een rij. Allemaal goed voor anderhalve meter. Muziekduo de Dikdakkers wil met een nieuw lied, 18 glazen bier , alle horecazaken een hart onder de riem steken.

Geheel in lijn met de nieuwe richtlijnen, komt het nummer maandag uit. We spreken zanger Hans Voogd. Wederhelft Anton Geerts, onlangs geopereerd, moest verstek laten gaan in Herberg ‘t Plein in Meppel bij de single presentatie. Of wat daar van overbleef door de maatregelen.

Waarom komen jullie nu met nieuwe muziek?

„Vanaf maandag moet er weer sfeer gemaakt worden in de kroegen. Op veilige afstand. Dit nummer is een knipoog naar de nieuwe regelgeving, maar daardoor hopen we wel op de discipline die nodig is om het allemaal beheersbaar te houden.”

Jammer dat mensen niet de polonaise erop kunnen lopen dus?

„Nou, polonaise past meer bij carnavalsmuziek, dat maken we niet echt. We treden op als het Nederlands elftal meespeelt op grote toernooien, of in de Oostenrijkse aprés ski-tenten: feestmuziek.”

Hoe kwam het idee tot stand?

„Toen voor het eerst die 1,5 meter als regel werd ingevoerd, schoot het idee meteen door mijn hoofd. Dat heb ik Anton wel laten weten, maar we deden daar niet echt iets mee. Begin deze maand besprak ik het idee met zanger René Karst en die wel direct: ‘Dit moet je doen. Leuk!’ Dus toen heeft hij met William Gulleman de tekst gemaakt en hebben Anton en ik het apart van elkaar ingezongen.”

Karst heeft corona gehad, belandde in het ziekenhuis. Hij kon er dus wel om lachen?

„Uit de tekst blijkt wel dat hij het een beetje kan relativeren. Maar hij weet als geen ander hoe het is. Dat je het absoluut niet moet onderschatten. Dat is wat het lied ook beoogt: op een vrolijke manier mensen bewust maken van de regels. Want als we er losjes mee omgaan, en het virus steekt weer de kop op, moet alles weer dicht. Dat zou een drama zijn. Voor ieders gezondheid en voor alle horecazaken.”

Drijven jullie met dit nummer de spot met het virus?

„Nee, dat vind ik niet. Zo serieus moet je het nummer ook niet nemen. Het leven gaat, gelukkig, ook voor veel mensen door. Helemaal omdat vanaf maandag veel zaken weer open gaan. Dat moet je ondanks alles als iets positiefs zien, niet te lang blijven hangen in het negatieve.”

Voogd begon tussen het zingen door te klussen. Een langwerpige houten constructie werd in elkaar geflanst. Het oranje gevaarte kan achttien glazen bier vervoeren: exact anderhalve meter. Dan snap je ook meteen waar het lied overgaat. „Dat hier nog geen enkele bierbrouwer mee gekomen is, vind ik bijna vreemd.”

Wat jullie betreft blijft de bierhouder ook na de coronacrisis bestaan?

„Zeker. In kroegen is het toch magistraal? Een uniek item waarmee je ook nog meer omzet kunt draaien. Ja, die houden we erin!”

Hoe ziet de toekomst eruit voor feestmuzikanten in het ‘nieuwe normaal’?

„Het meest jammere vind ik we niet meer samen in de auto naar optredens kunnen rijden. Onderweg verzinnen we de meeste liedjes. Dan hadden we de grootste lol. Dat mis ik.

„Deze periode zijn zo’n veertig tot vijftig optredens verzet, en dan kijken we nog maar een half jaartje vooruit. Voor dertig mensen moeten optreden? Dat doen we gewoon hoor. Als het maar gezellig is. Want als er over een jaar nog niks verandert, zullen we er toch mee moeten dealen. Dan kan dit maar zo met carnaval een hit worden. Zo reëel moeten we ook met zijn, maar ook op afstand hoeft de sfeer er wat ons betreft niet minder om te worden.”

menu